Eerste Kamer neemt wetsvoorstel Verlengingsprocedures Tijdelijke wet maatregelen covid-19 aan

14 juli 2021

De Eerste Kamer heeft op 13 juli het wetsvoorstel (Kamerstukken II, 2020/21, 35 874, nr. 2) aangenomen dat de verlengingsprocedure van de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 wijzigt (Twm) . Dit wetsvoorstel regelt dat zowel de Tweede als de Eerste Kamer het recht krijgen om in de toekomst een bij koninklijk besluit vastgestelde verlenging van de Twm ongedaan te maken en daarmee de werkingsduur van de Twm definitief te beëindigen.

Achtergrond

De Twm heeft op 1 december 2020 (onder meer) de Wet publieke gezondheid (Wpg) gewijzigd door in de Wpg hoofdstuk Va op te nemen. Hoofdstuk Va van de Wpg biedt de grondslagen voor de verschillende maatregelen die zijn genomen voor het tegengaan van de verspreiding van het coronavirus. Deze wet (of onderdelen daarvan) kunnen steeds met drie maanden verlengd worden. De onderdelen waarvan de geldingsduur niet wordt verlengd, vervallen dan.

Het wetsvoorstel met betrekking tot de verleningsprocedure van de Twm is er gekomen nadat de Eerste Kamer eerder in twee moties (Kamerstukken I, 2020/21, 35 526, nr. L en Kamerstukken I, 2020/21, 35 526, nr. AK) om zeggenschap van het gehele parlement had verzocht bij verlenging van de Twm omdat in de Twm maatregelen worden vastgelegd die een inbreuk zijn op de grondrechten. De Kamer stemde 13 juli aan het eind van de plenaire vergadering over het wetsvoorstel en de ingediende moties. Alleen de VVD-fractie stemde tegen het wetsvoorstel.

Oude versus nieuwe verleningsprocedure

De oude verlengingsprocedure is als volgt. Als de regering de Twm wil verlengen, moet de Afdeling advisering daarover worden gehoord. Dat betekent dat zij advies uitbrengt over de geldende maatregelen voorafgaand aan het besluit om te verlengen. Daarna worden de Eerste en Tweede Kamer geïnformeerd over het voornemen van de regering om de wet te verlengen. Beide Kamers hebben dan een week de tijd om hierover met de regering in debat te gaan. Vervolgens neemt de regering een koninklijk besluit om te verlengen. Het wetsvoorstel handhaaft dit model van betrokkenheid van de beide Kamers, maar voegt daaraan een nieuw model van betrokkenheid toe, in de vorm van ‘bepalende zeggenschap’.

Delegatie onder vereiste goedkeuring bij wet

Overeenkomstig de door de Eerste Kamer uitgesproken voorkeur in de motie-De Boer c.s. (Kamerstukken I, 2020/21, 35 526, nr. AK) wordt de nieuwe procedure vormgegeven door middel ‘delegatie onder vereiste goedkeuring bij wet’.

Delegatie onder het vereiste van goedkeuring bij wet houdt in dat de regering direct na de plaatsing van het koninklijk besluit tot verlenging in het Staatsblad, een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer moet indienen (waarbij advisering door de Afdeling advisering van de Raad van State achterwege kan blijven) dat strekt tot goedkeuring van het koninklijk besluit. Als de Tweede of de Eerste Kamer het wetsvoorstel verwerpt, vervallen met vrijwel onmiddellijke ingang alle bepalingen waarvan de werkingsduur werd verlengd. Verwerping van het goedkeuringswetsvoorstel heeft tot gevolg dat de Twm ophoudt te bestaan en er geen wettelijke maatregelen meer kunnen worden getroffen ter bestrijding van de epidemie van covid-19 of een directe dreiging daarvan. De betreffende ministeriële regelingen en het Tijdelijk besluit veilige afstand vervallen daarmee van rechtswege. Omdat het onwenselijk is om een voorhang - en nahangprocedure te combineren, komt de in Twm opgenomen voorhangprocedure voor het verlengingsbesluit te vervallen.

Advisering door Raad van State

Het oorspronkelijke wetsvoorstel liet het horen van de Afdeling advisering van de Raad van State over het goedkeuringsvoorstel achterwege omdat zij al wordt gehoord in het kader van het koninklijk besluit tot verlenging. In haar advies over het wetsvoorstel heeft de Afdeling advisering erop gewezen dat de Grondwet grote terughoudendheid voorschrijft bij het achterwege laten van het horen van de Afdeling advisering over wetsvoorstellen (art. 73 lid 1 Grondwet). Het advies luidde daarom om de Afdeling advisering op de reguliere wijze over het wetsvoorstel te horen. De regering heeft als reactie op dit advies de imperatieve formulering om het horen van de Afdeling achterwege te laten vervangen door een facultatieve formulering. Dit betekent dat advisering over het goedkeuringsvoorstel door de Afdeling advisering achterwege kan worden gelaten.

Bronnen: Eerste Kamer, 13 juli 2021; Kamerstukken II, 2020/21, 35 874, nr. 3; Kamerstukken II, 2020/21, 35 874, nr. 4, Raad van State, 28 juni 2021