Middelen aantrekken

drs. Gied J.J.M. Jaspars

Door de coronacrisis hebben ondernemingen behoefte aan extra liquide middelen. De overheid ondersteunt ondernemingen hierbij door het verkrijgen van kredieten te vergemakkelijken. Ook zijn er vanwege de coronacrisis speciale maatregelen getroffen om ondernemingen te ‘subsidiëren’. Daarnaast is het voor sommige ondernemers mogelijk om extra middelen te verkrijgen door toeslagen aan te vragen of hun recht op toeslagen te wijzigen. De steunmaatregelen voor ondernemers die zijn getroffen door de coronacrisis, zijn ook van toepassing op ondernemers die zijn getroffen door de watersnood.

check Bijgewerkt tot 30 juli 2021

spiralbound Practice note

Krediet

Vanwege de coronacrisis hebben veel ondernemingen behoefte aan extra liquiditeit. De overheid wil ondernemingen hierin tegemoetkomen door op diverse manieren de kredietverstrekking te vergemakkelijken.

Tozo 5, zelfstandigen (ook dga’s)

Het aanvragen van extra krediet op basis van de Tozo 5 kan van 1 juli tot en met 30 september 2021 en loopt via de gemeente, vaak digitaal. Is er al eerder een beroep gedaan op de Tozo 4, dan kan een verkorte aanvraagprocedure worden gevolgd. Er vindt geen automatische verlenging plaats.

Gemeenten proberen binnen vier weken op een aanvraag te reageren. Lukt dat niet, dan kunnen ze een voorschot geven. Gemeenten bieden extra dienstverlening aan zelfstandig ondernemers, zoals bij- of omscholing en heroriëntatie.

Extra bedrijfskapitaal

Op basis van de tijdelijke regeling:

  • kan versneld een lening voor bedrijfskapitaal worden aangevraagd;
  • bedraagt de lening voor de Tozo 1 t/m 5 gezamenlijk maximaal € 10.157; en
  • zal het rentepercentage voor die lening lager dan gebruikelijk worden vastgesteld, namelijk op 2% in plaats van 8%.

De maximale looptijd van de lening is vijf jaar. Tot 1 januari 2022 hoeft er nog niet te worden afgelost. Voor de lening bedrijfskapitaal is uitstel van de aflossingsverplichting mogelijk op basis van individuele omstandigheden.

Voorwaarden

Om van de regeling gebruik te kunnen maken, moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

  • het gaat om gevestigde zelfstandigen, vanaf achttien jaar (inclusief zelfstandigen die de AOW-gerechtigde leeftijd reeds hebben bereikt);
  • de zelfstandige moet in Nederland of in een andere EU-lidstaat wonen en daar rechtmatig verblijven;
  • het bedrijf of beroep moet in Nederland worden uitgeoefend;
  • er moet worden voldaan aan de wettelijke vereisten voor de uitoefening van het eigen bedrijf;
  • het krediet bedraagt voor de Tozo 1, Tozo 2, Tozo 3, Tozo 4 en Tozo 5 gezamenlijk maximaal € 10.157;
  • de onderneming moet voor 17 maart 2020 zijn gestart;
  • er moet over 2019 aan het urencriterium zijn voldaan;
  • een directeur-grootaandeelhouder (DGA) moet alleen of samen met de andere in de BV werkzame directeuren, meer dan 50% van de aandelen bezitten;
  • de zelfstandige moet verklaren dat er geen surseance van betaling of faillissement is aangevraagd voor hemzelf, de onderneming of een vennoot waarmee wordt samengewerkt.

Op basis van het urencriterium moet er 1.225 uur per jaar voor de onderneming zijn gewerkt. Als een onderneming nog geen jaar geleden is gestart, moet in de periode voor 1 maart 2020 gemiddeld minimaal 24 uur per week voor de onderneming zijn gewerkt.

Via de overheidssite krijgiktozo.nl kan snel worden gecontroleerd of in een bepaalde situatie recht bestaat op toepassing van deze regeling. Bovendien verwijst deze site direct door naar de aanvraagsite voor Tozo van de van toepassing zijnde gemeente. Dit voorkomt zoekwerk.

Bbz

De Tozo is verlengd tot 1 oktober 2021. Dat betekent niet dat na die datum de ondersteuning voor zelfstandige ondernemers wegvalt. Het Bbz blijft als vangnet dienen voor de groep zelfstandigen. Met het Bbz kan de ondernemer ondersteuning krijgen voor bijstand voor levensonderhoud en voor bedrijfskapitaal. Dat kan zowel voor ondernemers met een levensvatbaar bedrijf, als voor ondernemers die hun bedrijf willen beëindigen.

Tozo 4, zelfstandigen (ook dga’s)

Het aanvragen van extra krediet op basis van de Tozo 4 kan van 1 april tot en met 30 juni 2021 en loopt via de gemeente, vaak digitaal. Is er al eerder een beroep gedaan op de Tozo 3, dan kan een verkorte aanvraagprocedure worden gevolgd. Er vindt geen automatische verlenging plaats.

Gemeenten proberen binnen vier weken op een aanvraag te reageren. Lukt dat niet, dan kunnen ze een voorschot geven. Gemeenten bieden extra dienstverlening aan zelfstandig ondernemers, zoals bij- of omscholing en heroriëntatie.

Extra bedrijfskapitaal

Op basis van de tijdelijke regeling:

  • kan versneld een lening voor bedrijfskapitaal worden aangevraagd;
  • bedraagt de lening voor de Tozo 1, Tozo 2, Tozo 3 en Tozo 4 gezamenlijk maximaal € 10.157; en
  • zal het rentepercentage voor die lening lager dan gebruikelijk worden vastgesteld, namelijk op 2% in plaats van 8%.

De maximale looptijd van de lening is vijf jaar. Tot 1 januari 2022 hoeft er nog niet te worden afgelost. Voor de lening bedrijfskapitaal is uitstel van de aflossingsverplichting mogelijk op basis van individuele omstandigheden.

Voorwaarden

Om van de regeling gebruik te kunnen maken, moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

  • het gaat om gevestigde zelfstandigen, vanaf achttien jaar (inclusief zelfstandigen die de AOW-gerechtigde leeftijd reeds hebben bereikt);
  • de zelfstandige moet in Nederland of in een andere EU-lidstaat wonen en daar rechtmatig verblijven;
  • het bedrijf of beroep moet in Nederland worden uitgeoefend;
  • er moet worden voldaan aan de wettelijke vereisten voor de uitoefening van het eigen bedrijf;
  • het krediet bedraagt voor de Tozo 1, Tozo 2, Tozo 3 en Tozo 4 gezamenlijk maximaal € 10.157;
  • de onderneming moet voor 17 maart 2020 zijn gestart;
  • er moet over 2019 aan het urencriterium zijn voldaan;
  • een directeur-grootaandeelhouder (DGA) moet alleen of samen met de andere in de BV werkzame directeuren, meer dan 50% van de aandelen bezitten;
  • de zelfstandige moet verklaren dat er geen surseance van betaling of faillissement is aangevraagd voor hemzelf, de onderneming of een vennoot waarmee wordt samengewerkt.

Op basis van het urencriterium moet er 1.225 uur per jaar voor de onderneming zijn gewerkt. Als een onderneming nog geen jaar geleden is gestart, moet in de periode voor 1 maart 2020 gemiddeld minimaal 24 uur per week voor de onderneming zijn gewerkt.

Via de overheidssite krijgiktozo.nl kan snel worden gecontroleerd of in een bepaalde situatie recht bestaat op toepassing van deze regeling. Bovendien verwijst deze site direct door naar de aanvraagsite voor Tozo van de van toepassing zijnde gemeente. Dit voorkomt zoekwerk.

Tozo 3, zelfstandigen (ook dga’s)

Het aanvragen van extra krediet op basis van de Tozo 3 kon van 1 oktober 2020 tot 1 april 2021 via de gemeente. Is er al eerder een beroep gedaan op de Tozo 2, dan kan een verkorte aanvraagprocedure worden gevolgd. Er vindt geen automatische verlenging plaats.

Gemeenten proberen binnen vier weken op een aanvraag te reageren. Lukt dat niet, dan kunnen ze een voorschot geven. Gemeenten bieden extra dienstverlening aan zelfstandig ondernemers, zoals bij- of omscholing en heroriëntatie.

Extra bedrijfskapitaal

Op basis van de tijdelijke regeling:

  • kan versneld een lening voor bedrijfskapitaal worden aangevraagd;
  • bedraagt de lening voor de Tozo 1, Tozo 2 en de Tozo 3 gezamenlijk maximaal € 10.157; en
  • zal het rentepercentage voor die lening lager dan gebruikelijk worden vastgesteld, namelijk op 2% in plaats van 8%.

De maximale looptijd van de lening is vijf jaar. Tot 1 januari 2022 hoeft er nog niet te worden afgelost. Voor de lening bedrijfskapitaal is uitstel van de aflossingsverplichting mogelijk op basis van individuele omstandigheden.

Voorwaarden

Om van de regeling gebruik te kunnen maken, moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

  • het gaat om gevestigde zelfstandigen, vanaf achttien jaar (inclusief zelfstandigen die de AOW-gerechtigde leeftijd reeds hebben bereikt);
  • de zelfstandige moet in Nederland of in een andere EU-lidstaat wonen en daar rechtmatig verblijven;
  • het bedrijf of beroep moet in Nederland worden uitgeoefend;
  • er moet worden voldaan aan de wettelijke vereisten voor de uitoefening van het eigen bedrijf;
  • het krediet bedraagt voor de Tozo 1, Tozo 2 en de Tozo 3 gezamenlijk maximaal € 10.157;
  • de onderneming moet voor 1 januari 2020 zijn gestart en er moet aan het urencriterium worden voldaan;
  • de zelfstandige moet verklaren dat er geen surseance van betaling of faillissement is aangevraagd voor hemzelf, de onderneming of een vennoot waarmee wordt samengewerkt.

Op basis van het urencriterium moet er 1.225 uur per jaar voor de onderneming zijn gewerkt. Als een onderneming nog geen jaar geleden is gestart, moet in de periode voor 1 maart 2020 gemiddeld minimaal 24 uur per week voor de onderneming zijn gewerkt.

Via de overheidssite krijgiktozo.nl kan snel worden gecontroleerd of in een bepaalde situatie recht bestaat op toepassing van deze regeling. Bovendien verwijst deze site direct door naar de aanvraagsite voor Tozo van de van toepassing zijnde gemeente. Dit voorkomt zoekwerk.

Tozo 2, zelfstandigen (ook dga’s)

Zelfstandige ondernemers kunnen op basis van een tijdelijke regeling extra bedrijfskapitaal aanvragen (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo)). De tijdelijke regeling is gebaseerd op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) en geldt sinds 1 maart 2020 (Tozo 1). Vanaf 1 juni 2020 geldt de Tozo 2, met enigszins aangepaste voorwaarden.

Het aanvragen van extra krediet op basis van de Tozo 2 kan sinds 1 juni en loopt via de gemeente, vaak digitaal. Is er al eerder een beroep gedaan op de Tozo 1, dan kan een verkorte aanvraagprocedure worden gevolgd. Er vindt geen automatische verlenging plaats.

