Voorzieningenrechter: staat moet avondklok laten vervallen

16 februari 2021

Dit bericht is gebaseerd op de stand van zaken op 16 februari, vóór 16.00 uur.

De voorzieningenrechter in Den Haag heeft op 16 februari de vorderingen van Stichting Viruswaarheid.nl om de avondklok in Nederland buiten werking te stellen toegewezen. De avondklok moet per direct worden opgeheven. De Nederlandse staat heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld.

Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag

Voor het invoeren van de avondklok is gebruik gemaakt van een bijzondere wet, de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag (Wbbbg). Die wet biedt het kabinet de mogelijkheid om in zeer spoedeisende en buitengewone omstandigheden een avondklok in te stellen, zonder dat daarvoor eerst een wetgevingstraject – waarbij de Eerste en Tweede Kamer vooraf worden betrokken – moet worden doorlopen. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat bij de invoering van de avondklok geen sprake was van de bijzondere spoedeisendheid die nodig is om gebruik te kunnen maken van de Wbbbg. Dit blijkt uit het feit dat vóór de invoering van de avondklok al vaker over de mogelijkheid van een avondklok was gesproken.
De Wbbbg is dus ingezet terwijl er geen sprake was van een situatie waarvoor de wet is bedoeld, zoals bijvoorbeeld het geval is bij een dijkdoorbraak. Daarom is de inzet van deze wet om de avondklok in te stellen niet legitiem.

Inbreuk op rechten

De avondklok maakt een vergaande inbreuk op het recht op bewegingsvrijheid en de persoonlijke levenssfeer en beperkt (indirect) onder meer het recht op vrijheid van vergadering en betoging. Dit maakt een zeer zorgvuldig besluitvormingsproces nodig.

Staat in hoger beroep

De Nederlandse staat heeft tegen deze uitspraak een spoedappèl ingesteld bij het gerechtshof Den Haag. De Staat heeft aan het gerechtshof gevraagd om de uitspraak van de voorzieningenrechter te schorsen in afwachting van de definitieve uitspraak in hoger beroep (een zogeheten schorsingsincident). Dat wil zeggen dat de Staat wil dat de avondklok gehandhaafd blijft totdat het Haagse gerechtshof een definitieve beslissing neemt over de vraag of de avondklok buiten werking gesteld moet worden.

Het verzoek om het schorsingsincident wordt 16 februari om 16.00 uur behandeld tijdens een fysieke zitting. Het spoedappèl zelf wordt zo spoedig mogelijk op een ander moment behandeld.

Rb. Den Haag 16 februari 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:1100; Rechtspraak, 16 februari 2021 en gerechtshof Den Haag, 16 februari