Middelen aantrekken

Door de coronacrisis hebben ondernemingen behoefte aan extra liquide middelen. De overheid ondersteunt ondernemingen hierbij door het verkrijgen van kredieten te vergemakkelijken. Ook zijn er vanwege de coronacrisis speciale maatregelen getroffen om ondernemingen te ‘subsidiëren’. Daarnaast is het voor sommige ondernemers mogelijk om extra middelen te verkrijgen door toeslagen aan te vragen of hun recht op toeslagen te wijzigen.

check Bijgewerkt tot 24 november 2020

spiralbound Practice note

Prinsjesdag

Op Prinsjesdag 2020 is het volgende voorgesteld:

Medio 2020 heeft het kabinet de TOGS vervangen door de Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19 (ook wel tegemoetkoming vaste lasten (TVL) genoemd). Het Belastingplan 2021 regelt dat dit voordeel vrijgesteld is van inkomsten- en vennootschapsbelasting. De bepaling treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2020.

Let op!

De TVL gaat na 1 oktober 2020 door. Het Belastingplan spreekt zich niet uit over een vrijstelling van deze verlenging.

Ondernemers die directe schade ondervonden van de coronamaatregelen, konden in een deel van 2020 profiteren van de regeling ‘Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19’ (TOGS). Dit voordeel betrof een eenmalige tegemoetkoming van € 4.000 om de vaste lasten te betalen. In het Belastingplan 2021 is opgenomen dat dit voordeel onbelast is.

Let op!

Eventuele terugbetalingen van TOGS-subsidies zijn dus ook niet aftrekbaar.

Door de coronacrisis getroffen flexibele arbeidskrachten konden over de maanden maart, april en/of mei 2020 onder voorwaarden een tegemoetkoming krijgen van het UWV. Dit vloeit voort uit de Tijdelijke overbruggingsregeling voor flexibele arbeidskrachten (TOFA). Het Belastingplan 2021 bepaalt dat de TOFA-bijdrage telt als loon uit vroegere dienstbetrekking. Het UWV is de inhoudingsplichtige en past in beginsel standaard de loonheffingskorting toe.

Let op!

Op de TOFA-bijdrage wordt, ook zonder verzoek, de standaardloonheffingskorting toegepast. Ook als de heffingskorting al door een andere inhoudingsplichtige wordt toegepast.

Krediet

Vanwege de coronacrisis hebben veel ondernemingen behoefte aan extra liquiditeit. De overheid wil ondernemingen hierin tegemoetkomen door op diverse manieren de kredietverstrekking te vergemakkelijken.

Bbz (Tozo 3, zelfstandigen, ook dga’s)

Het aanvragen van extra krediet op basis van de Tozo 3 kan vanaf 1 oktober 2020 en loopt via de gemeente, vaak digitaal. Is er al eerder een beroep gedaan op de Tozo 2, dan kan een verkorte aanvraagprocedure worden gevolgd. Er vindt geen automatische verlenging plaats.

Gemeenten proberen binnen vier weken op een aanvraag te reageren. Lukt dat niet, dan kunnen ze een voorschot geven. Gemeenten bieden vanaf 1 januari 2021 extra dienstverlening aan zelfstandig ondernemers, zoals bij- of omscholing en heroriëntatie.

Extra bedrijfskapitaal

Op basis van de tijdelijke regeling:

  • kan versneld een lening voor bedrijfskapitaal worden aangevraagd;
  • de lening voor de Tozo 1, Tozo 2 en de Tozo 3 bedraagt gezamenlijk maximaal € 10.157; en
  • zal het rentepercentage voor die lening lager dan gebruikelijk worden vastgesteld, namelijk op 2% in plaats van 8%.

De maximale looptijd van de lening is drie jaar. Tot 1 januari 2021 hoeft er nog niet te worden afgelost. Voor de lening bedrijfskapitaal is uitstel van de aflossingsverplichting mogelijk op basis van individuele omstandigheden.

Voorwaarden

Om van de regeling gebruik te kunnen maken, moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

  • het gaat om gevestigde zelfstandigen, vanaf achttien jaar (inclusief zelfstandigen die de AOW-gerechtigde leeftijd reeds hebben bereikt);
  • de zelfstandige moet in Nederland of in een andere EU-lidstaat wonen en daar rechtmatig verblijven;
  • het bedrijf of beroep moet in Nederland worden uitgeoefend;
  • er moet worden voldaan aan de wettelijke vereisten voor de uitoefening van het eigen bedrijf;
  • het krediet bedraagt voor de Tozo 1, Tozo 2 en de Tozo 3 gezamenlijk maximaal € 10.157;
  • de onderneming moet voor 1 januari 2020 zijn gestart en er moet aan het urencriterium worden voldaan;
  • de zelfstandige moet verklaren dat er geen surseance van betaling of faillissement is aangevraagd voor hemzelf, de onderneming of een vennoot waarmee wordt samengewerkt.

Op basis van het urencriterium moet er 1.225 uur per jaar voor de onderneming zijn gewerkt. Als een onderneming nog geen jaar geleden is gestart, moet in de periode voor 1 maart 2020 gemiddeld minimaal 24 uur per week voor de onderneming zijn gewerkt.

Via de overheidssite krijgiktozo.nl kan snel worden gecontroleerd of in een bepaalde situatie recht bestaat op toepassing van deze regeling. Bovendien verwijst deze site direct door naar de aanvraagsite voor Tozo van de van toepassing zijnde gemeente. Dit voorkomt zoekwerk.

Bbz

De Tozo is verlengd tot 1 juli 2021. Dat betekent niet dat na die datum de ondersteuning voor zelfstandige ondernemers wegvalt. Het Bbz blijft als vangnet dienen voor de groep zelfstandigen. Met het Bbz kan de ondernemer ondersteuning krijgen voor bijstand voor levensonderhoud en voor bedrijfskapitaal. Dat kan zowel voor ondernemers met een levensvatbaar bedrijf, als voor ondernemers die hun bedrijf willen beëindigen.

Bbz (Tozo 2, zelfstandigen, ook dga’s)

Zelfstandige ondernemers kunnen op basis van een tijdelijke regeling extra bedrijfskapitaal aanvragen (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo)). De tijdelijke regeling is gebaseerd op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) en geldt sinds 1 maart 2020 (Tozo 1). Vanaf 1 juni 2020 geldt de Tozo 2, met enigszins aangepaste voorwaarden.

Het aanvragen van extra krediet op basis van de Tozo 2 kan sinds 1 juni en loopt via de gemeente, vaak digitaal. Is er al eerder een beroep gedaan op de Tozo 1, dan kan een verkorte aanvraagprocedure worden gevolgd. Er vindt geen automatische verlenging plaats.

Gemeenten proberen binnen vier weken op een aanvraag te reageren. Lukt dat niet, dan kunnen ze een voorschot geven.

Extra bedrijfskapitaal

Op basis van de tijdelijke regeling:

  • kan versneld een lening voor bedrijfskapitaal van maximaal € 10.157 worden aangevraagd; en
  • zal het rentepercentage voor die lening lager dan gebruikelijk worden vastgesteld, namelijk op 2% in plaats van 8%.

De maximale looptijd van de lening is drie jaar. Tot 1 januari 2021 hoeft er nog niet te worden afgelost.