Gemeenten proberen binnen vier weken op een aanvraag te reageren. Lukt dat niet, dan kunnen ze een voorschot geven.

Extra bedrijfskapitaal

Op basis van de tijdelijke regeling:

  • kan versneld een lening voor bedrijfskapitaal van maximaal € 10.157 worden aangevraagd; en
  • zal het rentepercentage voor die lening lager dan gebruikelijk worden vastgesteld, namelijk op 2% in plaats van 8%.

De maximale looptijd van de lening is vijf jaar. Tot 1 januari 2022 hoeft er nog niet te worden afgelost.

Voorwaarden

Om van de regeling gebruik te kunnen maken, moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

  • het gaat om gevestigde zelfstandigen, vanaf 18 jaar (inclusief zelfstandigen die de AOW-gerechtigde leeftijd reeds hebben bereikt);
  • de zelfstandige moet in Nederland of in een andere EU-lidstaat wonen en daar rechtmatig verblijven;
  • het bedrijf of beroep moet in Nederland worden uitgeoefend;
  • er moet worden voldaan aan de wettelijke vereisten voor de uitoefening van het eigen bedrijf;
  • het krediet bedraagt voor de Tozo 1 en de Tozo 2 gezamenlijk maximaal € 10.157;
  • de onderneming moet voor 1 januari 2020 zijn gestart en er moet aan het urencriterium worden voldaan; en
  • de zelfstandige moet verklaren dat er geen surseance van betaling of faillissement is aangevraagd voor hemzelf, de onderneming of een vennoot waarmee wordt samengewerkt.

Op basis van het urencriterium moet er 1.225 uur per jaar voor de onderneming zijn gewerkt. Als een onderneming nog geen jaar geleden is gestart, moet in de periode voor 1 maart 2020 gemiddeld minimaal 24 uur per week voor de onderneming zijn gewerkt.

Via de overheidssite krijgiktozo.nl kan snel worden gecontroleerd of in een bepaalde situatie recht bestaat op toepassing van deze regeling. Bovendien verwijst deze site direct door naar de aanvraagsite voor Tozo van de van toepassing zijnde gemeente. Dit voorkomt zoekwerk.

Tozo 1, zelfstandigen (ook dga’s)

Het aanvragen van extra kapitaal via de Tozo 1 is niet meer mogelijk. Zelfstandige ondernemers konden op basis van een tijdelijke regeling extra bedrijfskapitaal aanvragen (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo 1)). De tijdelijke regeling, gebaseerd op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz), gold vanaf 1 maart 2020 tot 1 juni 2020.

Gemeenten proberen binnen vier weken op een reeds ingediende aanvraag te reageren. Lukt dat niet, dan kunnen ze een voorschot geven.

Extra bedrijfskapitaal

Op basis van de Tozo 1:

  • wordt de toets op levensvatbaarheid van de onderneming niet toegepast, die in de reguliere regeling standaard is ( art. 2 Bbz );
  • wordt geen vermogens- of partnertoets toegepast, wat in de reguliere regeling wel gebeurt ( art. 3 Bbz );
  • kon versneld een lening voor bedrijfskapitaal van maximaal € 10.157 worden aangevraagd; en
  • zal het rentepercentage voor de lening lager dan gebruikelijk zijn vastgesteld, namelijk op 2% in plaats van 8%.

De maximale looptijd van de lening is vijf jaar. Tot 1 januari 2022 hoeft er nog niet te worden afgelost.

Voorwaarden

Om van de regeling gebruik te kunnen maken, moest aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

  • het gaat om gevestigde zelfstandigen, vanaf 18 jaar (inclusief zelfstandigen die de AOW-gerechtigde leeftijd reeds hebben bereikt);
  • de zelfstandige moet in Nederland of in een andere EU-lidstaat wonen en daar rechtmatig verblijven;
  • het bedrijf of beroep moet in Nederland worden uitgeoefend;
  • er moet worden voldaan aan de wettelijke vereisten voor de uitoefening van het eigen bedrijf;
  • de onderneming moet voor 1 januari 2020 zijn gestart en er moet aan het urencriterium worden voldaan; en
  • de zelfstandige moet in de gemeente wonen waar de aanvullende inkomensondersteuning is aangevraagd.

Op basis van het urencriterium moet er 1.225 uur per jaar voor de onderneming zijn gewerkt. Als een onderneming nog geen jaar geleden is gestart, moet in de periode voor 1 maart 2020 gemiddeld minimaal 24 uur per week voor de onderneming zijn gewerkt.

BMKB (MKB-ondernemers)

De extra, verruimde of meer toegankelijke kredietverlening en -garanties aan kleine en middelgrote bedrijven voor voldoende liquiditeit, zoals BMKB-C, blijven beschikbaar tot eind 2021.

De Borgstelling MKB-Kredieten (BMKB) ondersteunt ondernemers bij het verkrijgen van leningen. Dat gebeurt door het onderpand voor een lening te vergroten. De BMKB is bedoeld voor ondernemingen met maximaal 250 (fte) werknemers en een jaaromzet tot € 50 miljoen of een balanstotaal tot € 43 miljoen.

Vanwege de coronacrisis is er sinds 16 maart een tijdelijke maatregel voor de BMKB. Bedrijven die, de coronacrisis buiten beschouwing gelaten, financieel gezond zijn, kunnen een borgstellingskrediet van 75% in plaats van 50% verkrijgen. Verder is de premie verlaagd van 3,9% naar 2% bij een looptijd tot en met twee jaar en naar 3% bij een looptijd tot en met vier jaar. Hierdoor kunnen ondernemers gemakkelijker en sneller een krediet verkrijgen.

Gebruikmaken van de BMKB kan door contact op te nemen met de kredietverstrekker van de onderneming. De kredietverstrekker meldt zich bij de RVO. Zowel bancaire als niet-bancaire kredietverstrekkers kunnen dit doen.

Corona-Overbruggingslening (startups, scale-ups en innovatieve MKB-ondernemingen)

De overheid wil het ook voor startups en scale-ups die getroffen worden door de coronacrisis mogelijk maken om een overbruggingskrediet aan te vragen. Dit gaat via de Corona-Overbruggingslening (COL). De Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) voeren deze regeling uit.

De ROM’s verstrekken leningen van € 50.000 tot € 2 miljoen. Bij bedragen boven € 250.000 wordt verwacht dat de aandeelhouders of andere investeerders 25% cofinancieren. Het rentetarief bedraagt 3% (+ een premium van 2% per jaar bij leningen boven € 500.000). De looptijd is in beginsel drie jaar.

De COL is verlengd tot en met 30 juni 2021. De COL kan worden aangevraagd via ROM-Nederland. Er is nog een laatste mogelijkheid om een COL aan te vragen en de indiendatum is 16 mei 2021. Na deze datum is het niet meer mogelijk een COL aan te vragen.

GO-C (ondernemingen)

De extra, verruimde of meer toegankelijke kredietverlening en -garanties aan kleine en middelgrote bedrijven voor voldoende liquiditeit, zoals de Garantie Ondernemersfinanciering (GO-C), blijven zeker tot en met 15 december 2021 beschikbaar.

Als ondernemingen problemen hebben om bankleningen en bankgaranties te verkrijgen, kunnen zij gebruikmaken van de Garantie Ondernemingsfinanciering corona (GO-C-regeling). De bank krijgt dan een 80%-garantie op een lening voor grootbedrijven en een 90%-garantie op een lening voor het MKB, waardoor het risico wordt verkleind. Banken verstrekken daardoor sneller een lening aan ondernemers.

Het garantiebudget van de GO-regeling wordt verhoogd naar € 10 miljard. Het maximum per onderneming wordt verhoogd van € 50 miljoen naar € 150 miljoen.

Klein Krediet Corona garantieregeling (KKC)

De extra, verruimde of meer toegankelijke kredietverlening en -garanties aan kleine en middelgrote bedrijven voor voldoende liquiditeit, zoals KKC, blijft zeker tot en met 31 december 2021 beschikbaar.

Het kabinet helpt ook ondernemingen met een relatief kleine financieringsbehoefte. Daarom is de KKC geïntroduceerd. Daarmee kunnen ondernemingen kredieten aanvragen van € 10.000 tot € 50.000. De ondernemingen moeten minimaal € 50.000 omzet behalen, sinds 1 januari 2019 zijn ingeschreven in het handelsregister en voor de coronacrisis voldoende winstgevend zijn geweest. Kredietverstrekkers die een dergelijke kredietaanvraag honoreren krijgen een overheidsgarantie van 95%. De looptijd van kredieten onder de KKC bedraagt maximaal vijf jaar.

De KKC kan worden aangevraagd via de kredietverstrekker. Leningen die sinds 7 mei 2020 zijn verstrekt en voldoen aan de voorwaarden van de regeling kunnen worden geherfinancierd tegen de voorwaarden van de KKC. De regeling is goedgekeurd door de Europese Commissie (EC).

Exportkredietverzekeringen

De coronacrisis heeft een aanzienlijke invloed op de internationale handel. Om de handel zoveel mogelijk in stand te houden, verruimt de overheid de mogelijkheden voor exportkredietverzekeringen. Met een exportkredietverzekering kan een onderneming zich verzekeren tegen het risico dat klanten niet betalen. Dit geldt voor transacties vanaf circa € 200.000. De dekking ligt tussen de 90 en 98%. De verzekering betaalt doorgaans na verloop van de wachttermijn van drie maanden vanaf de vervaldatum van de factuur.

Voor de exportkredietverzekering van de overheid gelden onder andere de volgende voorwaarden:

  • de onderneming is in Nederland gevestigd;
  • er worden kapitaalgoederen of gerelateerde diensten vanuit Nederland geëxporteerd of het gaat om een aannemer van bouwprojecten in het buitenland; en
  • het gaat om een risico dat een particuliere verzekeraar niet kan verzekeren.

De verruiming vanwege de coronacrisis houdt in dat:

  • dekking op kortlopende exportkredieten mogelijk wordt gemaakt;
  • indirecte exporttransacties in verzekering worden genomen;
  • het landenbeleid en de landenplafonds worden verruimd;
  • exportkredietgaranties op bestaande leningen worden verleend;
  • het gedekte percentage op contragaranties en werkkapitaaldekkingen wordt verhoogd;
  • het aanbetalingsvereiste van 5% vervalt; en
  • de werkprocessen worden versneld.

Een exportkredietverzekering wordt aangevraagd via ADSB (Atradius Dutch State Business).

BL-C (Land- en tuinbouwbedrijven)

Voor land- en tuinbouwbedrijven is er een borgstelling voor werkkapitaal onder de regeling Borgstelling MKB-landbouwkredieten (BL). Deze regeling lijkt op de GO-regeling. Met ingang van 18 maart 2020 zijn de mogelijkheden voor borgstelling verruimd met een borgstelling voor overbruggingskrediet (BL-C). Gezonde land- en tuinbouwbedrijven die door de coronacrisis worden getroffen, kunnen hierdoor gefinancierd blijven.

