Meer meldingen van discriminatie vanwege coronamaatregelen

25 mei 2022

Het aantal meldingen en registraties van discriminatie bij antidiscriminatievoorzieningen en de politie is in 2021 voor het 3jaar op rij gestegen. Ook de Nationale Ombudsman en het College voor de Rechten van de Mens ontvingen meer meldingen en verzoeken. De toename is grotendeels toe te schrijven aan mensen die zich uitgesloten voelen door de coronamaatregelen.

Dat blijkt uit de rapportage Discriminatiecijfers in 2021 die op 24 mei werd aangeboden aan de Tweede Kamer. In het rapport zijn alle discriminatiemeldingen en -incidenten opgenomen die door officiële instanties worden geregistreerd.

De antidiscriminatievoorzieningen ontvingen 6.922 discriminatiemeldingen, 1/4e meer dan in 2020. De politie registreerde 6.580 meldingen en incidenten, 7% meer. Het College voor de Rechten van de Mens ontving 739 verzoeken om een oordeel, een stijging van 16%. Daarnaast ontving het College bijna 2 keer zoveel meldingen en vragen over gelijke behandeling. Bij de Nationale Ombudsman verdubbelde het aantal klachten over discriminatie door overheidsinstanties tot 321. Alleen bij MiND en de Kinderombudsman kwamen in 2021 minder meldingen van discriminatie binnen dan in 2020. Het aantal meldingen van internetdiscriminatie bij MiND (meldpunt internet discriminatie) halveerde. De Kinderombudsman registreerde 3 klachten minder die te maken hebben met discriminatie en kwam op een totaal van 10.

Meldingen coronamaatregelen

De antidiscriminatievoorzieningen ontvingen in 2021 veel meldingen van mensen die zich uitgesloten voelen door de coronamaatregelen, met name het coronatoegangsbewijs en de mondkapjesplicht. Deze meldingen vallen grotendeels onder een niet-wettelijke discriminatiegrond. Het gaat bijvoorbeeld om mensen die zich niet hebben laten vaccineren wegens een persoonlijke overtuiging die niet onder een wettelijk beschermde levensovertuiging valt en hierdoor geen toegang tot zwemles van hun kinderen krijgen. Een kleiner deel meldde dat ze om medische redenen geen mondkapje kunnen dragen en toch werden geweigerd. Ook het College voor de Rechten van de Mens en de Nationale Ombudsman ontvingen veel klachten en meldingen over de coronamaatregelen.

Herkomst meest gemelde grond

Discriminatie op grond van herkomst komt het vaakst voor in de meldingen en registraties van antidiscriminatievoorzieningen (34%) en de politie (42%). Wel is het aantal meldingen bij antidiscriminatievoorzieningen teruggelopen in vergelijking met de piek tijdens en na Black Lives Matter in 2020, terwijl het aantal politieregistraties licht toenam. Ook bij de Nationale Ombudsman (1/3e) en de Kinderombudsman (de helft) gaan de meeste meldingen over herkomst. Bij het College voor de Rechten van de Mens is herkomst na handicap/chronische ziekte de grond waar de meeste verzoeken betrekking op hebben.

Andere meldingen en registraties

Bij de politie gaan de meeste registraties na herkomst over seksuele gerichtheid (32%). Het aantal registraties waarin sprake was van antisemitisme nam toe, maar is nog wel lager dan 2 jaar geleden. Ook het aantal geregistreerde meldingen en incidenten van discriminatie op grond van handicap steeg, waarbij het gaat om mensen die vanwege medische redenen geen mondkapje kunnen of willen dragen.

De meldingen bij antidiscriminatievoorzieningen gaan verder over niet-wettelijke discriminatiegronden - waaronder veel meldingen over coronamaatregelen vallen - (31%), handicap/ chronische ziekte (15%) en geslacht (6%). Verder ontvingen antidiscriminatievoorzieningen enkele tientallen meldingen over discriminatie door de Belastingdienst vanwege de Toeslagenaffaire.

Transgender personen

Bijna 1 op de 5 meldingen op grond van geslacht bij antidiscriminatievoorzieningen gaat over discriminatie van transgender personen. In de meeste gevallen is sprake van vijandige bejegening, zoals het niet gebruiken van een nadrukkelijk verzochte aanspreekvorm. Ook bij de politie hadden de meeste geregistreerde meldingen en incidenten op grond van geslacht betrekking op transgender personen, waarbij het vaak gaat om belediging, bedreiging en geweld.

Meeste discriminatie op terrein collectieve voorzieningen

De meeste meldingen bij antidiscriminatiebureaus vonden niet plaats op de arbeidsmarkt, zoals in voorgaande jaren, maar op het terrein van collectieve voorzieningen (28%). Hieronder vallen onder andere ziekenhuizen, gemeentelijke dienstverlening en de Belastingdienst. Ook dit is het gevolg van de forse toename van meldingen over coronamaatregelen. Een toename was ook te zien op de terreinen horeca (van 3% naar 7% van het totaal) en sport en recreatie (van 2% naar 5%). De arbeidsmarkt bleef wel het op een na grootste terrein (16%). Bij het College had 1 op de 3 verzoeken om een oordeel betrekking op het terrein arbeid en was daarmee het grootste terrein.

Bron: Ministerie van BZK, 24 mei 2022