Voorwaarden

Om van de regeling gebruik te kunnen maken, moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

  • het gaat om gevestigde zelfstandigen, vanaf 18 jaar (inclusief zelfstandigen die de AOW-gerechtigde leeftijd reeds hebben bereikt);
  • de zelfstandige moet in Nederland of in een andere EU-lidstaat wonen en daar rechtmatig verblijven;
  • het bedrijf of beroep moet in Nederland worden uitgeoefend;
  • er moet worden voldaan aan de wettelijke vereisten voor de uitoefening van het eigen bedrijf;
  • het krediet bedraagt voor de Tozo 1 en de Tozo 2 gezamenlijk maximaal € 10.157;
  • de onderneming moet voor 1 januari 2020 zijn gestart en er moet aan het urencriterium worden voldaan; en
  • de zelfstandige moet verklaren dat er geen surseance van betaling of faillissement is aangevraagd voor hemzelf, de onderneming of een vennoot waarmee wordt samengewerkt.

Op basis van het urencriterium moet er 1.225 uur per jaar voor de onderneming zijn gewerkt. Als een onderneming nog geen jaar geleden is gestart, moet in de periode voor 1 maart 2020 gemiddeld minimaal 24 uur per week voor de onderneming zijn gewerkt.

Via de overheidssite krijgiktozo.nl kan snel worden gecontroleerd of in een bepaalde situatie recht bestaat op toepassing van deze regeling. Bovendien verwijst deze site direct door naar de aanvraagsite voor Tozo van de van toepassing zijnde gemeente. Dit voorkomt zoekwerk.

Bbz (Tozo 1, zelfstandigen, ook dga’s)

Het aanvragen van extra kapitaal via de Tozo 1 is niet meer mogelijk. Zelfstandige ondernemers konden op basis van een tijdelijke regeling extra bedrijfskapitaal aanvragen (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo 1)). De tijdelijke regeling, gebaseerd op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz), gold vanaf 1 maart 2020 tot 1 juni 2020.

Gemeenten proberen binnen vier weken op een reeds ingediende aanvraag te reageren. Lukt dat niet, dan kunnen ze een voorschot geven.

Extra bedrijfskapitaal

Op basis van de Tozo 1:

  • wordt de toets op levensvatbaarheid van de onderneming niet toegepast, die in de reguliere regeling standaard is ( art. 2 Bbz );
  • wordt geen vermogens- of partnertoets toegepast, wat in de reguliere regeling wel gebeurt ( art. 3 Bbz );
  • kon versneld een lening voor bedrijfskapitaal van maximaal € 10.157 worden aangevraagd; en
  • zal het rentepercentage voor de lening lager dan gebruikelijk zijn vastgesteld, namelijk op 2% in plaats van 8%.

De maximale looptijd van de lening is drie jaar. Tot 1 januari 2021 hoeft er nog niet te worden afgelost.

Voorwaarden

Om van de regeling gebruik te kunnen maken, moest aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

  • het gaat om gevestigde zelfstandigen, vanaf 18 jaar (inclusief zelfstandigen die de AOW-gerechtigde leeftijd reeds hebben bereikt);
  • de zelfstandige moet in Nederland of in een andere EU-lidstaat wonen en daar rechtmatig verblijven;
  • het bedrijf of beroep moet in Nederland worden uitgeoefend;
  • er moet worden voldaan aan de wettelijke vereisten voor de uitoefening van het eigen bedrijf;
  • de onderneming moet voor 1 januari 2020 zijn gestart en er moet aan het urencriterium worden voldaan; en
  • de zelfstandige moet in de gemeente wonen waar de aanvullende inkomensondersteuning is aangevraagd.

Op basis van het urencriterium moet er 1.225 uur per jaar voor de onderneming zijn gewerkt. Als een onderneming nog geen jaar geleden is gestart, moet in de periode voor 1 maart 2020 gemiddeld minimaal 24 uur per week voor de onderneming zijn gewerkt.

BMKB (MKB-ondernemers)

De extra, verruimde of meer toegankelijke kredietverlening en -garanties aan kleine en middelgrote bedrijven voor voldoende liquiditeit, zoals BMKB-C, blijven ook na 1 oktober 2020 beschikbaar (tot eind 2021).

De Borgstelling MKB-Kredieten (BMKB) ondersteunt ondernemers bij het verkrijgen van leningen. Dat gebeurt door het onderpand voor een lening te vergroten. De BMKB is bedoeld voor ondernemingen met maximaal 250 (fte) werknemers en een jaaromzet tot € 50 miljoen of een balanstotaal tot € 43 miljoen.

Vanwege de coronacrisis is er sinds 16 maart een tijdelijke maatregel voor de BMKB. Bedrijven die, de coronacrisis buiten beschouwing gelaten, financieel gezond zijn, kunnen een borgstellingskrediet van 75% in plaats van 50% verkrijgen. Verder is de premie verlaagd van 3,9% naar 2% bij een looptijd tot en met twee jaar en naar 3% bij een looptijd tot en met vier jaar. Hierdoor kunnen ondernemers gemakkelijker en sneller een krediet verkrijgen.

Gebruikmaken van de BMKB kan door contact op te nemen met de kredietverstrekker van de onderneming. De kredietverstrekker meldt zich bij de RVO. Zowel bancaire als niet-bancaire kredietverstrekkers kunnen dit doen.

Corona-Overbruggingslening (startups, scale-ups en innovatieve MKB-ondernemingen)

De overheid wil het ook voor startups en scale-ups die getroffen worden door de coronacrisis mogelijk maken om een overbruggingskrediet aan te vragen. Dit gaat via de Corona-Overbruggingslening (COL). De Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) voeren deze regeling uit.

De ROM’s verstrekken leningen van € 50.000 tot € 2 miljoen. Bij bedragen boven € 250.000 wordt verwacht dat de aandeelhouders of andere investeerders 25% cofinancieren. Het rentetarief bedraagt 3% (+ een premium van 2% per jaar bij leningen boven € 500.000). De looptijd is in beginsel drie jaar.

De COL kan sinds 29 april worden aangevraagd via ROM-Nederland. Aanvragen voor leningen tot € 500.000 worden, zo is het streven, binnen maximaal 14 werkdagen afgehandeld. Voor overige aanvragen geldt een streeftermijn van drie werkweken.

De COL is verlengd tot en met 30 juni 2021

GO-C (ondernemingen)

De extra, verruimde of meer toegankelijke kredietverlening en -garanties aan kleine en middelgrote bedrijven voor voldoende liquiditeit, zoals GO-C, blijven ook na 1 oktober 2020 beschikbaar (tot zeker 30 juni 2021).

Als ondernemingen problemen hebben om bankleningen en bankgaranties te verkrijgen, kunnen zij gebruikmaken van de Garantie Ondernemingsfinanciering corona (GO-C-regeling). De bank krijgt dan een 80%-garantie op een lening voor grootbedrijven en een 90%-garantie op een lening voor het MKB, waardoor het risico wordt verkleind. Banken verstrekken daardoor sneller een lening aan ondernemers.

Het garantiebudget van de GO-regeling wordt verhoogd naar € 10 miljard. Het maximum per onderneming wordt verhoogd van € 50 miljoen naar € 150 miljoen.

Klein Krediet Corona garantieregeling (KKC)

De extra, verruimde of meer toegankelijke kredietverlening en -garanties aan kleine en middelgrote bedrijven voor voldoende liquiditeit, zoals KKC, blijven ook na 1 oktober 2020 beschikbaar (tot zeker 30 juni 2021).

Het kabinet helpt ook ondernemingen met een relatief kleine financieringsbehoefte. Daarom is de KKC geïntroduceerd. Daarmee kunnen ondernemingen kredieten aanvragen van € 10.000 tot € 50.000. De ondernemingen moeten minimaal € 50.000 omzet behalen, sinds 1 januari 2019 zijn ingeschreven in het handelsregister en voor de coronacrisis voldoende winstgevend zijn geweest. Kredietverstrekkers die een dergelijke kredietaanvraag honoreren krijgen een overheidsgarantie van 95%. De looptijd van kredieten onder de KKC bedraagt maximaal vijf jaar.