Het maximale borgstellingskrediet bedraagt per bedrijf € 1,2 miljoen. Met het BL-C-krediet kan nog eens € 300.000 extra worden gefinancierd. De maximale looptijd van het BL-C-krediet is vier jaar.

Crowdfunding

Crowdfunding kan een aantrekkelijk alternatief vormen om extra liquiditeit te verkrijgen op de langere termijn. Nadeel is dat de voorbereiding tijd vergt, en succes is niet gegarandeerd.

Sale and lease back

Ook sale and lease back is interessant voor de langere termijn, omdat er veel liquiditeit mee gewonnen kan worden. Een onderneming verkoopt een pand of een ander activum en least dat weer terug. Hij ontvangt de verkoopopbrengst direct en betaalt gespreid in de tijd de leasetermijnen. Veel banken bieden deze mogelijkheid of kunnen doorverwijzen naar een partner.

“Subsidie”

Naast de ondersteuning bij kredietaanvragen wil de overheid de liquiditeit van ondernemingen ook vergroten door een soort van subsidies te betalen. Er zijn verschillende maatregelen.

Tozo 5, zelfstandigen (ook dga’s)

Veel zelfstandigen derven inkomsten door de coronacrisis. Dit geldt bijvoorbeeld voor de culturele sector en de horeca. Daarom heeft de overheid een tijdelijke regeling (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo)). De tijdelijke regeling is gebaseerd op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) en geldt sinds 1 maart 2020 (Tozo 1). Vanaf 1 juni tot en met 30 september 2020 geldt de Tozo 2, van 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021 de Tozo 3, van 1 april 2021 tot en met 30 juni 2021 de Tozo 4 en van 1 juli 2021 tot en met 30 september 2021 geldt Tozo 5.

Het aanvragen van inkomensondersteuning op basis van de Tozo 5 kan vanaf 1 juli 2021 en loopt via de gemeente, vaak digitaal. Is er al eerder een beroep gedaan op de Tozo 4, dan kan een verkorte aanvraagprocedure worden gevolgd. Er vindt geen automatische verlenging plaats.

Tozo 5 kan niet over de gehele aanvraagperiode met terugwerkende kracht worden aangevraagd. De uitkering levensonderhoud kan met terugwerkende worden aangevraagd voor de huidige en de voorafgaande maand (maar niet eerder dan 1 juli). Op 15 september 2021 kan een ondernemer de Tozo-uitkering dus aanvragen vanaf 1 augustus 2021.

Gemeenten proberen binnen vier weken op een aanvraag te reageren. Lukt dat niet, dan kunnen ze een voorschot geven.

Voorwaarden

Op basis van de tijdelijke regeling kunnen zelfstandige ondernemers onder voorwaarden een aanvullende uitkering voor levensonderhoud aanvragen. Het inkomen kan hierdoor worden aangevuld tot het sociaal minimum. Het exacte bedrag van de uitkering hangt af van de samenstelling van het huishouden en het inkomen. Als een ondernemer ook inkomsten uit loondienst heeft, is er slechts recht op ondersteuning vanuit de Tozo tot aan het sociaal minimum.

Om van de regeling gebruik te kunnen maken, moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

  • het gaat om gevestigde zelfstandigen, vanaf achttien jaar (inclusief zelfstandigen die de AOW-gerechtigde leeftijd reeds hebben bereikt);
  • de zelfstandige moet in Nederland of in een andere EU-lidstaat wonen en daar rechtmatig verblijven;
  • het bedrijf of beroep moet in Nederland worden uitgeoefend;
  • er moet worden voldaan aan de wettelijke vereisten voor de uitoefening van het eigen bedrijf;
  • het krediet bedraagt voor de Tozo 1, Tozo 2, Tozo 3 en Tozo 4 gezamenlijk maximaal € 10.157;
  • de onderneming moet voor 17 maart 2020 zijn gestart;
  • er moet over 2019 aan het urencriterium zijn voldaan;
  • een directeur-grootaandeelhouder (DGA) moet alleen of samen met de andere in de BV werkzame directeuren, meer dan 50% van de aandelen bezitten;
  • de zelfstandige moet verklaren dat er geen surseance van betaling of faillissement is aangevraagd voor hemzelf, de onderneming of een vennoot waarmee wordt samengewerkt.

Op basis van het urencriterium moet er 1.225 uur per jaar voor de onderneming zijn gewerkt. Als een onderneming nog geen jaar geleden is gestart, moet in de periode voor 1 maart 2020 gemiddeld minimaal 24 uur per week voor de onderneming zijn gewerkt.

Via de overheidssite krijgiktozo.nl kan snel worden gecontroleerd of in een bepaalde situatie recht bestaat op toepassing van deze regeling. Bovendien verwijst deze website direct door naar de aanvraagsite voor Tozo van de van toepassing zijnde gemeente (de woonplaats van de ondernemer, niet de vestigingsplaats van de onderneming), nadat de postcode van de ondernemer is ingegeven. Dit voorkomt zoekwerk.

De tijdelijke regeling is gebaseerd op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz). Op basis van de tijdelijke regeling wordt binnen vier weken gedurende maximaal drie maanden inkomensondersteuning verstrekt (nu kan dat dertien weken duren ( art. 35 Bbz )). De inkomensondersteuning op basis van de tijdelijke regeling wordt om niet verstrekt, wat betekent dat deze dus niet terugbetaald hoeft te worden.

Tozo kent vanaf 1 januari 2021 de volgende normbedragen voor personen boven de 21 jaar:

  • alleenstaande, bij een leeftijd tussen de 21 jaar en AOW-leeftijd: € 1.075,44;
  • gehuwden en daarmee gelijkgestelden waarvan beide echtgenoten tussen de 21 jaar en AOW-leeftijd zijn: € 1.536,34;
  • gehuwden en daarmee gelijkgestelden waarvan 1 echtgenoot tussen de 21 jaar en AOW-leeftijd is en 1 echtgenoot ouder is dan de AOW-leeftijd: € 1.620,74.

Jongerennormen, zonder kinderen (vanaf 1 januari 2021):

  • alleenstaande, bij een leeftijd van 18, 19 of 20 jaar: € 265,49;
  • gehuwden en daarmee gelijkgestelden waarvan beide echtgenoten 18, 19 of 20 jaar zijn: € 530,98;
  • gehuwden en daarmee gelijkgestelden waarvan 1 echtgenoot 18, 19 of 20 jaar is en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder: € 1.033,66.

Jongerennorm, met kinderen (vanaf 1 januari 2021):

  • alleenstaande ouder, indien hij 18, 19 of 20 jaar is: € 265,49;
  • gehuwden en daarmee gelijkgestelden waarvan beide echtgenoten 18, 19 of 20 jaar zijn: € 838,25;
  • gehuwden en daarmee gelijkgestelden waarvan 1 echtgenoot 18, 19 of 20 jaar is en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder: € 1.340,93.

Tozo 4, zelfstandigen (ook dga’s)

Veel zelfstandigen derven inkomsten door de coronacrisis. Dit geldt bijvoorbeeld voor de culturele sector en de horeca. Daarom heeft de overheid een tijdelijke regeling (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo)). De tijdelijke regeling is gebaseerd op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) en geldt sinds 1 maart 2020 (Tozo 1). Vanaf 1 juni tot en met 30 september 2020 geldt de Tozo 2, van 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021 de Tozo 3 en van 1 april 2021 tot en met 30 juni 2021 de Tozo 4.

Het aanvragen van inkomensondersteuning op basis van de Tozo 4 kan vanaf 1 mei 2020 en loopt via de gemeente, vaak digitaal. Is er al eerder een beroep gedaan op de Tozo 3, dan kan een verkorte aanvraagprocedure worden gevolgd. Er vindt geen automatische verlenging plaats.

Tozo 4 kan niet over de gehele aanvraagperiode met terugwerkende kracht worden aangevraagd. De uitkering levensonderhoud kan met terugwerkende worden aangevraagd voor de huidige en de voorafgaande maand. Op 15 mei 2021 kan een ondernemer de Tozo-uitkering dus aanvragen vanaf 1 april 2021.

Gemeenten proberen binnen vier weken op een aanvraag te reageren. Lukt dat niet, dan kunnen ze een voorschot geven.

Voorwaarden

Op basis van de tijdelijke regeling kunnen zelfstandige ondernemers onder voorwaarden een aanvullende uitkering voor levensonderhoud aanvragen. Het inkomen kan hierdoor worden aangevuld tot het sociaal minimum. Het exacte bedrag van de uitkering hangt af van de samenstelling van het huishouden en het inkomen. Als een ondernemer ook inkomsten uit loondienst heeft, is er slechts recht op ondersteuning vanuit de Tozo tot aan het sociaal minimum.

Om van de regeling gebruik te kunnen maken, moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

  • het gaat om gevestigde zelfstandigen, vanaf achttien jaar (inclusief zelfstandigen die de AOW-gerechtigde leeftijd reeds hebben bereikt);
  • de zelfstandige moet in Nederland of in een andere EU-lidstaat wonen en daar rechtmatig verblijven;
  • het bedrijf of beroep moet in Nederland worden uitgeoefend;
  • er moet worden voldaan aan de wettelijke vereisten voor de uitoefening van het eigen bedrijf;
  • het krediet bedraagt voor de Tozo 1, Tozo 2, Tozo 3 en Tozo 4 gezamenlijk maximaal € 10.157;
  • de onderneming moet voor 17 maart 2020 zijn gestart;
  • er moet over 2019 aan het urencriterium zijn voldaan;
  • een directeur-grootaandeelhouder (DGA) moet alleen of samen met de andere in de BV werkzame directeuren, meer dan 50% van de aandelen bezitten;
  • de zelfstandige moet verklaren dat er geen surseance van betaling of faillissement is aangevraagd voor hemzelf, de onderneming of een vennoot waarmee wordt samengewerkt.

Op basis van het urencriterium moet er 1.225 uur per jaar voor de onderneming zijn gewerkt. Als een onderneming nog geen jaar geleden is gestart, moet in de periode voor 1 maart 2020 gemiddeld minimaal 24 uur per week voor de onderneming zijn gewerkt.

Via de overheidssite krijgiktozo.nl kan snel worden gecontroleerd of in een bepaalde situatie recht bestaat op toepassing van deze regeling. Bovendien verwijst deze website direct door naar de aanvraagsite voor Tozo van de van toepassing zijnde gemeente (de woonplaats van de ondernemer, niet de vestigingsplaats van de onderneming), nadat de postcode van de ondernemer is ingegeven. Dit voorkomt zoekwerk.

De tijdelijke regeling is gebaseerd op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz). Op basis van de tijdelijke regeling wordt binnen vier weken gedurende maximaal drie maanden inkomensondersteuning verstrekt (nu kan dat dertien weken duren ( art. 35 Bbz )). De inkomensondersteuning op basis van de tijdelijke regeling wordt om niet verstrekt, wat betekent dat deze dus niet terugbetaald hoeft te worden.

