Beslissing overplaatsing AZC Sneek was een noodbevel, geen noodverordening

04 april 2022

De beslissing van de Voorzitter van de Veiligheidsregio Fryslân om asielzoekers te bevelen mee te werken aan een overplaatsing vanuit het AZC Sneek naar een kazerne in Zoutkamp, is een noodbevel waartegen bezwaar kan worden gemaakt. Dat is de uitkomst van procedures die enkele bewoners van het AZC aanspanden tegen de Voorzitter van de Veiligheidsregio Fryslân. 

Gang van zaken

Enkele bewoners van het AZC Sneek zijn vanuit het AZC overgeplaatst naar de kazerne in Zoutkamp omdat zij besmet waren met COVID-19 of in aanraking zijn geweest met besmette personen. De Voorzitter van de Veiligheidsregio Fryslân heeft beslist dat zij mee moesten werken aan de overplaatsing. Hij heeft zijn besluit gebaseerd op art. 39 Wet veiligheidsregio’s en art. 175 Gemeentewet .

De Voorzitter van de Veiligheidsregio vindt dat er geen bezwaar gemaakt kan worden tegen die beslissing omdat het volgens hem een noodverordening is in de zin van art. 176 Gemeentewet . Het gaat dan om een algemeen verbindend voorschrift, waartegen op grond van art. 8:3 Awb geen bezwaar en beroep openstaat. Hij heeft de bezwaren niet inhoudelijk behandeld. 

Noodbevelen en noodverordeningen

De rechtbank overweegt verwijzend naar de uitspraak van de Afdeling van 18 december 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:4275) dat uit de geschiedenis van de totstandkoming van de artikelen 175 en 176 van de Gemeentewet volgt dat tussen noodbevelen en noodverordeningen een verschil in karakter bestaat. Noodbevelen hebben een ad hoc, en geen algemeen, karakter en ze zijn gericht op een direct feitelijk resultaat in een concreet geval. Noodverordeningen hebben een ander karakter. Zij behelzen algemene regels en brengen voor enige tijd verandering in de rechtssituatie van burgers. Verder zijn noodverordeningen naar hun aard voor herhaalde toepassing vatbaar en kunnen ze voor een bepaalde tijd een normencomplex opleggen. Aan de omstandigheden van het concrete geval komt relevante betekenis toe wat betreft de keuze voor het uitvaardigen van een noodbevel of voor het vaststellen van een noodverordening.

Oordeel rechtbank

De rechtbank oordeelt dat het gaat om een noodbevel en dat de bewoners dus wel bezwaar konden maken. Het gaat volgens de rechtbank om een besluit dat is genomen in een hectische periode waarbij er nog veel onduidelijk was over COVID-19. Er was sprake van een situatie waarin direct moest worden opgetreden in het belang van de volksgezondheid. Bovendien zag het besluit op een specifieke groep personen en was het de bedoeling om alleen die groep personen mee te laten werken aan overplaatsing. De Voorzitter van de Veiligheidsregio moet de bezwaren dus alsnog inhoudelijk behandelen. 

Procesbelang

Een andere vraag die in deze zaak aan de orde komt is of de bewoners belang hebben bij een uitspraak op hun beroep. De rechtbank overweegt in dit verband dat volgens vaste uitspraak van de Afdeling er belang bij een uitspraak bestaat, als de betrokkene stelt schade te hebben geleden. Die schade moet dan wel tot op zekere hoogte aannemelijk worden gemaakt. Indien de beweerdelijk geleden schade niet het gevolg kan zijn van het bestreden besluit, kan aan het stellen van die schade geen procesbelang worden ontleend (RvS 25 oktober 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2862).

In dit geval hebben bewoners, onweersproken, gesteld dat zij immateriële schade hebben geleden, nu zij psychische klachten ervaren als gevolg van de overplaatsing naar Zoutkamp en dat zij Zoutkamp niet mochten verlaten. De rechtbank is van oordeel dat hiermee voldoende aannemelijk is gemaakt dat bewoners schade hebben geleden. Naar het oordeel van de rechtbank kan op voorhand niet worden uitgesloten dat de geleden immateriële schade een rechtstreeks gevolg is van het besluit. De beoordeling van de aanwezigheid van procesbelang gaat naar het oordeel van de rechtbank niet zo ver dat moet worden vastgesteld of er daadwerkelijk sprake is van een causaal verband tussen het besluit en de beweerdelijk geleden schade.

Beslissing rechtbank

Gelet op het voorgaande verklaart de rechtbank het beroep van de bewoners gegrond en vernietigt de besluiten van de Voorzitter van het Veiligheidsregio. De rechter draagt de Voorzitter op om opnieuw te beslissen op de bezwaarschriften met inachtneming van deze uitspraak.

Het verzoek om schadevergoeding kan nu niet worden toegewezen. Pas als de Voorzitter een nieuw besluit heeft genomen, kan namelijk worden beoordeeld of de bewoners recht hebben op schadevergoeding.

Rb. Noord-Nederland 16 maart 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:746 en ECLI:NL:RBNNE:2022:747 (datum publicatie, 17 maart 2022; Rechtspraak, 17 maart 2022