Sinds 29 mei kan de KKC worden aangevraagd via de kredietverstrekker.

Exportkredietverzekeringen

De coronacrisis heeft een aanzienlijke invloed op de internationale handel. Om de handel zoveel mogelijk in stand te houden, verruimt de overheid de mogelijkheden voor exportkredietverzekeringen. Met een exportkredietverzekering kan een onderneming zich verzekeren tegen het risico dat klanten niet betalen. Dit geldt voor transacties vanaf circa € 200.000. De dekking ligt tussen de 90 en 98%. De verzekering betaalt doorgaans na verloop van de wachttermijn van drie maanden vanaf de vervaldatum van de factuur.

Voor de exportkredietverzekering van de overheid gelden onder andere de volgende voorwaarden:

  • de onderneming is in Nederland gevestigd;
  • er worden kapitaalgoederen of gerelateerde diensten vanuit Nederland geëxporteerd of het gaat om een aannemer van bouwprojecten in het buitenland; en
  • het gaat om een risico dat een particuliere verzekeraar niet kan verzekeren.

De verruiming vanwege de coronacrisis houdt in dat:

  • dekking op kortlopende exportkredieten mogelijk wordt gemaakt;
  • indirecte exporttransacties in verzekering worden genomen;
  • het landenbeleid en de landenplafonds worden verruimd;
  • exportkredietgaranties op bestaande leningen worden verleend;
  • het gedekte percentage op contragaranties en werkkapitaaldekkingen wordt verhoogd;
  • het aanbetalingsvereiste van 5% vervalt; en
  • de werkprocessen worden versneld.

Een exportkredietverzekering wordt aangevraagd via ADSB (Atradius Dutch State Business, https://atradiusdutchstatebusiness.nl/nl/).

BL-C (land- en tuinbouwbedrijven)

Voor land- en tuinbouwbedrijven is er een borgstelling voor werkkapitaal onder de regeling Borgstelling MKB-landbouwkredieten (BL). Deze regeling lijkt op de GO-regeling. Met ingang van 18 maart 2020 zijn de mogelijkheden voor borgstelling verruimd met een borgstelling voor overbruggingskrediet (BL-C). Gezonde land- en tuinbouwbedrijven die door de coronacrisis worden getroffen, kunnen hierdoor gefinancierd blijven.

Het maximale borgstellingskrediet bedraagt per bedrijf € 1,2 miljoen. Met het BL-C-krediet kan nog eens € 300.000 extra worden gefinancierd. De maximale looptijd van het BL-C-krediet is vier jaar.

Zorgverzekeraars Nederland (zorgaanbieders/zorgverleners)

Vanaf 15 mei tot en met 14 juli 2020 konden zorgaanbieders (met of zonder zorgcontract) een maandelijkse continuïteitsbijdrage aanvragen. Vanaf 21 juli tot en met 21 augustus 2020 kan deze continuïteitsbijdrage verlengd worden. Voorwaarde om voor verlenging in aanmerking te komen, is dat de desbetreffende zorgaanbieder ook al in de eerste periode (dus tot en met 14 juli) een bijdrage heeft aangevraagd die is of wordt toegekend. De verlenging zelf moet opnieuw worden aangevraagd, dat kan vanaf 21 juli.

Voor de leveranciers van hulpmiddelen is de regeling met drie maanden verlengd tot 1 oktober 2020. Ook voor de aanbieders van wijkverpleging, geriatrische revalidatiezorg en eerstelijnsverblijf is de looptijd verlengd, en wel tot 1 november. Voor zittend ziekenvervoer is besloten de regeling met twee maanden te verlengen tot 1 september.

Voorwaarden aanvraag tot 14 juli 2020

Zorgaanbieders werken enorm hard om de coronacrisis zo goed mogelijk door te komen. Dit gaat gepaard met de inzet van extra middelen. Om te voorkomen dat hierdoor financiële problemen ontstaan, heeft Zorgverzekeraars Nederland (hierin zijn de zorgverzekeraars verenigd) beloofd zorgaanbieders financieel te ondersteunen in de vorm van een continuïteitsbijdrage. De bedoeling is voorts dat de extra kosten die vanwege de coronacrisis worden gemaakt, gedeclareerd kunnen worden en snel zullen worden vergoed. Zorgaanbieders die van deze regeling gebruik willen maken, mogen geen beroep op de algemene overheidsmaatregelen doen. Een uitzondering geldt voor de fiscale regelingen en voor het deel van de omzetdaling dat resteert na de bijdrage door Zorgverzekeraars Nederland. In zoverre mag dus wel een beroep op de algemene overheidsmaatregelen worden gedaan. Zorgverzekeraars Nederland heeft deze en alle overige voorwaarden op een rijtje gezet.

Zorgaanbieders die niet rechtstreeks betrokken zijn bij de zorg voor coronapatiënten, kunnen een maandelijkse continuïteitsbijdrage ontvangen. Dit geldt voor gecontracteerde en niet-gecontracteerde zorgaanbieders. Sinds 20 mei kunnen alle zorgaanbieders met een jaarlijkse omzet lager dan € 10 miljoen de bijdrage aanvragen. Dit loopt via VECOZO. Er geldt een terugwerkende kracht naar 1 maart. Met zorgaanbieders met een jaarlijkse omzet vanaf € 10 miljoen worden specifieke afspraken gemaakt.

Leverancierskrediet

Veel winkels en horecazaken worden bevoorraad op basis van leverancierskrediet. De leverancier verzekert zich daarmee van het feit dat hij betaald wordt. Omdat door de coronacrisis problemen ontstaan hiermee, herverzekert de overheid de overeenkomsten van de leveranties tot een bedrag van € 12 miljard. Daardoor kunnen ondernemingen bevoorraad blijven worden. Wel geldt voor de verzekeraars een eigen risico van 10% over het eerste miljard euro aan schade.

De herverzekering geldt voor geheel 2020. Verzekeraars konden zich tot 1 juli 2020 melden om deel te nemen aan de herverzekering.

Crowdfunding

Crowdfunding kan een aantrekkelijk alternatief vormen om extra liquiditeit te verkrijgen op de langere termijn. Nadeel is dat de voorbereiding tijd vergt, en succes is niet gegarandeerd.

Sale and lease back

Ook sale and lease back is interessant voor de langere termijn, omdat er veel liquiditeit mee gewonnen kan worden. Een onderneming verkoopt een pand of een ander activum en least dat weer terug. Hij ontvangt de verkoopopbrengst direct en betaalt gespreid in de tijd de leasetermijnen. Veel banken bieden deze mogelijkheid of kunnen doorverwijzen naar een partner.

“Subsidie”

Naast de ondersteuning bij kredietaanvragen wil de overheid de liquiditeit van ondernemingen ook vergroten door een soort van subsidies te betalen. Er zijn verschillende maatregelen.

Bbz (Tozo 3, zelfstandigen, ook dga’s)

Veel zelfstandigen derven door de coronacrisis inkomsten. Dit geldt bijvoorbeeld voor de culturele sector en de horeca. Daarom heeft de overheid een tijdelijke (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo)). De tijdelijke regeling is gebaseerd op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) en geldt sinds 1 maart 2020 (Tozo 1). Vanaf 1 juni tot en met 30 september 2020 geldt de Tozo 2, en van 1 oktober 2020 tot en met 30 juni 2021 de Tozo 3.