Tozo kent vanaf 1 januari 2021 de volgende normbedragen voor personen boven de 21 jaar:

  • alleenstaande, bij een leeftijd tussen de 21 jaar en AOW-leeftijd: € 1.075,44;
  • gehuwden en daarmee gelijkgestelden waarvan beide echtgenoten tussen de 21 jaar en AOW-leeftijd zijn: € 1.536,34;
  • gehuwden en daarmee gelijkgestelden waarvan 1 echtgenoot tussen de 21 jaar en AOW-leeftijd is en 1 echtgenoot ouder is dan de AOW-leeftijd: € 1.620,74.

Tozo 3, zelfstandigen (ook dga’s)

Veel zelfstandigen derven door de coronacrisis inkomsten. Dit geldt bijvoorbeeld voor de culturele sector en de horeca. Daarom heeft de overheid een tijdelijke (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo)). De tijdelijke regeling is gebaseerd op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) en geldt sinds 1 maart 2020 (Tozo 1). Vanaf 1 juni tot en met 30 september 2020 geldt de Tozo 2, en van 1 oktober 2020 tot en met 30 juni 2021 de Tozo 3.

Het aanvragen van inkomensondersteuning op basis van de Tozo 3 kan vanaf 1 oktober 2020 en loopt via de gemeente, vaak digitaal. Is er al eerder een beroep gedaan op de Tozo 2, dan kan een verkorte aanvraagprocedure worden gevolgd. Er vindt geen automatische verlenging plaats.

Tozo 3 kan, in afwijking van Tozo 1 en Tozo 2, niet over de gehele aanvraagperiode met terugwerkende kracht worden aangevraagd. De uitkering levensonderhoud op basis van de Tozo 3 kan in de maanden oktober en november 2020 met terugwerkende tot maximaal 1 oktober 2020 aangevraagd worden. Vanaf 1 december 2020 kan de uitkering levensonderhoud op basis van Tozo 3 aangevraagd worden vanaf de 1e van de maand waarin de aanvraag is gedaan. Vanaf 1 februari 2021 geldt dat de Tozo 3-uitkering kan worden aangevraagd voor de huidige en de voorafgaande maand. Op 1 februari 2021 kan een ondernemer de Tozo-uitkering dus aanvragen vanaf 1 januari 2021.

Gemeenten proberen binnen vier weken op een aanvraag te reageren. Lukt dat niet, dan kunnen ze een voorschot geven.

Voorwaarden

Op basis van de tijdelijke regeling kunnen zelfstandige ondernemers onder voorwaarden een aanvullende uitkering voor levensonderhoud aanvragen. Het inkomen kan hierdoor worden aangevuld tot het sociaal minimum. Het exacte bedrag van de uitkering hangt af van de samenstelling van het huishouden en het inkomen. Als een ondernemer ook inkomsten uit loondienst heeft, is er slechts recht op ondersteuning vanuit de Tozo tot aan het sociaal minimum.

Om van de regeling gebruik te kunnen maken, moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

  • het gaat om gevestigde zelfstandigen, vanaf achttien jaar tot de AOW-gerechtigde leeftijd;
  • de zelfstandige moet in Nederland wonen en rechtmatig in Nederland verblijven;
  • het moet gaan om een Nederlander of een daarmee gelijkgestelde;
  • het bedrijf of beroep moet in Nederland of in een andere EU-lidstaat worden uitgeoefend;
  • er moet worden voldaan aan de wettelijke vereisten voor de uitoefening van het eigen bedrijf;
  • de onderneming moet voor 1 januari 2020 zijn gestart en er moet aan het urencriterium worden voldaan;
  • de zelfstandige moet in de gemeente wonen waar de aanvullende inkomensondersteuning wordt aangevraagd; en
  • uit de partnerinkomenstoets moet volgen dat het huishoudinkomen niet boven het sociaal minimum uitkomt.

Op basis van het urencriterium moet er 1.225 uur per jaar voor de onderneming zijn gewerkt. Als een onderneming nog geen jaar geleden is gestart, moet in de periode voor 1 maart 2020 gemiddeld minimaal 24 uur per week voor de onderneming zijn gewerkt.

Via de overheidssite krijgiktozo.nl kan snel worden gecontroleerd of in een bepaalde situatie recht bestaat op toepassing van deze regeling. Bovendien verwijst deze site direct door naar de aanvraagsite voor Tozo van de van toepassing zijnde gemeente (de woonplaats van de ondernemer, niet de vestigingsplaats van de onderneming), nadat de postcode van de ondernemer is ingegeven. Dit voorkomt zoekwerk.

De tijdelijke regeling is gebaseerd op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz). Op basis van de tijdelijke regeling:

  • wordt binnen vier weken gedurende maximaal drie maanden inkomensondersteuning verstrekt (nu kan dat dertien weken duren ( art. 35 Bbz )); en
  • bedraagt de inkomensondersteuning maximaal € 1.500 netto per maand.

De inkomensondersteuning op basis van de tijdelijke regeling wordt om niet verstrekt, wat betekent dat deze dus niet terugbetaald hoeft te worden.

Tozo kent vanaf 1 januari 2021 de volgende normbedragen voor personen boven de 21 jaar:

  • alleenstaande, bij een leeftijd tussen de 21 jaar en AOW-leeftijd: € 1.075,44;
  • gehuwden en daarmee gelijkgestelden waarvan beide echtgenoten tussen de 21 jaar en AOW-leeftijd zijn: € 1.536,34;
  • gehuwden en daarmee gelijkgestelden waarvan 1 echtgenoot tussen de 21 jaar en AOW-leeftijd is en 1 echtgenoot ouder is dan de AOW-leeftijd: € 1.620,74.

Tozo 2, zelfstandigen (ook dga’s)

Veel zelfstandigen derven door de coronacrisis inkomsten. Dit geldt bijvoorbeeld voor de culturele sector en de horeca. Daarom heeft de overheid een tijdelijke (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo)). De tijdelijke regeling is gebaseerd op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) en geldt sinds 1 maart 2020 (Tozo 1). Vanaf 1 juni tot en met 30 september 2020 geldt de Tozo 2, met enigszins aangepaste voorwaarden.

Het aanvragen van inkomensondersteuning op basis van de Tozo 2 kan sinds 1 juni en loopt via de gemeente, vaak digitaal. Is er al eerder een beroep gedaan op de Tozo 1, dan kan een verkorte aanvraagprocedure worden gevolgd. Er vindt geen automatische verlenging plaats.

Gemeenten proberen binnen vier weken op een aanvraag te reageren. Lukt dat niet, dan kunnen ze een voorschot geven.

Voorwaarden

Op basis van de tijdelijke regeling kunnen zelfstandige ondernemers onder voorwaarden een aanvullende uitkering voor levensonderhoud aanvragen. Het inkomen kan hierdoor worden aangevuld tot het sociaal minimum. Het exacte bedrag van de uitkering hangt af van de samenstelling van het huishouden en het inkomen. Als een ondernemer ook inkomsten uit loondienst heeft, is er slechts recht op ondersteuning vanuit de Tozo tot aan het sociaal minimum.

Om van de regeling gebruik te kunnen maken, moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

  • het gaat om gevestigde zelfstandigen, vanaf 18 jaar tot de AOW-gerechtigde leeftijd;
  • de zelfstandige moet in Nederland wonen en rechtmatig in Nederland verblijven;
  • het moet gaat om een Nederlander of een daarmee gelijkgestelde;
  • het bedrijf of beroep moet in Nederland of in een andere EU-lidstaat worden uitgeoefend;
  • er moet worden voldaan aan de wettelijke vereisten voor de uitoefening van het eigen bedrijf;
  • de onderneming moet voor 1 januari 2020 zijn gestart en er moet aan het urencriterium worden voldaan;
  • de zelfstandige moet in de gemeente wonen waar de aanvullende inkomensondersteuning wordt aangevraagd; en
  • uit de partnerinkomenstoets moet volgen dat het huishoudinkomen niet boven het sociaal minimum uitkomt.

Op basis van het urencriterium moet er 1.225 uur per jaar voor de onderneming zijn gewerkt. Als een onderneming nog geen jaar geleden is gestart, moet in de periode voor 1 maart 2020 gemiddeld minimaal 24 uur per week voor de onderneming zijn gewerkt.

Via de overheidssite krijgiktozo.nl kan snel worden gecontroleerd of in een bepaalde situatie recht bestaat op toepassing van deze regeling. Bovendien verwijst deze site direct door naar de aanvraagsite voor Tozo van de van toepassing zijnde gemeente (de woonplaats van de ondernemer, niet de vestigingsplaats van de onderneming), nadat de postcode van de ondernemer is ingegeven. Dit voorkomt zoekwerk.

De tijdelijke regeling is gebaseerd op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz). Op basis van de tijdelijke regeling:

  • wordt binnen vier weken gedurende maximaal drie maanden inkomensondersteuning verstrekt (nu kan dat 13 weken duren ( art. 35 Bbz )); en
  • bedraagt de inkomensondersteuning maximaal € 1.500 netto per maand.

De inkomensondersteuning op basis van de tijdelijke regeling wordt om niet verstrekt, wat betekent dat deze dus niet terugbetaald hoeft te worden.

Tozo 1, zelfstandigen (ook dga’s)

Het aanvragen van extra kapitaal via de Tozo 1 is niet meer mogelijk. De tijdelijke regeling gold vanaf 1 maart 2020 tot 1 juni 2020. Veel zelfstandigen derven door de coronacrisis inkomsten. Dit geldt bijvoorbeeld voor de culturele sector en de horeca. Daarom is de overheid met een tijdelijke ondersteuningsmaatregel (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo 1)) gekomen.

Gemeenten proberen binnen vier weken op een reeds ingediende aanvraag te reageren. Lukt dat niet, dan kunnen ze een voorschot geven.

Voorwaarden

Op basis van de Tozo 1 konden zelfstandige ondernemers onder voorwaarden een aanvullende uitkering voor levensonderhoud aanvragen. Het inkomen kan hierdoor worden aangevuld tot het sociaal minimum. Het exacte bedrag van de uitkering hangt af van de samenstelling van het huishouden en het inkomen. Als een ondernemer ook inkomsten uit loondienst heeft, is er slechts recht op ondersteuning vanuit de Tozo tot aan het sociaal minimum.

Om van de regeling gebruik te kunnen maken, moest aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

  • het gaat om gevestigde zelfstandigen, vanaf 18 jaar tot de AOW-gerechtigde leeftijd;
  • de zelfstandige moet in Nederland wonen en rechtmatig in Nederland verblijven;
  • het moet gaat om een Nederlander of een daarmee gelijkgestelde;
  • het bedrijf of beroep moet in Nederland of in een andere EU-lidstaat worden uitgeoefend;
  • er moet worden voldaan aan de wettelijke vereisten voor de uitoefening van het eigen bedrijf;
  • de onderneming moet voor 1 januari 2020 zijn gestart en er moet aan het urencriterium worden voldaan; en
  • de zelfstandige moet in de gemeente wonen waar de aanvullende inkomensondersteuning wordt aangevraagd.

Op basis van het urencriterium moet er 1.225 uur per jaar voor de onderneming zijn gewerkt. Als een onderneming nog geen jaar geleden is gestart, moet in de periode voor 1 maart 2020 gemiddeld minimaal 24 uur per week voor de onderneming zijn gewerkt.

