Tozo en belastingaangifte

29 maart 2021

Minister Koolmees geeft een toelichting op de Tozo-regeling en de belastingaangifte. Volgens Koolmees is het niet mogelijk dat door de naheffing mensen onder het bijstandsniveau uitkomen.

Half maart bleek dat veel partners van zzp’ers onaangenaam verrast werden bij de belastingaangifte. Vanwege de Tozo-regeling moeten zij honderden euro’s extra belasting betalen. Minister Koolmees antwoordt nu op Kamervragen dat de Tozo in een tijd van crisis onder stoom en kokend water tot stand is gekomen. Doel van het kabinet was om zelfstandigen zo snel mogelijk te helpen. Om deze reden is er voor gekozen om bij de toekenning van de Tozo 1 geen rekening te houden met het inkomen van de partner en tegelijkertijd de hogere gezinsnorm (€ 1.536,34,) aan de ondernemer en zijn partner toe te kennen in plaats van de lagere alleenstaandennorm (€ 1.075,44), die zou gelden als de partner in zijn geheel buiten beschouwing zou zijn gelaten. Juist omdat er geen rekening gehouden werd met het partnerinkomen en daardoor logischerwijs niet precies bekend was hoeveel inkomsten deze partner had, is het mogelijk dat over het totale inkomen te weinig loonheffing is ingehouden en afgedragen aan de Belastingdienst. Hierdoor kan bij het doen van de aangifte inkomstenbelasting blijken dat er moet worden bijbetaald. Overigens zal dit vooral voorkomen bij partners die een zodanig inkomen verdienen dat ze geen of minder recht hebben op loonheffingskorting of dat ze in een hogere belastingschijf zitten dan waar de gemeente vanuit is gegaan. Vanaf Tozo 2 (1 juni 2020) zal dit zich minder voordoen, omdat toen de partnerinkomenstoets is ingevoerd.

Lees verder op Taxence.