Het aanvragen van inkomensondersteuning op basis van de Tozo 3 kan vanaf 1 oktober 2020 en loopt via de gemeente, vaak digitaal. Is er al eerder een beroep gedaan op de Tozo 2, dan kan een verkorte aanvraagprocedure worden gevolgd. Er vindt geen automatische verlenging plaats.

Tozo 3 kan, in afwijking van Tozo 1 en Tozo 2, niet over de gehele aanvraagperiode met terugwerkende kracht worden aangevraagd. De uitkering levensonderhoud op basis van de Tozo 3 kan in de maanden oktober en november 2020 met terugwerkende tot maximaal 1 oktober 2020 aangevraagd worden. Vanaf 1 december 2020 kan de uitkering levensonderhoud op basis van Tozo 3 aangevraagd worden vanaf de 1e van de maand waarin de aanvraag is gedaan.

Gemeenten proberen binnen vier weken op een aanvraag te reageren. Lukt dat niet, dan kunnen ze een voorschot geven.

Voorwaarden

Op basis van de tijdelijke regeling kunnen zelfstandige ondernemers onder voorwaarden een aanvullende uitkering voor levensonderhoud aanvragen. Het inkomen kan hierdoor worden aangevuld tot het sociaal minimum. Het exacte bedrag van de uitkering hangt af van de samenstelling van het huishouden en het inkomen. Als een ondernemer ook inkomsten uit loondienst heeft, is er slechts recht op ondersteuning vanuit de Tozo tot aan het sociaal minimum.

Om van de regeling gebruik te kunnen maken, moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

  • het gaat om gevestigde zelfstandigen, vanaf achttien jaar tot de AOW-gerechtigde leeftijd;
  • de zelfstandige moet in Nederland wonen en rechtmatig in Nederland verblijven;
  • het moet gaan om een Nederlander of een daarmee gelijkgestelde;
  • het bedrijf of beroep moet in Nederland of in een andere EU-lidstaat worden uitgeoefend;
  • er moet worden voldaan aan de wettelijke vereisten voor de uitoefening van het eigen bedrijf;
  • de onderneming moet voor 1 januari 2020 zijn gestart en er moet aan het urencriterium worden voldaan;
  • de zelfstandige moet in de gemeente wonen waar de aanvullende inkomensondersteuning wordt aangevraagd; en
  • uit de partnerinkomenstoets moet volgen dat het huishoudinkomen niet boven het sociaal minimum uitkomt.

Op basis van het urencriterium moet er 1.225 uur per jaar voor de onderneming zijn gewerkt. Als een onderneming nog geen jaar geleden is gestart, moet in de periode voor 1 maart 2020 gemiddeld minimaal 24 uur per week voor de onderneming zijn gewerkt.

Via de overheidssite krijgiktozo.nl kan snel worden gecontroleerd of in een bepaalde situatie recht bestaat op toepassing van deze regeling. Bovendien verwijst deze site direct door naar de aanvraagsite voor Tozo van de van toepassing zijnde gemeente (de woonplaats van de ondernemer, niet de vestigingsplaats van de onderneming), nadat de postcode van de ondernemer is ingegeven. Dit voorkomt zoekwerk.

De tijdelijke regeling is gebaseerd op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz). Op basis van de tijdelijke regeling:

  • wordt binnen vier weken gedurende maximaal drie maanden inkomensondersteuning verstrekt (nu kan dat dertien weken duren ( art. 35 Bbz )); en
  • bedraagt de inkomensondersteuning maximaal € 1.500 netto per maand.

De inkomensondersteuning op basis van de tijdelijke regeling wordt om niet verstrekt, wat betekent dat deze dus niet terugbetaald hoeft te worden.

Bbz ( Tozo 2, zelfstandigen, ook dga’s)

Veel zelfstandigen derven door de coronacrisis inkomsten. Dit geldt bijvoorbeeld voor de culturele sector en de horeca. Daarom heeft de overheid een tijdelijke (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo)). De tijdelijke regeling is gebaseerd op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) en geldt sinds 1 maart 2020 (Tozo 1). Vanaf 1 juni tot en met 30 september 2020 geldt de Tozo 2, met enigszins aangepaste voorwaarden.

Het aanvragen van inkomensondersteuning op basis van de Tozo 2 kan sinds 1 juni en loopt via de gemeente, vaak digitaal. Is er al eerder een beroep gedaan op de Tozo 1, dan kan een verkorte aanvraagprocedure worden gevolgd. Er vindt geen automatische verlenging plaats.

Gemeenten proberen binnen vier weken op een aanvraag te reageren. Lukt dat niet, dan kunnen ze een voorschot geven.

Voorwaarden

Op basis van de tijdelijke regeling kunnen zelfstandige ondernemers onder voorwaarden een aanvullende uitkering voor levensonderhoud aanvragen. Het inkomen kan hierdoor worden aangevuld tot het sociaal minimum. Het exacte bedrag van de uitkering hangt af van de samenstelling van het huishouden en het inkomen. Als een ondernemer ook inkomsten uit loondienst heeft, is er slechts recht op ondersteuning vanuit de Tozo tot aan het sociaal minimum.

Om van de regeling gebruik te kunnen maken, moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

  • het gaat om gevestigde zelfstandigen, vanaf 18 jaar tot de AOW-gerechtigde leeftijd;
  • de zelfstandige moet in Nederland wonen en rechtmatig in Nederland verblijven;
  • het moet gaat om een Nederlander of een daarmee gelijkgestelde;
  • het bedrijf of beroep moet in Nederland of in een andere EU-lidstaat worden uitgeoefend;
  • er moet worden voldaan aan de wettelijke vereisten voor de uitoefening van het eigen bedrijf;
  • de onderneming moet voor 1 januari 2020 zijn gestart en er moet aan het urencriterium worden voldaan;
  • de zelfstandige moet in de gemeente wonen waar de aanvullende inkomensondersteuning wordt aangevraagd; en
  • uit de partnerinkomenstoets moet volgen dat het huishoudinkomen niet boven het sociaal minimum uitkomt.

Op basis van het urencriterium moet er 1.225 uur per jaar voor de onderneming zijn gewerkt. Als een onderneming nog geen jaar geleden is gestart, moet in de periode voor 1 maart 2020 gemiddeld minimaal 24 uur per week voor de onderneming zijn gewerkt.

Via de overheidssite krijgiktozo.nl kan snel worden gecontroleerd of in een bepaalde situatie recht bestaat op toepassing van deze regeling. Bovendien verwijst deze site direct door naar de aanvraagsite voor Tozo van de van toepassing zijnde gemeente (de woonplaats van de ondernemer, niet de vestigingsplaats van de onderneming), nadat de postcode van de ondernemer is ingegeven. Dit voorkomt zoekwerk.

De tijdelijke regeling is gebaseerd op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz). Op basis van de tijdelijke regeling:

  • wordt binnen vier weken gedurende maximaal drie maanden inkomensondersteuning verstrekt (nu kan dat 13 weken duren ( art. 35 Bbz )); en
  • bedraagt de inkomensondersteuning maximaal € 1.500 netto per maand.

De inkomensondersteuning op basis van de tijdelijke regeling wordt om niet verstrekt, wat betekent dat deze dus niet terugbetaald hoeft te worden.

Bbz ( Tozo 1, zelfstandigen, ook dga’s)

Het aanvragen van extra kapitaal via de Tozo 1 is niet meer mogelijk. De tijdelijke regeling gold vanaf 1 maart 2020 tot 1 juni 2020. Veel zelfstandigen derven door de coronacrisis inkomsten. Dit geldt bijvoorbeeld voor de culturele sector en de horeca. Daarom is de overheid met een tijdelijke ondersteuningsmaatregel (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo 1)) gekomen.