Op basis van de Tozo 1:

  • wordt de toets op levensvatbaarheid van de onderneming niet toegepast, die in de reguliere regeling standaard is ( art. 2 Bbz );
  • wordt geen vermogens- of partnertoets toegepast, wat in de reguliere regeling wel gebeurt ( art. 3 Bbz );
  • wordt binnen vier weken gedurende maximaal drie maanden inkomensondersteuning verstrekt (nu kan dat 13 weken duren ( art. 35 Bbz )); en
  • bedraagt de inkomensondersteuning maximaal € 1.500 netto per maand.

De inkomensondersteuning op basis van de tijdelijke regeling wordt om niet verstrekt, wat betekent dat deze dus niet terugbetaald hoeft te worden.

Tegemoetkoming Vaste Lasten MKB (TVL)

Algemeen

De Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) helpt bedrijven met het betalen van een deel van hun vaste lasten in juni, juli, augustus en september 2020, het vierde kwartaal (Q4) van 2020, het eerste (Q1), tweede (Q2) en derde (Q3) kwartaal 2021. De regeling vervalt met ingang van 1 januari 2022, maar blijft van toepassing op subsidies die voor 1 januari 2022 zijn verleend.

De subsidie is voor bedrijven die meer dan 30% van hun omzet hebben verloren door de coronacrisis. De subsidie voor vaste lasten komt bovenop de tegemoetkoming in de loonkosten (NOW). De grens van maximaal 250 medewerkers is in 2021 losgelaten.

De TVL is aan te vragen door alle bedrijven in Nederland. Ook door niet-mkb bedrijven. Aanvragen kan bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) via www.rvo.nl/tvl. Aanvragen TVL Q2 2021 kan sinds 25 juni.

Bedrijven konden de subsidie voor de eerste periode tot uiterlijk 30 oktober 2020 aanvragen. Aanvragen TVL Q4 2020 kon tot en met 29 januari 2021. Aanvragen TVL Q1 2021 kon tot 18 mei 2021. Ondernemers die een Tegemoetkoming Vaste lasten (TVL) Q1 2021 hebben aangevraagd, ontvangen vanaf medio juli 2021 per e-mail het vaststellingsverzoek, waarmee ze de werkelijke omzet kunnen doorgeven. De deadline voor het doorgeven van de werkelijke omzet van TVL Q4 2020 sluit op 1 september 2021. Dit was eigenlijk 1 juli 2021. Met de werkelijke omzet bepaalt Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) de definitieve subsidie.

Tegemoetkoming

De tegemoetkoming wordt berekend met het totale omzetverlies en een percentage vaste lasten per sector. Het percentage vaste lasten per sector is bepaald met gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De berekening van de subsidie is:

Hoogte subsidie = Normale omzet (A) x omzetverlies in % (B) x aandeel vaste kosten van de omzet in % (C) x subsidie in % (D).

In 2020 liep het vergoedingspercentage op van 50% (bij 30% omzetverlies) naar 70% (bij 100% omzetverlies). In Q1 2021 bedraagt het subsidiepercentage voor een ieder en onafhankelijk van het omzetverlies 85%. In Q2 2021 bedraagt het subsidiepercentage maximaal 100%.

De subsidie per bedrijf bedroeg in 2020 minimaal € 1.000 en maximaal € 90.000. In 2021 bedraagt het minimum € 1.500 en het maximum € 550.000. Voor bedrijven met meer dan 250 werknemers bedraagt het maximum € 600.000.

Aanvullende tegemoetkoming voorraad- en aanpassingskosten horeca (HVA)

De HVA opslag was bedoeld om kosten voor de bederfelijke voorraad en extra gemaakte aanpassingen aan 1,5 meter door de plotselinge horecasluiting in oktober 2020 op te vangen. Hoewel de coronabeperkingen voortduren, hebben ondernemers deze kosten niet opnieuw hoeven maken. De noodzaak voor de HVA opslag is hiermee weg. Bovendien hebben gesloten eet- en drinkgelegenheden de mogelijkheid om via afhaal en bezorging omzet te maken. Voor de doorlopende kosten kunnen gesloten eet- en drinkgelegenheden terecht bij de reguliere TVL Q1 2021 en de NOW.

Regeling subsidie financiering ongedekte vaste kosten land- en tuinbouwbedrijven COVID-19 (OVK)

De OVK heeft als doel om de maxima van het steunpakket voor de primaire landbouwbedrijven gelijk te trekken met die van niet-landbouwbedrijven. De OVK is uitdrukkelijk bedoeld als een aanvulling op de TVL. Daarom zullen agrarische ondernemers eerst de reguliere TVL moeten uitputten. Dat de volledige TVL wordt uitgeput door de subsidieaanvrager, is een toelatingseis voor deze regeling.

De OVK staat toe om één keer subsidie aan te vragen voor zowel het eerste als het tweede kwartaal van 2021. Bedrijven kunnen, gedeeltelijk via de TVL, aanspraak maken op maximaal € 550.000 per kwartaal voor mkb-bedrijven en € 600.000 per kwartaal voor grote bedrijven. Van deze maxima wordt de, in dat kwartaal, al aangevraagde reguliere TVL afgetrokken. Dus als de OVK in het tweede kwartaal wordt aangevraagd en er in dat kwartaal ook nog € 150.000 reguliere TVL kon worden aangevraagd dan is de maximale subsidie onder de OVK € 400.000. De subsidie voor deze twee kwartalen waarvoor OVK kan worden aangevraagd, wordt in één keer verleend.

Bij het vaststellen van de ongedekte vaste kosten zal worden gekeken naar de kosten die land- en tuinbouwbedrijven maken voor het verzorgen van planten en dieren. Dit zijn kosten die niet vermeden kunnen worden doordat het een continue of lang-cyclische productie betreft die wordt gekenmerkt door natuurlijke processen en die niet eenvoudig aangepast kan worden. Hiermee wordt aangesloten bij de opslag voor speciale kosten land- en tuinbouw binnen de TVL.

Opslag Voorraad Gesloten Detailhandel (VGD)

Nu de verplichte sluiting van een groot deel van de detailhandel langer duurt, zal wintervoorraad voor een groter deel moeten worden afgeschreven, aangezien uitgestelde aankopen voor een groter deel afstel zullen worden. Ook zijn nieuwe voorraden reeds onderweg.

Voor de VGD wordt in het vierde kwartaal (Q4) van 2020 een opslag van 5,6% opgeteld bij het percentage vaste lasten. Omdat de TVL in Q4 minstens 50% van de vaste lasten vergoedt en maximaal 70%, komt de VGD neer op minstens 2,8% van het omzetverlies (bij een omzetverlies van 30%). Het maximumbedrag aan subsidie is 20.160 euro en de opslag komt bovenop de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) en is voor ondernemers die daar aanspraak op kunnen maken.

De berekening van de opslag in Q1 2021 is: referentieomzet(€) (A) * omzetverlies(%) (B) * 21% (C) * subsidiepercentage (D). Hierbij is D vastgesteld op 85%. De opslag komt bovenop de (reguliere) TVL-subsidie en bedraagt maximaal € 300.000. Het minimumbedrag voor deze opslag bedraagt € 1.200.

Voorwaarden

De voorwaarden voor toepassing van de TVL zijn als volgt:

  • Het bedrijf heeft in 2020 maximaal 250 werknemers. Dat is te zien aan de inschrijving in het KVK Handelsregister. In 2021 geldt geen maximumaantal werknemers.
  • Het bedrijf heeft meer dan 30% omzet verloren door de coronacrisis.
  • Het bedrijf heeft minimaal € 4.000 aan vaste lasten in 2020 en minimaal € 1.500 in 2021. Het gaat om vaste lasten die steeds doorlopen, zoals huur, pacht, onderhoud, verzekeringen, vaste leasecontracten, afschrijving van apparatuur en abonnementen. Loonkosten en variabele kosten horen hier niet bij. Loonkosten worden gecompenseerd door de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW).
  • De SBI-code van het bedrijf staat op deze lijst met vastgestelde SBI-codes. In het laatste tijdvak van 2020 en in 2021 is de regeling opengesteld voor álle sectoren.
  • Het bedrijf is voor 15 maart 2020 opgericht en is ingeschreven in het KVK Handelsregister.
  • Het bedrijf heeft een vestiging in Nederland.
  • Minimaal één vestiging van het bedrijf heeft een ander adres dan het privéadres van de eigenaar/eigenaren. Of de vestiging staat los van de privéwoning en heeft een eigen opgang of toegang. Is dat laatste het geval, dan moet u bij uw aanvraag bewijs meesturen dat de vestiging los staat van de privéwoning en een eigen opgang of toegang heeft.
  • Wanneer een mkb-bedrijf 30% of meer omzet verliest voor zijn geregistreerde nevenactiviteit, wordt alleen het omzetverlies van de nevenactiviteit in de subsidieberekening meegenomen.
  • Mkb-ondernemingen die zelf produceren en daarbij een winkel hebben, komen alleen met het omzetverlies van de winkel in aanmerking voor de subsidie.
  • Het bedrijf is niet failliet en heeft geen uitstel van betaling aangevraagd bij de rechtbank.
  • Het bedrijf is geen overheidsbedrijf.

SBI-code

SBI staat voor Standaard Bedrijfsindeling en geeft aan wat de hoofd- en de nevenactiviteiten van een bedrijf zijn. Met welke hoofdactiviteit een bedrijf op 15 maart 2020 stond ingeschreven in het Handelsregister van KVK is leidend. Soms komt een werkelijke hoofdactiviteit niet overeen met de hoofdactiviteit op de inschrijving in het Handelsregister van KVK. En dat kan gevolgen hebben voor de (hoogte van de) TVL-subsidie. Aanvragers van Q4 2020 kunnen vanaf 24 juni tot en met 5 augustus 2021 een zogeheten herzieningsverzoek SBI-code doen.

RVO berekent de TVL met het percentage vaste lasten dat hoort bij de SBI-code van de hoofdactiviteit. Het CBS beschikt over het gemiddelde aandeel van de vaste lasten in de omzet van de betreffende branche, uitgedrukt in een percentage. Het aandeel van de vaste lasten in de omzet voor de branche staat dus vast en hangt samen met de SBI-code. Zoek de SBI-code op in het overzicht op de site van RVO om het percentage vaste lasten te vinden, of raadpleeg de Adviestool. Met de Adviestool kan een ondernemer in 3 stappen zien of hij in aanmerking komt voor TVL en voor welk bedrag. Als de ondernemer zijn KVK-nummer invult in de Adviestool, vindt hij de SBI-code van de hoofdactiviteit.

Evenementenbranchemodule

Er zijn bedrijven uit de evenementenindustrie die in TVL 1.0 subsidie hebben ontvangen, maar waarbij in het vierde kwartaal van 2019 de referentieomzet zo laag was dat ze niet aan de minimale voorwaarden van de TVL voldoen en daarom niet in aanmerking komen voor een nieuwe TVL Q4 2020 en TVL Q1 2021-aanvraag. Voor deze bedrijven uit de evenementenindustrie is eenmalig een module ingericht. Deze bedraagt 33,3% van de TVL-subsidie van juni tot en met september 2020. Zij ontvangen minimaal € 750 en maximaal € 16.650.

