Eindhovense restaurants mogen voorlopig openblijven

03 augustus 2021

Twee Eindhovense restaurants in de binnenstad mogen hun deuren voorlopig openhouden. Dit besliste de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant 30 juli in een spoedprocedure. De burgemeester legde een week eerder nog een sluiting van twee weken op aan beide horecagelegenheden, vanwege overtreding van de coronamaatregelen.

Gang van zaken

Op 11 juni en 22 juli 2021 constateerden boa's van de gemeente Eindhoven dat op de terrassen van de restaurants na sluitingstijd verschillende personen zaten, terwijl dat toen vanwege corona verboden was. De burgemeester besloot onmiddellijk over te gaan tot sluiting. Hij legde beide restaurants diezelfde dag een last onder spoedeisende bestuursdwang in de zin van art. 5:31 lid 1 Awb op. De horecagelegenheden mochten twee weken hun deuren niet openen voor klanten. De eigenaren van de restaurants maakten bezwaar bij de burgemeester en verzochten de rechter een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter bepaalde op 23 juli met een ordemaatregel dat het besluit van de burgemeester wordt geschorst. Dit betekent dat de restaurants open mochten blijven tot de voorzieningenrechter een oordeel had geveld. Op 27 juli was de behandeling van deze zaak bij de rechtbank.

De sluiting is gebaseerd op art. 58h lid 1 Wet publieke gezondheid (Wpg) in samenhang met art. 4.4 lid 1, onder a, van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 (Trm) . Daarin is bepaald dat tot en met 13 augustus 2021 een eet- en drinkgelegenheid tussen 00:00 uur en 06.00 uur niet voor publiek mag worden opengesteld.

Toepassing spoedeisende bestuursdwang

De burgemeester ging over tot sluiting van de restaurants omdat een financiële prikkel onvoldoende zou waarborgen dat de restaurants de coronamaatregelen niet opnieuw zouden overtreden. Hij betrekt daarbij dat het belang van de volksgezondheid groot is en dat de toepassing van spoedeisende bestuursdwang het meest effectief en daarmee noodzakelijk is om herhaling te voorkomen. Daarbij wijst de burgemeester ook op het explosief toenemende aantal besmettingen in de regio. De lokale driehoek besloot daarom in juli 2021 voortaan strikter te handhaven. Bij overtreding van de maatregelen wordt geen waarschuwing meer gegeven, maar wordt daadwerkelijk tot handhaving overgegaan.

Volgens de eigenaren van de restaurants waren er inderdaad personen aanwezig op hun terras na sluitingstijd. Dit ging echter niet om klanten, zo beweren zij. Het zou gaan om het aanwezige personeel van de restaurants. Zij hadden na sluiting hun gebruikelijke werkoverleg om de avond af te sluiten en een voorbespreking te houden over de volgende dag. Dit maakt, volgens de eigenaren, dat de burgemeester niet mocht overgaan tot handhavend optreden.

Belangenafweging

De voorzieningenrechter onderkent dat de volksgezondheid en het voorkomen van de verspreiding van het coronavirus zwaarwegende belangen zijn, waaraan de burgemeester bij het handhaven van de openbare orde een groot gewicht kan toekennen. In dit geval maakte de burgemeester echter onvoldoende inzichtelijk waarom sprake was van een zodanig spoedeisende situatie dat de eigenaren niet een termijn kon worden gegund waarbinnen zij zelf gepaste maatregelen konden nemen of hun zienswijze konden geven.

De voorzieningenrechter stelt vast dat de bevindingen van de boa's er niet op wijzen dat er sprake was van grootschalige drukte op de terrassen. Ook was er geen sprake van excessen met acute, concrete en ernstige risico's voor de volksgezondheid, overlast of van een andere daadwerkelijke verstoring van de openbare orde. Ook is niet gesteld of gebleken dat de eigenaren niet voldeden aan de opdracht van de boa's om hun terras te ontruimen.

Conclusie voorzieningenrechter

De voorzieningenrechter concludeert dat het bestreden besluit niet ongewijzigd in stand kan blijven, omdat het op essentiële gronden onvoldoende deugdelijk is gemotiveerd. Het bezwaar van de restauranteigenaren heeft daarom een redelijke kans van slagen. Gelet op dat oordeel moet aan het individuele belang van de eigenaren bij het openhouden van de restaurants een zwaarder gewicht worden toegekend dan aan het door de burgemeester beoogde algemeen belang tot bescherming van de openbare orde, veiligheid en gezondheid.

Beslissing

De voorzieningenrechter bepaalt dat de ordemaatregel van 23 juli 2021, waarbij het besluit van de burgemeester is geschorst, niet wordt opgeheven. Restaurants mogen openblijven totdat zes weken zijn verstreken na de dag waarop de burgemeester de beslissing op het bezwaar op de juiste wijze bekend heeft gemaakt.

Rb. Oost-Brabant 30 juli 2021 (Vzr.), ECLI:NL:RBOBR:2021:4061 en ECLI:NL:RBOBR:2021:4062; Rechtspraak, 30 juli 2021