Gemeenten proberen binnen vier weken op een reeds ingediende aanvraag te reageren. Lukt dat niet, dan kunnen ze een voorschot geven.

Voorwaarden

Op basis van de Tozo 1 konden zelfstandige ondernemers onder voorwaarden een aanvullende uitkering voor levensonderhoud aanvragen. Het inkomen kan hierdoor worden aangevuld tot het sociaal minimum. Het exacte bedrag van de uitkering hangt af van de samenstelling van het huishouden en het inkomen. Als een ondernemer ook inkomsten uit loondienst heeft, is er slechts recht op ondersteuning vanuit de Tozo tot aan het sociaal minimum.

Om van de regeling gebruik te kunnen maken, moest aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

  • het gaat om gevestigde zelfstandigen, vanaf 18 jaar tot de AOW-gerechtigde leeftijd;
  • de zelfstandige moet in Nederland wonen en rechtmatig in Nederland verblijven;
  • het moet gaat om een Nederlander of een daarmee gelijkgestelde;
  • het bedrijf of beroep moet in Nederland of in een andere EU-lidstaat worden uitgeoefend;
  • er moet worden voldaan aan de wettelijke vereisten voor de uitoefening van het eigen bedrijf;
  • de onderneming moet voor 1 januari 2020 zijn gestart en er moet aan het urencriterium worden voldaan; en
  • de zelfstandige moet in de gemeente wonen waar de aanvullende inkomensondersteuning wordt aangevraagd.

Op basis van het urencriterium moet er 1.225 uur per jaar voor de onderneming zijn gewerkt. Als een onderneming nog geen jaar geleden is gestart, moet in de periode voor 1 maart 2020 gemiddeld minimaal 24 uur per week voor de onderneming zijn gewerkt.

Op basis van de Tozo 1:

  • wordt de toets op levensvatbaarheid van de onderneming niet toegepast, die in de reguliere regeling standaard is ( art. 2 Bbz );
  • wordt geen vermogens- of partnertoets toegepast, wat in de reguliere regeling wel gebeurt ( art. 3 Bbz );
  • wordt binnen vier weken gedurende maximaal drie maanden inkomensondersteuning verstrekt (nu kan dat 13 weken duren ( art. 35 Bbz )); en
  • bedraagt de inkomensondersteuning maximaal € 1.500 netto per maand.

De inkomensondersteuning op basis van de tijdelijke regeling wordt om niet verstrekt, wat betekent dat deze dus niet terugbetaald hoeft te worden.

Noodloket (TOGS)

Deze regeling is gesloten per 26 juni 2020. Ondernemingen die direct worden getroffen door de overheidsmaatregelen ter bestrijding van de coronacrisis, kregen een gift van € 4.000 (netto, zie onderdeel 10, Besluit noodmaatregelen coronacrisis) van de overheid. Hiervoor is de Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19 (TOGS) in het leven geroepen. Deze gold voor de ondernemingen die geen of nauwelijks omzet meer behalen als gevolg van de maatregelen, zoals alle eet- en drinkgelegenheden.

Voorwaarden

De voorwaarden voor toepassing van de TOGS waren als volgt:

  • de hoofd- of nevenactiviteit van de onderneming komt overeen met één van de activiteiten die is opgenomen in de beleidsregel (zie de website van de RVO, hierbij wordt uitgegaan van de SBI-code in het handelsregister, als deze code onjuist is kan hiervan melding worden gemaakt bij de RVO);
  • de onderneming heeft een fysieke inrichting buiten het eigen woonhuis, tenzij:
    1. het gaat om een eet- of drinkgelegenheid waar de eigenaar, huurder of pachter boven woont;

    2. het gaat om sectoren waarbij het kenmerkend is dat ondernemers een fysieke inrichting of fysieke productiemiddelen hebben buiten de woning, zoals auto- en motorrijschoolhouders;
    3. er een verklaring wordt ingediend waaruit blijkt dat de bedrijfsactiviteiten een zekere minimale omvang hebben;
  • de onderneming zal naar verwachting tussen 15 maart 2020 en 16 juni 2020 minstens € 4.000 omzetverlies lijden;
  • de vaste lasten bedragen in dezelfde periode minstens € 4.000;
  • de onderneming heeft maximaal 250 werknemers in dienst;
  • de onderneming is opgericht en ingeschreven bij de KvK op 15 maart 2020;
  • het gaat niet om een overheidsbedrijf;
  • de onderneming is niet failliet; en
  • er is geen verzoek tot verlening van surseance van betaling ingediend bij de rechtbank.

De TOGS geldt per onderneming die aan de voorwaarden voldoet. Als in een concern meerdere entiteiten aan de voorwaarden voldoen, kan voor elke entiteit de tegemoetkoming worden aangevraagd.

Als er op basis van de code van een nevenactiviteit TOGS kan worden aangevraagd, moet die nevenactiviteit voldoen aan de eis van het omzetverlies en de vaste lasten.

Wijze van aanvraag

De aanvraag van de tegemoetkoming op basis van de TOGS wordt online ingediend via de RVO-website. Dit kan tot uiterlijk 26 juni 2020, 17:00 uur. Als adviseur heb je een eHerkenningsmiddel en een machtiging van je klant nodig om dit te kunnen doen. In principe wordt binnen twee weken na de aanvraag een beslissing genomen. Vervolgens wordt, indien de tegemoetkoming wordt toegekend, binnen een paar dagen uitbetaald.

De aanvragen worden achteraf gecontroleerd. Als een aanvraag onterecht blijkt, wordt het bedrag teruggevorderd. Dit kan tot vijf jaar na de uitbetaling gebeuren.

Tegemoetkoming Vaste Lasten MKB (TVL)

De TVL is per 1 oktober 2020 op vier punten aangepast:

  1. De TVL is in drie periodes van drie maanden aan te vragen. Voor iedere periode moet de ondernemer een nieuwe aanvraag doen.
  2. Het bedrijf heeft minimaal € 3.000 aan vaste lasten in drie maanden (in plaats van € 4.000 in vier maanden).
  3. Het maximum subsidiebedrag wordt € 90.000 (in plaats van € 50.000).
  4. Na 1 januari 2021 wordt de TVL langzaam afgebouwd. De grens voor omzetverlies wordt dan in stappen verhoogd. Tot 31 december 2020 geldt nog de huidige grens van minimaal 30% omzetverlies.
  5. In de laatste periode van 2020 (Q4) is de regeling opengesteld voor alle sectoren.

Algemeen

De Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) helpt mkb-bedrijven (met maximaal 250 werknemers) met het betalen van een deel van hun vaste lasten in juni, juli, augustus en september 2020. De subsidie is voor bedrijven die meer dan 30% van hun omzet hebben verloren door de coronacrisis. Aanvragen kan één keer vanaf 30 juni 2020 om 12:00 uur bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) via www.rvo.nl/tvl. Bedrijven kunnen de subsidie tot uiterlijk 30 oktober 2020 aanvragen. De subsidie voor vaste lasten komt bovenop de tegemoetkoming in de loonkosten (NOW).

Tegemoetkoming

De tegemoetkoming wordt berekend met het totale omzetverlies en een percentage vaste lasten per sector. Het percentage vaste lasten per sector is bepaald met gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De berekening van de subsidie is:

Hoogte subsidie = Normale omzet x omzetverlies in % x aandeel vaste lasten in % x 50%.