Bedrijven komen voor deze module in aanmerking wanneer:

• Ze wel voor TVL 1.0 in aanmerking is gekomen, maar niet voor TVL Q4 2020 of TVL Q1 2021 in aanmerking zal komen vanwege een te lage referentieomzet in het 4e kwartaal respectievelijk het eerste kwartaal van 2019.

• Ze binnen een SBI-code valt die aangeduid is als evenement-gerelateerd.

• Ze kan aantonen minimaal één festival of evenement te hebben georganiseerd of voor haar omzet voor minimaal 70% afhankelijk te zijn van levering aan festivals of evenementen.

Tijdelijke regeling subsidie evenementen COVID-19

Wanneer een organisator kosten maakt voor het organiseren van een evenement in de tweede helft van 2021 en dat evenement onverhoopt door de overheid wordt verboden vanwege de coronasituatie, kunnen reeds gemaakte kosten voor de organisatie van het evenement worden gesubsidieerd op grond van deze regeling.

Voor wie/wat is de regeling bedoeld?

Deze regeling is gericht op evenementen. Daarmee worden bedoeld professioneel en projectmatig opgezette, één- of meerdaagse fysieke events binnen een periode van ten hoogste vijftien dagen, zowel culturele en sportevenementen als evenementen voor de zakelijke markt. Voorwaarde is dat het gaat om voor het publiek toegankelijke (in tegenstelling tot besloten) evenementen op basis van vrije kaartverkoop of deelnamegelden. De evenementen moeten gefinancierd zijn uit private middelen. Inkomsten uit subsidie of sponsoring worden in mindering gebracht op de subsidiabele kosten. Gratis evenementen vallen niet onder de regeling. Deze worden uitgesloten omdat zij op andere wijze gefinancierd worden dan betaalde evenementen, bijvoorbeeld doordat zij worden gesubsidieerd door de overheid of gesponsord door het bedrijfsleven (zij hebben niet te maken hebben met de restitutie van ticketgelden). Evenementen die worden georganiseerd door de overheid vallen evenmin onder de regeling.

Aanvraagprocedure

De regeling wordt uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Indiening van een aanvraag gebeurt via een aanvraagformulier dat door RVO.nl beschikbaar wordt gesteld. Indiening van de aanvraag moet minimaal drie maanden voor de datum van het evenement plaatsvinden. Omdat dit, gelet op de datum van inwerkingtreding van deze regeling, voor evenementen die kort na 1 juli gepland zijn niet altijd mogelijk zal zijn, is bepaald dat de aanvraag ten behoeve van een evenement dat voor 1 oktober 2021 zou moeten plaatsvinden uiterlijk op 30 juni 2021 wordt ingediend.

Een aanvraag tot subsidieverlening kan worden ingediend door de organiserende ondernemer. Er kan sprake zijn van verschillende partijen die in uiteenlopende constructies samen verantwoordelijkheid en/of risico dragen voor de totstandkoming van een evenement. Ook is het mogelijk dat niet alle investeringen worden gedaan door één (rechts-)persoon. In dat geval dienen de verschillende organisatoren samen te werken in een samenwerkingsverband, zodat de subsidie door de penvoerder van het samenwerkingsverband wordt aangevraagd namens de deelnemers aan het samenwerkingsverband.

Eisen aan de subsidieaanvrager

De regeling is bedoeld voor organisatoren van een evenement dat ten minste twee keer eerder in Nederland is gehouden. De vereiste eerdere edities zullen, net als de in 2021 te houden editie, moeten voldoen aan de definitie van evenement, zoals opgenomen in artikel 1 van de regeling. De eis van aantoonbare historie heeft te maken met de doelstelling van de regeling: het gaat om het voortbestaan van bestaande partijen. Deze regeling is niet bedoeld om nieuwe initiatieven te ondersteunen.

Een ander belangrijk criterium voor dekking onder deze regeling is het vereiste van een eerdere annuleringsverzekering met pandemiedekking. Daarbij gaat het erom dat voor de vorige geheel of gedeeltelijk in Nederland gehouden of te houden editie van het evenement een annuleringsverzekering met pandemiedekking was afgesloten. Dit kan de laatste editie zijn die daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, of een editie die was gepland, maar uiteindelijk niet is doorgegaan, bijvoorbeeld door de COVID-uitbraak in 2020.

Subsidiabele kosten

De kosten die vergoed worden op grond van deze regeling zijn de projectkosten die voorafgaand aan de vaststelling van het evenementenverbod daadwerkelijk zijn gemaakt om het geannuleerde evenement te organiseren. Vaste lasten, zoals kosten voor de aanschaf van zaken die worden gebruikt voor de bedrijfsvoering (bijvoorbeeld computers of software voor ticketsystemen), worden niet vergoed. Kosten waarvoor reeds uitkeringen (kunnen) worden ontvangen uit de NOW-regeling, zijn niet subsidiabel.

Terugbetaling

De subsidie bedraagt ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten in de begroting. Bij een verbod drie tot zes weken voor het evenement moet er een eindafrekening opgemaakt worden. Indien subsidie wordt aangevraagd voor 100% van de subsidiabele kosten, geldt voor 20% van de subsidie een terugbetalingsverplichting. Dit bedrag moet in maximaal vijf jaar terugbetaald worden. Het is ook mogelijk om voor minder dan 100% van de subsidiabele kosten subsidie aan te vragen. In dat geval geldt alleen een terugbetalingsverplichting voor zover de subsidie meer dan 80% van de subsidiabele kosten op de eindafrekening bedraagt. Het is dus ook mogelijk om alleen te kiezen voor subsidie zonder terugbetalingsverplichting, door subsidie aan te vragen voor maximaal 80% van de subsidiabele kosten.

Regeling specifieke kosten land- en tuinbouw

De land- en tuinbouw heeft te maken met doorlopende kosten voor het in leven houden van planten en dieren, zoals kosten voor voeding, (plant)verzorging en gewasbescherming. Deze kosten kunnen niet zomaar stopgezet of aangepast worden, omdat het gaat om dierlijke- of plantaardige producten die vaak aan een cyclus verbonden zijn. Daarom is er een regeling met een opslag van 21% bovenop de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) voor de betreffende landbouwsectoren ingesteld.

Wijze van aanvraag

Mkb-bedrijven kunnen de subsidie zelf aanvragen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) via www.rvo.nl/tvl. Voor de aanvraag is een eHerkenning niveau 1 (of hoger) of DigiD nodig. Bij gebruik van DigiD, moet de aanvrager degene zijn die bij KvK staat geregistreerd als eigenaar of bestuurder van het bedrijf. De eigenaar of bestuurder kan de subsidie voor zijn onderneming zelf aanvragen of dit door een intermediair laten doen. Er zijn vier subsidieperiodes. Bedrijven die aan de voorwaarden van de TVL voldoen, moeten voor iedere periode een nieuwe TVL-aanvraag doen bij de RVO:

  • TVL subsidieperiode 1: 1 juni t/m 30 september 2020
  • TVL subsidieperiode 2: 1 oktober 2020 t/m 31 december 2020
  • TVL subsidieperiode 3: 1 januari t/m 31 maart 2021
  • TVL subsidieperiode 4: 1 april t/m 30 juni 2021
  • TVL subsidieperiode 5: 1 juli t/m 30 september 2021

Vergelijking TVL-periodes

TVL

TVL Q4 2020

TVL Q1 2021

TVL Q2 2021

TVL Q3 2021

Periode

jun-sep 2020

okt-dec 2020

jan-mrt 2021

apr-jun 2021

jul-sep 2021

Voor wie

mkb-bedrijven

met <250 medewerkers

en specifieke SBI-codes

mkb-bedrijven

met <250 medewerkers

en vrijwel alle SBI-codes

bedrijven

met vrijwel alle SBI-codes

bedrijven

met vrijwel alle SBI-codes

bedrijven

met vrijwel alle SBI-codes

Minimale bedrag

€ 1.000

€ 750

€ 1.500

€ 1.500

€ 1.500

Maximale bedrag

€ 50.000

€ 90.000

mkb: € 550.000

niet-mkb: € 600.000

mkb: € 550.000

niet-mkb: € 1.200.000

mkb: € 550.000

niet-mkb: € 600.000

Subsidie–percentage

50%

50-70%

85%

100%

100%

Minimale omzetverlies

30%

30%

30%

30%

30%

Minimale berekende vaste lasten

€ 4.000

€ 3.000

€ 1.500

€ 1.500

€ 1.500

Opslag

geen

5,6% HVA voor horeca

5,6% VGD

voor non-food detailhandel,

maximaal € 20.160

geen HVA

21% VGD

voor non-food detailhandel,

maximaal € 300.000

3,4% AR

voor de reissector

21% opslag voor

land- en tuinbouw-bedrijven

geen HVA

geen VGD

geen AR

21% opslag voor

land- en tuinbouw-bedrijven

geen HVA

geen VGD

geen AR

21% opslag voor

land- en tuinbouw-bedrijven

Module

geen

VLE voor

evenementenbranche

VLE voor

evenementenbranche

Startersregeling

geen VLE

geen Startersregeling

geen VLE

geen Startersregeling

Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK)

Als sprake is van aanzienlijk inkomensverlies door de coronacrisis en bestaande regelingen uit het steun- en herstelpakket onvoldoende zijn om de vaste lasten te kunnen betalen, kunnen huishoudens bij hun gemeente terecht voor ondersteuning via de TONK.

Gemeenten kunnen verschillende keuzes maken in het bepalen van de doelgroep en de hoogte van de vergoeding, omdat zij het beste kunnen inschatten wat er specifiek in hun gemeente nodig is. Het kabinet heeft gemeenten opgeroepen ruimhartig te zijn in het toekennen van de TONK. Aanvragers kunnen bij de eigen gemeente terecht voor nadere informatie. Ongeacht de startdatum in de eigen gemeente kan de TONK met terugwerkende kracht tot 1 januari 2021 worden aangevraagd.

Voorwaarden TONK

Iemand komt voor TONK in aanmerking als hij:

  • 18 jaar of ouder is;
  • aanzienlijk inkomen verliest door de coronacrisis;
  • woonkosten niet meer uit het huishoudensinkomen of het vermogen kan betalen;
  • ook met een andere financiële regeling of uitkering, zoals een toeslag van UWV op uw WW-uitkering, niet voldoende inkomsten heeft om de woonkosten van te betalen.

Sportverenigingen

Tegemoetkoming amateursportorganisaties COVID-19 (TASO)

Ook sportverenigingen worden geraakt door de coronacrisis en krijgen daarom financiële ondersteuning. Deze bestaat uit een eenmalige tegemoetkoming van minimaal € 1.500.

