Tweede Kamer neemt Tijdelijke wet coronatestbewijzen aan

18 mei 2021

De Tweede Kamer heeft op 11 mei de Tijdelijke wet coronatestbewijzen aangenomen (Kamerstukken I, 2020/21, 35 807, nr. C). De inzet van testbewijzen heeft als doel bij het tegengaan van de verspreiding van het coronavirus onderdelen van de samenleving te heropenen of geopend te houden.

Uitbreiding Wet publieke gezondheid

Met dit wetsvoorstel worden de tijdelijke bepalingen uitgebreid met de mogelijkheid om bij het treffen van maatregelen ter bestrijding van de epidemie van covid-19 regels te kunnen stellen over het tonen van een testbewijs waaruit blijkt of er op het moment van afname van de test een infectie was met het coronavirus. Concreet gaat het om een uitbreiding van hoofdstuk Va van de Wet publieke gezondheid (Wpg) . In dit tijdelijke hoofdstuk in de Wpg is de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 (Twm) gecodificeerd.

Aan de hand van een test kan de besmettelijkheid worden vastgesteld en daarmee het risico op verspreiding van het coronavirus. Daarvoor is in het bijzonder een bewijs van een negatieve testuitslag relevant. Afhankelijk van het risiconiveau op verspreiding van het coronavirus geeft de "Routekaart coronamaatregelen" een overzicht van de maatregelen voor het verrichten van activiteiten of de toegang tot voorzieningen. De routekaart is daarmee een belangrijk richtsnoer voor de inzet van testbewijzen. Het testbewijs zal alleen wettelijk worden verplicht om, afhankelijk van de epidemiologische situatie, maatregelen te versoepelen en sneller los te laten (bij het afschalen) of maatregelen minder ingrijpend laten zijn en later in te voeren (bij het opschalen).

Grondrechten

Het verplichten van een testbewijs raakt grondrechten, waaronder het recht op lichamelijke integriteit (art. 11 Grondwet) en het recht op privacy (art. 10 Grondwet en art. 8 EVRM). Voor een beperking van deze rechten door de overheid is een wettelijke basis vereist. Dit voorstel expliciteert de grondslag om bij ministeriële regeling testbewijzen te kunnen inzetten voor toegang tot sport- en jeugdactiviteiten, culturele instellingen, evenementen, restaurants en overige horeca, een en ander met inbegrip van doorstroomlocaties. Daarnaast kan het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) en het hoger onderwijs (ho) bij algemene maatregel van bestuur worden aangewezen om er met behulp van testbewijzen voor te zorgen dat aan meer studenten meer fysiek onderwijs gegeven kan worden. Op andere terreinen kan het testbewijs niet worden voorgeschreven. Het wetsvoorstel regelt niet het gebruik van testbewijzen in andere gevallen dan waarin dat wettelijk is voorgeschreven.

Eisen aan testbewijzen

Van overheidswege worden applicaties beschikbaar gesteld waarin de testuitslag wordt omgezet in een testbewijs dat eenvoudig kan worden getoond en gelezen. Testbewijzen zijn er ook in papieren vorm. Aan het testbewijs worden bij ministeriële regeling nadere eisen gesteld, onder meer dat ze actueel en betrouwbaar zijn. Ook kan worden bepaald welk type test moet zijn verricht, waarbij het soort activiteit of voorziening uit kan maken. Verder zal vereist kunnen worden dat de identiteit van de toonder van het testbewijs wordt vastgesteld voor het verschaffen van toegang tot de activiteiten of voorziening.

Bronnen: Tweede Kamer, 11 mei 2021; Eerste Kamer en Kamerstukken II, 2020/21, 35 807, nr. 3

Zie ook onderstaande berichten in OpMaat Bestuursrecht:

Burgemeesters: communicatie over testplan moet beter , 7 mei 2021

Ad­vie­zen Afdeling advisering over wets­voor­stel­len die qua­ran­tai­ne­plicht en test­be­wij­zen in­tro­du­ce­ren , 20 april 2021

In april met testbewijzen naar dierentuinen, musea en sport , 9 april 2021