Maximaal 50% van de vaste lasten wordt vergoed. De subsidie per bedrijf is minimaal € 1.000 en maximaal € 50.000.

Aanvullende tegemoetkoming voorraad- en aanpassingskosten horeca

Eet- en drinkgelegenheden, incl. nachtclubs en kantine-exploitanten kunnen aanspraak maken op een aanvullende subsidieregeling. Een deel van de horeca heeft door verscherping van overheidsmaatregelen op 15 oktober 2020 haar deuren noodgedwongen moeten sluiten. Dit terwijl de horeca kosten heeft gemaakt voor de (bederfelijke) voorraad in hun ijskast waar ze nu mee blijven zitten. Daarnaast heeft de horeca investeringen gedaan om ook in de winter met inachtneming van de gedragsregels omzet te kunnen maken.

De subsidie is gelijk aan circa 2¾ procent van de omzetderving voor eet- en drinkgelegenheden.

Voor de voorwaarden wordt aansluiting gezocht bij de voorwaarden en uitvoering van de TVL-subsidie.

Omdat de subsidie aansluit op de voorwaarden, openstelling en berekening van de TVL, hoeven horecaondernemers geen tweede aanvraag in te dienen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). Horecaondernemers kunnen naar verwachting vanaf medio november a.s. een TVL-subsidie aanvragen. De nieuwe subsidie voor voorraad- en aanpassingskosten wordt voor de horeca hierbij automatisch opgeteld.

Voorwaarden

De voorwaarden voor toepassing van de TVL zijn als volgt:

  • Het bedrijf heeft maximaal 250 werknemers. Dat is te zien aan de inschrijving in het KVK Handelsregister.
  • Het bedrijf heeft meer dan 30% omzet verloren door de coronacrisis.
  • Het bedrijf heeft minimaal € 4.000 aan vaste lasten. Het gaat om vaste lasten die steeds doorlopen, zoals huur, pacht, onderhoud, verzekeringen, vaste leasecontracten, afschrijving van apparatuur en abonnementen. Loonkosten en variabele kosten horen hier niet bij. Loonkosten worden gecompenseerd door de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW).
  • De SBI-code van het bedrijf staat op deze lijst met vastgestelde SBI-codes. In het laatste tijdvak van 2020 is de regeling tijdelijk opengesteld voor álle sectoren.
  • Het bedrijf is voor 15 maart 2020 opgericht en is ingeschreven in het KVK Handelsregister.
  • Het bedrijf heeft een vestiging in Nederland.
  • Minimaal één vestiging van het bedrijf heeft een ander adres dan het privéadres van de eigenaar/eigenaren. Of de vestiging staat los van de privéwoning en heeft een eigen opgang of toegang. Is dat laatste het geval, dan moet u bij uw aanvraag bewijs meesturen dat de vestiging los staat van de privéwoning en een eigen opgang of toegang heeft.
  • Uitgezonderd zijn horecaondernemingen met SBI-code 56.10.1, 56.10.2 en 56.30 en ambulante ondernemingen met SBI-code 47.81.1, 47.81.9, 47.82, 47.89.1, 47.89.2, 47.89.9, 49.39.1, 49.32, 50.10, 50.30, 85.53 of 93.21.2 (auto- en motorrijscholen, taxibedrijven, touringcar operators, markthandelaren, kermisexploitanten, passagiersvaart en veerdiensten). Bij deze ondernemingen mag het privéadres van de eigenaar/eigenaren wel gelijk zijn aan het vestigingsadres.
  • Wanneer een mkb-bedrijf 30% of meer omzet verliest voor zijn geregistreerde nevenactiviteit, wordt alleen het omzetverlies van de nevenactiviteit in de subsidieberekening meegenomen.
  • Mkb-ondernemingen die zelf produceren en daarbij een winkel hebben, komen alleen met het omzetverlies van de winkel in aanmerking voor de subsidie.
  • Het bedrijf is niet failliet en heeft geen uitstel van betaling aangevraagd bij de rechtbank.
  • Het bedrijf is geen overheidsbedrijf.

Evenementenbranchemodule

Er zijn bedrijven uit de evenementenindustrie die in TVL 1.0 subsidie hebben ontvangen, maar waarbij in het vierde kwartaal van 2019 de referentieomzet zo laag was dat ze niet aan de minimale voorwaarden van de TVL voldoen en daarom niet in aanmerking komen voor een nieuwe TVL Q4 2020-aanvraag. Voor deze bedrijven uit de evenementenindustrie is eenmalig een module ingericht.

Bedrijven komen voor deze module in aanmerking wanneer:

• Ze wel voor TVL 1.0 in aanmerking is gekomen, maar niet voor TVL Q4 2020 in aanmerking zal komen vanwege een te lage referentieomzet in het 4e kwartaal van 2019.

• Ze binnen een SBI-code valt die aangeduid is als evenement-gerelateerd.

• Ze kan aantonen minimaal één festival of evenement te hebben georganiseerd of voor haar omzet voor minimaal 70% afhankelijk te zijn van levering aan festivals of evenementen.

Wijze van aanvraag

Mkb-bedrijven kunnen de subsidie zelf aanvragen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) via www.rvo.nl/tvl. Voor de aanvraag is een eHerkenning niveau 1 (of hoger) of DigiD nodig. Bij gebruik van DigiD, moet de aanvrager degene zijn die bij KvK staat geregistreerd als eigenaar of bestuurder van het bedrijf. De eigenaar of bestuurder kan de subsidie voor zijn onderneming zelf aanvragen of dit door een intermediair laten doen. Er zijn vier subsidieperiodes. Bedrijven die aan de voorwaarden van de TVL voldoen, moeten voor iedere periode een nieuwe TVL-aanvraag doen bij de RVO:

  • TVL subsidieperiode 1 loopt nog tot en met 30 september 2020.
  • TVL subsidieperiode 2 start op 1 oktober 2020 en loopt tot en met 31 december 2020. Aanvragen kan vanaf 1 oktober 2020 tot uiterlijk 29 januari 2021.
  • TVL subsidieperiode 3 start op 1 januari t/m 31 maart 2021.
  • TVL subsidieperiode 4 start op 1 april t/m 30 juni 2021.

Tijdelijke overbruggingsregeling voor Flexibele Arbeidskrachten (TOFA)

De aanvraagperiode loopt tot 26 juli 2020. De TOFA is bedoeld voor flexwerkers die minimaal de helft van hun inkomsten zijn kwijtgeraakt en die geen uitkering kunnen krijgen. Dit zijn bijvoorbeeld werknemers met een nul-urencontract, uitzendkrachten en studenten met een bijbaan.

Tegemoetkoming

Wie voldoet aan de voorwaarden voor de regeling kan een eenmalige tegemoetkoming van € 1.650 bruto (dat is € 550 bruto per maand) krijgen voor de periode maart, april en mei 2020.

Voorwaarden

Om de tegemoetkoming TOFA te krijgen, gelden de volgende voorwaarden:

  • de aanvrager was op 1 april 2020 minstens 18 jaar en had de AOW-gerechtigde leeftijd op dat moment nog niet bereikt;
  • het sv-loon over februari 2020 bedroeg minimaal € 400;
  • het sv-loon over maart 2020 bedroeg minimaal € 1;
  • het sv-loon over april 2020 was maximaal € 550 en minimaal 50% lager dan het sv-loon over februari 2020;
  • de aanvrager kreeg over april 2020 geen uitkering en geen andere tegemoetkoming in zijn inkomsten;
  • de aanvrager heeft de tegemoetkoming TOFA nodig voor kosten voor levensonderhoud.