Tegemoetkoming

De tegemoetkoming is afhankelijk van de doorlopende lasten van de aanvrager en bedraagt:

Financiële schade

Tegemoetkoming (forfaitair)

€ 1.500 t/m € 5.000

€ 1.500

€ 5.001 t/m € 8.500

€ 3.000

€ 8.501 t/m € 12.000

€ 4.500

€ 12.001 t/m € 15.500

€ 6.000

€ 15.501 t/m € 19.000

€ 7.500

€ 19.001 t/m € 23.000

€ 9.000

€ 23.001 t/m € 27.500

€ 10.500

€ 27.501 en hoger

€ 12.500

Voorwaarden

Een amateursportorganisatie komt in aanmerking voor een tegemoetkoming als het:

  • een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid is;
  • geen winstoogmerk heeft;
  • in het handelsregister van de Kamer van Koophandel staat ingeschreven met een SBI-code zoals vermeld in bijlage I van de regeling.

Wijze van aanvraag

Sportorganisaties kunnen de tegemoetkoming aanvragen met een door de minister vastgesteld formulier via https://www.dus-i.nl/. De aanvraagperiode voor TASO Q4 2020 van 19 februari 2021 tot en met 5 april 2021. De aanvraagperiode voor TASO Q1 2021 loopt van 17 mei tot en met 12 juni 2021. De aanvraagperiode voor TASO Q2 2021 loopt van 26 juli tot en met 20 september 2021. Binnen acht weken na sluiting van de aanvraagperiode wordt er beslist op de aanvraag.

Tegemoetkoming verhuurders sportaccommodaties COVID-19 (TVS)

De TVS-regeling is bedoeld om de huur van een sportaccommodatie kwijt te schelden als deze accommodatie vanwege de coronamaatregelen niet door amateursportorganisaties gebruikt kon worden. De aanvraagperiode voor TVS Q1 2021 loopt van 17 mei tot en met 12 juni 2021. De aanvraagperiode voor TVS Q2 2021 loopt van 26 juli tot en met 20 september 2021.

Specifieke Uitkering IJsbanen en Zwembaden (SPUK IJZ)

Zwembaden en ijsbanen zijn een onmisbaar onderdeel van de Nederlandse sportinfrastructuur. Vanwege de corona maatregelen was die exploitatie economisch niet rendabel. Om de financiële gevolgen te verzachten kan de specifieke uitkering worden aangevraagd van 1 april tot en met 31 mei 2021 via een link naar het aanvraagformulier. Aanvragen kunnen alleen ingediend worden door de gemeente. Daarbij worden de volgende gegevens gevraagd:

  • Een overzicht van de uitgaven of gederfde inkomsten per exploitant die zijn gerealiseerd of nog gerealiseerd gaan worden.
  • Een overzicht van de exploitatiebijdrage per exploitant die door een gemeente in het jaar 2020 is verstrekt.
  • Een onderbouwing van de bovenstaande bedragen.

Schenkingen

Ondernemers kunnen ondersteund worden door donaties vanuit familie, vrienden, bekenden of derden. Voor een ondernemer is dit uiteraard een welkome aanvulling, maar er dient wel rekening te worden gehouden met de mogelijke verschuldigdheid van schenkbelasting. De vrijstellingen van schenkbelasting kunnen hierbij eventueel uitkomst bieden ( art. 33 SW ).

Toeslagen

Wijzigen of aanvragen

Als het inkomen van ondernemers terugloopt als gevolg van de coronacrisis, ontstaat er mogelijk recht op toeslagen. Was er al recht op toeslagen, dan kan er recht ontstaan op meer toeslag. Adviseurs kunnen aanvragen of wijzigingen van kinderopvangtoeslag voor hun cliënten indienen via hun softwarepakket, mits zij daartoe specifiek gemachtigd zijn. Ondernemers kunnen ook zelf een aanvraag of wijziging indienen. Zij loggen daarvoor in op ‘Mijn toeslagen’ via de site van de Belastingdienst.

Kinderopvangtoeslag

Voor de kinderopvangtoeslag geldt dat deze gewoon doorloopt zolang de factuur voor de kinderopvang volledig is betaald. Het maakt niet uit dat de opvang tijdelijk niet daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.

De overheid heeft voorts aangegeven de eigen bijdrage van ouders voor niet-benutte kinderopvang te compenseren. De voorwaarden van de tegemoetkoming zijn verschillend voor 3 groepen ouders.

1. Ouders die gebruik maken van kinderopvangtoeslag

Ouders die kinderopvangtoeslag krijgen voor de kosten van kinderopvang (tot de maximum uurprijs) zullen een tegemoetkoming ontvangen voor hun eigen bijdrage. Dit geldt voor alle formele opvang: kinderdagopvang, buitenschoolse opvang en gastouderopvang.

De Sociale Verzekeringsbank (SVB) zal (net als bij de sluiting in het afgelopen voorjaar) de tegemoetkoming aan ouders uitbetalen. Ouders ontvangen deze tegemoetkoming automatisch op hun rekening en hoeven dit dus niet zelf aan te vragen.

De uitbetaling voor de tweede sluitingsperiode is gepland medio april. Maar dit is nog onder voorbehoud, het hangt af van wanneer de BSO weer opent. Als de BSO langer gesloten blijft, schuift ook de uitbetalingsdatum verder op. Voor de periode dat de BSO gesloten blijft, loopt de tegemoetkoming voor de BSO door. Zodra er meer zekerheid is over de uitbetalingsdata, staat de informatie hierover op deze pagina.

Gegevens aanpassen

Het is niet nodig de kinderopvangtoeslag vanwege de sluiting aan te passen, behalve bijvoorbeeld als het aantal uren in uw contract of uw inkomen verandert.

Factuur doorbetalen

Het is wel van belang de factuur van de kinderopvang door te betalen. Als ouders de factuur niet doorbetalen, vervalt voor de periode waar de factuur op ziet het recht op kinderopvangtoeslag. De toeslag wordt dan naar beneden bijgesteld.

2. Ouders die gebruik maken van een regeling gesubsidieerd door de gemeenten

Deze ouders krijgen een tegemoetkoming via de gemeenten (mogelijk via de kinderopvangaanbieder).

3. Ouders die zonder overheidsvergoeding gebruik maken van kinderopvang

Deze ouders krijgen ook een tegemoetkoming voor de kosten van kinderopvang tot de maximum uurprijs. De SVB zal hiervoor een aanvraagloket openen. Aanvragen tot tegemoetkoming kunnen worden ingediend vanaf 15 mei 2021 tot en met 15 juli 2021. Bij het aanvraagloket kunnen ouders de tegemoetkoming aanvragen voor beide sluitingsperiodes.

Bij de aanvraag moeten de volgende documenten worden aangeleverd:

  1. een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier;
  2. een volledig ingevuld en door het kindercentrum of het gastouderbureau ondertekende Verklaring Kinderopvang; en
  3. de facturen van de kinderopvang over de sluitingsperioden.

De hoogte van de tegemoetkoming per kind en per opvangsoort wordt bepaald overeenkomstig de volgende rekensom:

maximum uurprijsopvangsoort * aantal urenopvangsoort

Om het aantal urenopvangsoort te berekenen wordt per maand de hoeveelheid gefactureerde uren vermenigvuldigd met de factor waarmee de betreffende maand meetelt, met een maximum van 230 uur per maand voor alle soorten van kinderopvang. Het totaalaantal urenopvangsoort betreft de som van alle maanden.

De factor waarmee de betreffende maand meetelt betreft:

  • 16/31e voor de gefactureerde uren in de maanden maart 2020 en december 2020;
  • 30/30e voor de gefactureerde uren in de maand april 2020;
  • 10/31e voor de gefactureerde uren in de maand mei 2020 wat betreft dagopvang en gastouderopvang;
  • 31/31e voor de gefactureerde uren in de maand mei 2020 wat betreft de buitenschoolse opvang;
  • 7/30e voor de gefactureerde uren in de maand juni 2020 wat betreft de buitenschoolse opvang;
  • 31/31e voor de gefactureerde uren in de maand januari 2021;
  • 7/28e voor de gefactureerde uren in de maand februari 2021 wat betreft de dagopvang en gastouderopvang;
  • 28/28e voor de gefactureerde uren in de maand februari 2021 wat betreft de buitenschoolse opvang;
  • 31/31e voor de gefactureerde uren in de maand maart 2021 voor wat betreft de buitenschoolse opvang;
  • 18/30e voor de factureerde uren in de maand april 2021 voor wat betreft de buitenschoolse opvang.

De SVB beoogt uiterlijk 8 weken na ontvangst van de aanvraag te beslissen over de tegemoetkoming. Daarna wordt deze uitbetaald.

Debiteurenbeheer

Een goed debiteurenbeheer kan ervoor zorgen dat een onderneming meer liquide middelen ter beschikking krijgt. Er zijn diverse mogelijkheden om de liquiditeit te verbeteren.

Factureren

Een goed debiteurenbeheer begint bij het tijdig versturen van facturen. Door meteen na een levering te factureren en facturen niet op te sparen tot het einde van de week of maand, komt er sneller geld binnen. Bij facturatie per mail, ontvangt de klant de factuur nog sneller.

De standaardbetalingstermijn in Nederland is 30 dagen. Ondernemers die gebruik maken van een betalingstermijn van 30 dagen kunnen overwegen om een kortere betalingstermijn te hanteren van bijvoorbeeld 14 of 7 dagen. Dit dienen zij natuurlijk vooraf wel kenbaar te maken aan hun klanten. Bij aanpassing van de betalingstermijnen, moeten waarschijnlijk ook de algemene voorwaarden en offertes worden aangepast.

Om de liquiditeit snel te verbeteren kan ook een betalingskorting aangeboden worden bij snelle betaling, bijvoorbeeld in de vorm van een percentage of een vast bedrag. Een betalingskorting gaat wel ten koste van de winstmarge.

Aanbetaling of termijnbetaling

Het is niet ongebruikelijk om een aanbetaling aan klanten te vragen, zeker als er materialen e.d. moeten worden voorgefinancierd. Bij grotere projecten kunnen ook tussentijds facturen worden verstuurd. Dit heeft diverse voordelen, zoals de mogelijkheid om sneller in te grijpen als een betaling niet wordt voldaan en het eerder beschikken over het geld. Daarbij is het voor de klant vaak makkelijker om meerdere kleinere bedragen gespreid te betalen dan een groot bedrag ineens.

Betaling bij levering

Betaling bij levering kan heel eenvoudig door een betaalverzoek aan te maken via internetbankieren. Dit betaalverzoek kan vervolgens gedeeld worden via e-mail, sms, WhatsApp e.d. Een andere manier is bijvoorbeeld om een pinapparaat aan te schaffen.

Debiteurenlijst bewaken

Het is ook aan te raden om geregeld de debiteurenlijst door te lopen en telefonisch contact op te nemen met klanten die niet binnen de betalingstermijn hebben betaald. Zo is meteen duidelijk waarom een factuur nog niet betaald is. Wanbetalers moeten altijd een aanmaning ontvangen. Zo staat vast dat de klant juridisch gezien in verzuim is. Dat is niet alleen belangrijk voor de incassokosten, maar ook voor eventuele latere juridische stappen.

