Voorzieningenrechter wijst vorderingen D-rt tegen SGR en Staat af

26 maart 2021

De voorzieningenrechter in Rotterdam heeft op 24 maart de vorderingen van D-rt (ook handelend onder de naam D-Reizen) afgewezen. D-rt is een reisagent die pakketreizen aan consumenten verkoopt. Door de coronamaatregelen zijn sinds 14 maart 2020 veel reizen geannuleerd. Voor deze reizen zijn aan consumenten vouchers uitgegeven.

Looptijd

De looptijd van de sinds maart 2020 uitgegeven voucher is in veel gevallen 12 maanden. In de afgelopen 12 maanden hebben vanwege de coronamaatregelen en reisbeperkingen maar weinig consumenten van de vouchers gebruik kunnen maken.

Financiering van uitbetaling vouchers

De verwachting is dat veel consumenten een beroep gaan doen op uitbetaling van de vouchers. D-rt kan die vouchers niet integraal betalen en maakt aanspraak op, volgens D-rt door de Stichting Garantiefonds Reisgelden (SGR) en de Staat toegezegde financiering. Meer specifiek vordert zij financiering van 80% van de waarde van uitgegeven vouchers, welke financiering uit een zogeheten voucherfonds moet komen. De Staat gaat in dat kader gesubsidieerde leningen aan garantiefondsen verstrekken.

Geen verplichting

De instelling van het voucherfonds is aangekondigd in een brief aan de Kamer van 9 december 2020. In de bedoelde brief zijn echter slechts de contouren geschetst van een ‘mogelijke’ voucherkredietfaciliteit, waarbij bovendien de nodige voorbehouden zijn gemaakt. Aangegeven is dat er nog definitieve uitwerking en besluitvorming moet plaatsvinden evenals goedkeuring door de Europese Commissie. Daar komt bij dat in de brief aan de eventuele verstrekking van een toegestaan krediet ook nog de nodige mitsen en maren zijn verbonden. Na goedkeuring door de Europese Commissie moet per reisonderneming worden beoordelen of en hoeveel krediet mag worden verstrekt. Van een verplichting voor SGR en De Staat om financiering te verstrekken is daarom (nog) geen sprake.

Staatsteun

De beoogde rentesubsidie op de voorgenomen kredietverstrekking door de Staat aan garantiefondsen komt neer op staatsteun. Artikel 108 lid 3 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) bepaalt dat een voorgenomen steunmaatregel in afwachting van een eindbeslissing van de Europese Commissie op een verzoek van een lidstaat daartoe niet tot uitvoering mag worden gebracht. Daarop kan in kort geding – en ook overigens in een nationale gerechtelijke procedure – geen uitzondering worden gemaakt. Daarom stuit de vordering ook af op de Europese regels over staatssteun.

De tekst van de uitspraak is alvast hier te lezen (pdf, 745,7 KB). Publicatie op rechtspraak.nl volgt z.s.m.

Rb. Rotterdam 24 maart 2021, zaaknummer C/10/6 14923