Wijze van aanvraag

Wie voldoet aan de voorwaarden kan de tegemoetkoming TOFA aanvragen met het formulier Aanvragen tegemoetkoming TOFA. Hiervoor is een DigiD nodig. De aanvraagperiode loopt van maandag 22 juni tot en met zondag 26 juli 2020.

Regeling tegemoetkoming land- en tuinbouwondernemers

Deze regeling is gesloten per 18 juni 2020. Tot die datum was er een speciale tegemoetkoming voor de land- en tuinbouwsector ( Regeling tegemoetkoming land- en tuinbouwondernemers COVID-19 ). De sierteeltsector, delen van de voedingstuinbouw en telers van fritesaardappelen kunnen deze tegemoetkoming aanvragen. Om in aanmerking te komen, moest een onderneming tussen 12 maart en 11 juni 2020 meer dan 30% van de omzet of de brutowinst hebben verloren. Voor fritesaardappeltelers geldt als voorwaarde dat zij van 16 maart tot en met 31 augustus 2020 hun producten niet kunnen verkopen.

Meer informatie over de regeling voor de sierteelt en de voedingstuinbouw is hier te vinden. Voor fritesaardappeltelers is hier meer informatie opgenomen.

Steunfonds voor lokale en regionale media

Er is een speciaal steunfonds opgericht voor lokale en regionale media. Afhankelijk van de grootte van hun oplage en bereik ontvingen zij een bijdrage tussen de € 4.000 en enkele tienduizenden euro’s.

De aanvraag kon van 11 tot en met 19 april en van 22 juni tot en met 5 juli worden ingediend bij het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek (https://www.svdj.nl/).

Sportverenigingen (TASO)

Ook sportverenigingen worden geraakt door de coronacrisis en krijgen daarom financiële ondersteuning. Deze bestaat uit een eenmalige tegemoetkoming van maximaal € 3.500.

Tegemoetkoming

De tegemoetkoming is afhankelijk van de doorlopende lasten van de aanvrager en bedraagt:

Doorlopende lasten

Tegemoetkoming (forfaitair)

€ 501 t/m € 1.500

€ 1.500

€ 1.501 t/m € 2.500

€ 2.500

€ 2.501 t/m € 3.999

€ 3.500

Het beschikbare bedrag voor het verstrekken van tegemoetkomingen bedraagt € 44.500.000. Bij overschrijding van dit bedrag wordt door middel van loting, van de aanvragen die in de aanvraagperiode zijn ontvangen, bepaald welke aanvragen voor een tegemoetkoming worden gehonoreerd.

Voorwaarden

Een amateursportorganisatie komt voor een eenmalige tegemoetkoming in aanmerking als het in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020 en/of 1 juni 2020 tot en met 31 augustus 2020 ten minste 20% aan omzet heeft verloren. Daarbij mag de organisatie, in het kader van de uitbraak van COVID-19, geen andere tegemoetkoming (TOGS) voor doorlopende lasten hebben ontvangen.

Wijze van aanvraag

Sportorganisaties kunnen de tegemoetkoming aanvragen met een door de minister vastgesteld formulier via https://www.dus-i.nl/. De aanvraag voor een tegemoetkoming kan worden ingediend in de periode van 1 september 2020 tot en met 4 oktober 2020. Binnen acht weken na sluiting van de aanvraagperiode wordt er beslist op de aanvraag.

Muziekindustrie

Deze regeling is gesloten per 30 juni 2020. Om de Nederlandse muziekindustrie tijdens de coronacrisis te helpen was een noodfonds (Noodfonds Muziek) opgericht. Via noodfondsmuziek.nl kon een aanvraag worden ingediend. Auteurs, componisten en uitgevers die lid zijn van Buma en/of aangesloten zijn bij Stemra en musici en producenten die rechthebbende zijn van Sena komen onder voorwaarden in aanmerking voor een bijdrage uit het noodfonds. Er geldt een inkomenstoets over de jaren 2018 en 2019. De bijdrage ligt tussen de € 400 en € 4.000 en wordt naar verwachting eind juli uitbetaald.

Schenkingen

Ondernemers kunnen ondersteund worden door donaties vanuit familie, vrienden, bekenden of derden. Voor een ondernemer is dit uiteraard een welkome aanvulling, maar er dient wel rekening te worden gehouden met de mogelijke verschuldigdheid van schenkbelasting. De vrijstellingen van schenkbelasting kunnen hierbij eventueel uitkomst bieden ( art. 33 SW ).

Toeslagen

Wijzigen of aanvragen

Als het inkomen van ondernemers terugloopt als gevolg van de coronacrisis, ontstaat er mogelijk recht op toeslagen. Was er al recht op toeslagen, dan kan er recht ontstaan op meer toeslag. Adviseurs kunnen aanvragen of wijzigingen van kinderopvangtoeslag voor hun cliënten indienen via hun softwarepakket, mits zij daartoe specifiek gemachtigd zijn. Ondernemers kunnen ook zelf een aanvraag of wijziging indienen. Zij loggen daarvoor in op ‘Mijn toeslagen’ via de site van de Belastingdienst.

Kinderopvangtoeslag

Voor de kinderopvangtoeslag geldt dat deze gewoon doorloopt zolang de factuur voor de kinderopvang volledig is betaald. Het maakt niet uit dat de opvang tijdelijk niet daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.

De overheid heeft voorts aangegeven de eigen bijdrage van ouders voor niet-benutte kinderopvang te compenseren. Ook tijdens de gedeeltelijke openstelling van basisscholen en BSO vanaf 11 mei compenseert de overheid de eigen bijdrage. Vanaf 8 juni wordt er niets meer vergoed, vanwege het volledig openen van de kinderopvang.

In eerste instantie was het voorstel om de compensatie uit te betalen aan de kinderopvangorganisaties. Zij zouden het door ouders te veel betaalde bedrag vervolgens overmaken aan de ouders. Inmiddels is echter, vanwege de privacy en de lasten voor ouders, besloten de uitbetaling rechtstreeks aan de ouders te laten toekomen. Dit gebeurt via de SVB, naar verwachting in juli. Kinderopvangorganisaties zijn wel verantwoordelijk voor de vergoeding van de eigen bijdrage boven de maximale uurprijs.

Debiteurenbeheer

Een goed debiteurenbeheer kan ervoor zorgen dat een onderneming meer liquide middelen ter beschikking krijgt. Er zijn diverse mogelijkheden om de liquiditeit te verbeteren.

Factureren

Een goed debiteurenbeheer begint bij het tijdig versturen van facturen. Door meteen na een levering te factureren en facturen niet op te sparen tot het einde van de week of maand, komt er sneller geld binnen. Bij facturatie per mail, ontvangt de klant de factuur nog sneller.

De standaardbetalingstermijn in Nederland is 30 dagen. Ondernemers die gebruik maken van een betalingstermijn van 30 dagen kunnen overwegen om een kortere betalingstermijn te hanteren van bijvoorbeeld 14 of 7 dagen. Dit dienen zij natuurlijk vooraf wel kenbaar te maken aan hun klanten. Bij aanpassing van de betalingstermijnen, moeten waarschijnlijk ook de algemene voorwaarden en offertes worden aangepast.

Om de liquiditeit snel te verbeteren kan ook een betalingskorting aangeboden worden bij snelle betaling, bijvoorbeeld in de vorm van een percentage of een vast bedrag. Een betalingskorting gaat wel ten koste van de winstmarge.