Zodra het zeker is dat een vordering (gedeeltelijk) oninbaar is, is het mogelijk de reeds afgedragen btw terug te vragen in de btw-aangifte over het tijdvak waarin de oninbaarheid is ontstaan. Een vordering wordt in ieder geval als oninbaar aangemerkt uiterlijk een jaar na het verstrijken van de uiterste betaaltermijn. Is er geen betalingstermijn vastgelegd, dan geldt de wettelijke betalingstermijn van 30 dagen na ontvangst van de factuur door de klant.

Rekenmodel liquiditeitsplanning bv

Een dga zal ook de financiële kant van zijn bv in de gaten willen houden. Welke inkomsten verwacht hij de komende tijd? En welke uitgaven? Hoe hoog is toekomstige ruimte voor grotere uitgaven? Deze rekentool helpt bij het plannen van de liquiditeiten van de bv.

E-debiteuren

Deze rekentool houdt de vervaldata van de gemaakte facturen in de gaten.

Voorziening dubieuze debiteuren

Iedere ondernemer wordt vroeg of laat geconfronteerd met een afnemer die niet kan betalen. Voor dit risico kan fiscaal een voorziening worden gevormd, de zogenoemde 'voorziening voor dubieuze debiteuren'.

Overzicht data en termijnen coronamaatregelen

De overheid biedt op diverse vlakken ondersteuning aan ondernemingen om de coronacrisis door te komen. Dit document geeft een overzicht van de verschillende regelingen, de periode waarin ze gelden en de periode waar ze aangevraagd kunnen worden. Ook is opgenomen op welke wijze een aanvraag voor de betreffende regelingen kan worden ingediend.

Herzieningsverzoek hoofdactiviteit Q4 2020 kan tot en met 5 augustus (30 juli 2021)

Verruiming aanvullende steun evenementen (28 juli 2021)

Steunmaatregelen getroffen Limburgse ondernemers (23 juli 2021)

Geen uitbreiding bruine vlootregeling voor schepen minder dan 50 jaar oud (21 juli 2021)

Limburgse ondernemers mogen coronasteun gebruiken voor omzetverlies door waterschade (20 juli 2021)

Accountantsproducten aanvraag TVL beschikbaar (15 juli 2021)

Eerste Kamer neemt wetsvoorstel Verlengingsprocedures Tijdelijke wet maatregelen covid-19 aan (14 juli 2021)

Extra geld voor evenementenbranche (14 juli 2021)

TVL terugbetalen? Dit zijn de opties (14 juli 2021)

Gemeenten passen TONK-regeling ruimhartiger toe maar aantal aanvragen blijft laag (13 juli 2021)

TVL Q1 2021 aangevraagd door 1.308 startende ondernemers (13 juli 2021)

Bezwaren tegen TVL-besluiten (9 juli 2021)

Aanvulling op TVL voor grote land- en tuinbouwbedrijven (8 juli 2021)

Vijfde openstelling TVL Caribisch Nederland (7 juli 2021)

Knelpunten bij aanvraag coronasteunmaatregelen (6 juli 2021)

Versobering coronasteunpakket door herstel (30 juni 2021)

Daling aanvragen TVL voor tweede kwartaal 2021 (29 juni 2021)

Openstelling aanvraag TVL Q2 2021 (25 juni 2021)

Verzoek om herziening hoofdactiviteit TVL Q4 2020 nu mogelijk (25 juni 2021)

Zorgvuldig zijn met SBI-code redt recht op TOGS en TVL (24 juni 2021)

Onderscheid Tozo en Bbz-krediet rechtvaardigt verschillende rente (23 juni 2021)

Vaststelling TVL eerste kwartaal 2021 start vanaf medio juli 2021 (21 juni 2021)

TOZO gewijzigd per 14 juni 2021 (21 juni 2021)

Subsidieregeling evenementen gepubliceerd (17 juni 2021)

Coronakredietregelingen ook voor investeringen (17 juni 2021)

Te weinig controle vooraf bij coronasteun (15 juni 2021)

Kredietgarantieleningen verlengd tot eind 2021 (14 juni 2021)

Aanvullende steun voor dierentuinen (8 juni 2021)

Extra geld voor cultuursector: maar komt het ook goed terecht? (8 juni 2021)

Bedrijven leenden € 53,5 miljard bij banken tijdens coronacrisis (4 juni 2021)

Aanvraag TVL Q1 Grote ondernemingen eenvoudiger (31 mei 2021)

Regeling voor startende ondernemers gepubliceerd (28 mei 2021)

Geen aparte regeling voor grensondernemers (28 mei 2021)

Subsidieregeling voor bruine vloot eind juni open (28 mei 2021)

Verlenging steunmaatregelen en meer tijd om schulden af te lossen (27 mei 2021)

CPB pleit voor steun aan levensvatbare bedrijven (26 mei 2021)

NOW en TVL samen aanvragen? Let op! (25 mei 2021)

200 miljoen voor corona-doorstartkrediet mkb (21 mei 2021)

Geen vertraging bij bezwaarprocedures TVL (21 mei 2021)

‘Steunmaatregelen drie maanden langer’ (21 mei 2021)

Staatssteun aan KLM mocht niet van Europese rechter (19 mei 2021)

Meer aanvragen TVL Q1 2021, TVL Q2 tweede helft juni open (19 mei 2021)

Invulling TONK is aan gemeenten (18 mei 2021)

18 mei: laatste dag voor aanvraag TVL Q1 2021 (18 mei 2021)

Nog veel onduidelijk over garantiefonds evenementen (17 mei 2021)

ONL: oplossing voor ondernemers die buiten de boot vallen duurt te lang (17 mei 2021)

Amateur sportclubs: TVL óf TASO (17 mei 2021)

TVL grote bedrijven open vanaf 10 mei (7 mei 2021)

Deurwaarder legt beslag op bezittingen bedrijven bij TVL-fraude (7 mei 2021)

Geef voor 1 juni werkelijke omzet door bij TVL juni-september 2020 (7 mei 2021)

Tijdelijke tegemoetkomingsregeling kosten kinderopvang zonder overheidsvergoeding (7 mei 2021)

Nederlands herstelplan coronafonds aan volgend kabinet (4 mei 2021)

Risicoregelingen corona en ondernemers (4 mei 2021)

TONK-regeling weinig gebruikt (3 mei 2021)

TVL grote ondernemingen begin mei beschikbaar (30 april 2021)

Aanvulling TVL Q1 uitgekeerd (30 april 2021)

Wijzigingsregeling TVL Caribisch Nederland gepubliceerd (30 april 2021)

Amateurclubs en coronasteun (20 april 2021)

Startersregeling TVL kan niet eerder open dan medio mei (19 april 2021)

Wijzigingen TVL Q1 2021 gepubliceerd (15 april 2021)

FNV en VNO-NCW pleiten voor nationaal herstelplan (15 april 2021)

Ondernemersorganisaties willen ook compensatie voor inkomen ondernemer (14 april 2021)

Bedrijven ontvingen 17,6 miljard aan coronasteun (9 april 2021)

Weg naar hulp voor bedrijf moet makkelijker (8 april 2021)

Seizoensondernemers en de TVL (7 april 2021)

‘Regels TONK veel te streng’ (6 april 2021)

Inschrijving Handelsregister verplicht bij beroep op Tozo (2 april 2021)

Rapportage over knelpunten in de referentiesystematiek TVL (1 april 2021)

CPB: ‘Richt herstelbeleid op jongeren en zzp’ers’ (1 april 2021)

Aangepaste voorwaarden Opengestelde Monumenten-Lening (31 maart 2021)

Europese goedkeuring voor voucherfonds (30 maart 2021)

Wijzigingsregeling TVL gepubliceerd (30 maart 2021)

Borgstelling mkb-landbouwkredieten verlengd tot en met 31 december 2021 (29 maart 2021)

Tozo en belastingaangifte (29 maart 2021)

Te laat beroepschrift door hersenschudding is overmacht (26 maart 2021)

Voorzieningenrechter wijst vorderingen D-rt tegen SGR en Staat af (26 maart 2021)

Regeling specifieke uitkering zwembaden en ijsbanen COVID-19 gepubliceerd (24 maart 2021)

TVL aanvraag met eHerkenning niveau 3 of hoger (24 maart 2021)

Meer dan 210.000 aanvragen TVL (23 maart 2021)

Het gebruik van de TOGS-maatregel (23 maart 2021)

Wijzigingen Tozo gepubliceerd in Staatsblad (22 maart 2021)

Subsidieregeling evenementen (22 maart 2021)

Coronasteun aan sociale ondernemingen (22 maart 2021)

Vaststelling TVL Q4 gestart: toch snellere uitbetaling (19 maart 2021)

Coronaregelingen verwerken in aangifte IB 2020 (18 maart 2021)

Uitbreidingen TVL goedgekeurd door EC (16 maart 2021)

Tozo zorgt voor onaangename verrassing bij belastingaangifte (15 maart 2021)

Uitbreiding steun: TVL naar 100% (12 maart 2021)

TVL gaat uit van werkelijke hoofdactiviteit (11 maart 2021)

Kamer wil TVL naar 100% (11 maart 2021)

Verlenging noodmaatregelen coronacrisis Caribisch Nederland (8 maart 2021)

Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (8 maart 2021)

Besluit noodmaatregelen coronacrisis geactualiseerd (8 maart 2021)

Derde NL leert door-regeling (3 maart 2021)

Koolmees geeft toelichting op Tozo-regeling (1 maart 2021)

Meer geld voor vaste lasten ondernemers (25 februari 2021)

Aanvullende steunregeling bruine vloot (18 februari 2021)

Terugwerkende kracht en versoepeling Tozo-lening gepubliceerd (28 januari 2021)

7,6 miljard voor uitbreiding steunpakket ondernemers (21 januari 2021)

Corona-overbruggingslening (COL) verlengd (7 januari 2021)

Besluit noodmaatregelen coronacrisis geactualiseerd (4 januari 2021)

Uitbreiding steunpakket ondernemers (18 december 2020)

Aflossingsdatum Tozo naar juli 2021 (17 december 2020)

Fiscale maatregelen in coronatijd (7 december 2020)

Verlenging kredietregelingen tot eind juni 2021 (17 november 2020)

Herverzekering leverancierskrediet langer nodig (13 november 2020)

Europese Commissie verlengt regeling voor staatssteun tijdens coronacrisis (13 oktober 2020)

Uitstel beperkte vermogenstoets Tozo tot april 2021 (1 oktober 2020)

‘Derde steunpakket loopt door in 2021’ (26 augustus 2020)

Fiscale voorwaarden bij individuele steun bedrijven (19 juni 2020)

Nederland wil drastische aanpassing plannen herstelfonds EC (17 juni 2020)

Uitbreiding lijst SBI-codes (17 juni 2020)

Garantstelling overheid herverzekering leverancierskredieten 90% (2 juni 2020)

Crisis of niet: doorgaan met factureren (29 mei 2020)

Engelstalige corona-informatie voor ondernemers (13 mei 2020)

Extra overbruggingskrediet kleine bedrijven (8 mei 2020)

Criteria kredietregelingen versoepeld (28 april 2020)

Antwoorden op Kamervragen Tozo (15 april 2020)

Verruiming exportkredietverzekeringen (26 maart 2020)