Eerste Kamer neemt spoedwet avondklok aan, wet in werking getreden

22 februari 2021

De Eerste Kamer heeft in de avond van 19 februari na een debat met minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid (J&V) de Tijdelijke wet beperking vertoeven in de openlucht covid-19 (spoedwet avondklok) aangenomen. De wet voorziet in een afzonderlijke wettelijke grondslag voor het instellen van een avondklok ter bestrijding van de covid-19 epidemie. De Tweede Kamer nam de wet op 18 februari aan. De wet is op 22 februari in het Staatsblad (Stb. 2021, 85) gepubliceerd en op dezelfde dag in werking getreden.

Voorgeschiedenis

Op 23 januari 2021 werd in Europees Nederland een avondklok van kracht. De avondklok was ingesteld door gebruik te maken van de mogelijkheid die de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag (Wbbbg) naar het oordeel van de regering biedt, en die de minister van Justitie en Veiligheid bevoegd maakt het vertoeven in de openlucht te beperken.

De voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag heeft op 16 februari 2021 geoordeeld dat de Wbbbg ten onrechte is geactiveerd en dat art. 8, eerste en derde lid Wbbbg, daarom onmiddellijk buiten werking moeten worden gesteld (ECLI:NL:RBDHA:2021:1100). Diezelfde dag is de uitvoerbaarheid bij voorraad van dat vonnis geschorst door het gerechtshof Den Haag (ECLI:NL:GHDHA:2021:252). Op 19 februari 2021 diende het hoger beroep. Het hof doet op 26 februari uitspraak. De regering vond de mogelijkheid van het vervallen van de avondklok met het oog op de bestrijding van de epidemie ongewenst en diende daarom het wetsvoorstel tot de spoedwet in. De spoedwet leidt tot voortzetting van de avondklok met dezelfde reikwijdte en duur, dus in het hele land tussen 21.00 en 04.30 uur.

Wettelijke grondslag

De Tijdelijke wet beperking vertoeven in de openlucht covid-19 betreft een wijziging van de Wet publieke gezondheid (Wpg) , in het bijzonder van hoofdstuk Va van de Wpg. Dit hoofdstuk werd in het kader van de invoering van de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 (Twm) aan de Wpg toegevoegd. De huidige, op art. 8 Wbbbg gebaseerde regeling, is hiermee buiten werking gesteld. Minister Grapperhaus heeft dit in de Kamerbrief van 22 februari laten weten.

Debat

In de Eerste Kamer stemden 45 leden voor, 13 leden stemden tegen het wetsvoorstel. Tijdens het debat toonde een deel van de Kamer zich bezorgd over onder meer de grondslag van de wet, de betrokkenheid van het parlement en de proportionaliteit van de avondklokmaatregel zelf. Voor een deel van de Kamer waren deze zorgen doorslaggevend om tegen het wetsvoorstel te stemmen. Andere Kamerleden waren voldoende overtuigd van de effectiviteit van de maatregel en de rechtmatigheid van het wetsvoorstel om voor het wetsvoorstel te stemmen.

Minister Grapperhaus gaf tijdens het debat onder meer aan dat het indringende advies van het Outbreak Management Team (OMT) op 19 januari jl. om een avondklok in te stellen, aanleiding voor het nemen van deze maatregel vormde. Een ander advies was een stay-home-order, maar die vond het kabinet te ingrijpend.

De minister zei het verder te betreuren dat hij de Eerste Kamer niet heeft geïnformeerd toen het besluit tot het nemen van een avondklok was genomen. Hij zegde toe dat hij de Kamer over nieuwe maatregelen tijdig zal informeren.

Bronnen: Eerste Kamer, 19 februari 2021; Stb. 2021, 85 en Kamerbrief minister V&J, 22 februari 2021

Dit bericht is gebaseerd op de stand van zaken op 22 februari 2021.

Zie ook onderstaande berichten in OpMaat Bestuursrecht:

Ad­vies Afdeling advisering over spoed­wet avond­klok , 18 februari 2021

Gerechtshof doet 26 februari uitspraak over avondklok , 19 februari 2021

Voorzieningenrechter: staat moet avondklok laten vervallen , 16 februari 2021

Avondklok blijft gehandhaafd tot uitspraak hoger beroep , 17 februari 2021