Aanbetaling of termijnbetaling

Het is niet ongebruikelijk om een aanbetaling aan klanten te vragen, zeker als er materialen e.d. moeten worden voorgefinancierd. Bij grotere projecten kunnen ook tussentijds facturen worden verstuurd. Dit heeft diverse voordelen, zoals de mogelijkheid om sneller in te grijpen als een betaling niet wordt voldaan en het eerder beschikken over het geld. Daarbij is het voor de klant vaak makkelijker om meerdere kleinere bedragen gespreid te betalen dan een groot bedrag ineens.

Betaling bij levering

Betaling bij levering kan heel eenvoudig door een betaalverzoek aan te maken via internetbankieren. Dit betaalverzoek kan vervolgens gedeeld worden via e-mail, sms, WhatsApp e.d. Een andere manier is bijvoorbeeld om een pinapparaat aan te schaffen.

Debiteurenlijst bewaken

Het is ook aan te raden om geregeld de debiteurenlijst door te lopen en telefonisch contact op te nemen met klanten die niet binnen de betalingstermijn hebben betaald. Zo is meteen duidelijk waarom een factuur nog niet betaald is. Wanbetalers moeten altijd een aanmaning ontvangen. Zo staat vast dat de klant juridisch gezien in verzuim is. Dat is niet alleen belangrijk voor de incassokosten, maar ook voor eventuele latere juridische stappen.

Zodra het zeker is dat een vordering (gedeeltelijk) oninbaar is, is het mogelijk de reeds afgedragen btw terug te vragen in de btw-aangifte over het tijdvak waarin de oninbaarheid is ontstaan. Een vordering wordt in ieder geval als oninbaar aangemerkt uiterlijk een jaar na het verstrijken van de uiterste betaaltermijn. Is er geen betalingstermijn vastgelegd, dan geldt de wettelijke betalingstermijn van 30 dagen na ontvangst van de factuur door de klant.

Overzicht Steunpakket Tozo 3.0

Tozo 2.0 loopt 1 oktober 2020 af. Steun blijft van belang voor behoud van werk en inkomen en voor sectoren die het zwaarst getroffen worden. Tozo 3.0 loopt vanaf 1 oktober 2020 tot 1 juli 2021.

Overzicht 'Steun- en herstelpakket voor arbeidsmarkt en economie' vanaf 1 oktober 2020

Overzicht steun- en herstelpakket voor economie en arbeidsmarkt naar aanleiding van bekendmakingen van het kabinet over het steun- en herstelpakket op 28 augustus 2020.

Liquiditeitsplanning

Een ondernemer zal de financiële kant van zijn onderneming in de gaten moeten houden. Welke inkomsten verwacht hij de komende tijd? En welke uitgaven?

E-debiteuren

Deze rekentool houdt de vervaldata van de gemaakte facturen in de gaten.

Voorziening dubieuze debiteuren

Iedere ondernemer wordt vroeg of laat geconfronteerd met een afnemer die niet kan betalen. Voor dit risico kan fiscaal een voorziening worden gevormd, de zogenoemde 'voorziening voor dubieuze debiteuren'.

Overzicht data en termijnen coronamaatregelen

De overheid biedt op diverse vlakken ondersteuning aan ondernemingen om de coronacrisis door te komen. Dit document geeft een overzicht van de verschillende regelingen, de periode waarin ze gelden en de periode waar ze aangevraagd kunnen worden. Ook is opgenomen op welke wijze een aanvraag voor de betreffende regelingen kan worden ingediend.

Aanvraag TVL Q4 open vanaf 25 november (24 november 2020)

Verlenging kredietregelingen tot eind juni 2021 (17 november 2020)

€ 482 miljoen voor makers en artiesten (16 november 2020)

Gebrekkige informatie over individuele steun bedrijven (13 november 2020)

Herverzekering leverancierskrediet langer nodig (13 november 2020)

Kamer vindt steunpakket onvoldoende (3 november 2020)

Ondernemersorganisaties willen meer steun voor ondernemers (3 november 2020)

Gaat het geld uit EU-coronafonds aan Nederland voorbij? (2 november 2020)

Financiering is voor veel mkb-ondernemers een probleem (30 oktober 2020)

Aanvullingen op derde steunpakket (27 oktober 2020)

Extra steun voor meer sectoren (23 oktober 2020)

Termijn verzoek tegemoetkoming land- en tuinbouwondernemers COVID-19 verlengd tot 30 november 2020 (21 oktober 2020)

Start-ups vroegen massaal om steun, de overheid zei ook massaal ‘nee’ (16 oktober 2020)

Kabinet kijkt naar extra steun voor getroffen sectoren (15 oktober 2020)

‘Extra steun hard nodig voor getroffen ondernemers’ (14 oktober 2020)

Europese Commissie verlengt regeling voor staatssteun tijdens coronacrisis (13 oktober 2020)

Besluit uitstel vermogenstoets Tozo gepubliceerd (12 oktober 2020)

Uitstel beperkte vermogenstoets Tozo tot april 2021 (1 oktober 2020)

Besluit noodmaatregelen coronacrisis geactualiseerd (30 september 2020)

Maatregel herverzekering leverancierskredieten verlengd (30 september 2020)

Derde steunpakket aangenomen door Tweede Kamer (29 september 2020)

Beleidsregel tegemoetkoming verhuurders sportaccommodaties (16 september 2020)

Kabinet: geen TOZO voor in buitenland wonende ondernemer (9 september 2020)

Corona-compensatie voor ouders die zelf kinderopvang betalen (3 september 2020)

Vaststellingsperiode tegemoetkomingen agrarische sector verlengd (2 september 2020)

Extra geld voor lokale voorzieningen (31 augustus 2020)

TVL ook open voor intermediairs (31 augustus 2020)

Extra geld voor culturele sector (28 augustus 2020)

Derde steunpakket coronacrisis (28 augustus 2020)

Regeling voor flexwerkers is geen maatwerk (27 augustus 2020)

Ook steun voor kleinschalige kust- en binnenvisserij (27 augustus 2020)

‘Derde steunpakket loopt door in 2021’ (26 augustus 2020)

Kamerbrief besluitvormingsproces vervolg huidige steunpakket (14 juli 2020)

Tegemoetkoming amateursportorganisaties in coronatijd (14 juli 2020)

Banken speuren naar fraude met coronasubsidies (30 juni 2020)

Aanvraag TVL vanaf 30 juni (29 juni 2020)

Fiscale voorwaarden bij individuele steun bedrijven (19 juni 2020)

Besluit noodmaatregelen coronacrisis geactualiseerd (18 juni 2020)

Nederland wil drastische aanpassing plannen herstelfonds EC (17 juni 2020)

Uitbreiding lijst SBI-codes (17 juni 2020)

Regeling voor culturele sector gepubliceerd (15 uni 2020)

Steun voor ov-bedrijven (5 juni 2020)

Garantstelling overheid herverzekering leverancierskredieten 90% (2 juni 2020)

Crisis of niet: doorgaan met factureren (29 mei 2020)

Tijdelijke verlaging maximale kredietvergoeding (19 mei 2020)

Loket voor grensondernemers voor aanvragen lening bedrijfskapitaal (18 mei 2020)

‘Strengere voorwaarden Tozo-regeling’ (15 mei 2020)

Engelstalige corona-informatie voor ondernemers (13 mei 2020)

Extra overbruggingskrediet kleine bedrijven (8 mei 2020)

Criteria kredietregelingen versoepeld (28 april 2020)

Antwoorden op Kamervragen Tozo (15 april 2020)

Verruiming garantstelling overheid voor kredietverstrekking door banken aan (middel)grote ondernemers (27 maart 2020)

Verruiming exportkredietverzekeringen (26 maart 2020)