Eerste Kamer stemt in met Tijdelijke wet Tweede-Kamerverkiezing covid-19

27 januari 2021

De Eerste Kamer stemde op 26 januari na een debat met minister Ollongren van Binnenlandse Zaken in met Tijdelijke wet Tweede-Kamerverkiezing covid-19 (Kamerstukken I, 2020/21, 35 654, nr. B). Deze wet wijzigt de eerder in werking getreden Tijdelijke wet verkiezingen covid-19 (Stb. 2020, 426 en Stb. 2020, 428) en heeft als hoofddoel om het in verband met de uitbraak van het coronavirus voor de Tweede Kamerverkiezing van 17 maart 2021 mogelijk te maken dat kiezers van 70 jaar en ouder hun stem per brief kunnen uitbrengen.

De Tijdelijke wet verkiezingen covid-19

De Tijdelijke wet verkiezingen covid-19 is op 7 november 2020 in werking getreden en is een aanvulling op en afwijking van de Kieswet. Als gevolg van de wet worden onder meer de stemlokalen aangepast op de 1,5 meter-regel en gaan er diverse hygiënemaatregelen gelden in de lokalen. Kiezers dienen voorafgaand aan het stemmen vragen uit de gezondheidscheck te beantwoorden. Ook maakt de tijdelijke wet het mogelijk om stembureaus in te stellen in zorginstellingen die alleen toegankelijk zijn voor de bewoners of bezoekers van die instellingen.

Tijdelijke wet Tweede-Kamerverkiezing covid-19

De Tijdelijke wet Tweede-Kamerverkiezing covid-19 heeft als hoofddoel dat kiezers van 70 jaar en ouder hun stem per brief kunnen uitbrengen, en dat met name kiezers met een kwetsbare gezondheid de gelegenheid krijgen om gedurende twee dagen voorafgaand aan de ‘reguliere’ dag van de stemming hun stem in een stemlokaal uit te brengen. Doel van deze extra mogelijkheden voor het uitbrengen van een stem is om kiezers zo veel mogelijk te spreiden en de drukte in de stemlokalen op de verkiezingsdag te verminderen. Kiezers die vanwege het coronavirus twijfelen over de gang naar de stembus op de verkiezingsdag, bijvoorbeeld vanwege een kwetsbare gezondheid, krijgen zo een extra alternatief om zelf hun stem uit te brengen.

Kritiek op de leeftijdsgrens

De kritiek tijdens het debat had onder meer betrekking op de leeftijdsgrens van 70 jaar. De vraag die daarbij werd gesteld was waarom het stemmen per brief niet voor alle kiezers mogelijk kon worden gemaakt. Als gevolg van de leeftijdsgrens zou de deelname aan verkiezingen voor de ene groep worden vergroot en voor anderen juist worden verkleind. Onder meer het gelijkheidsbeginsel zou hiermee in het geding komen. Minister Ollongren gaf in verband hiermee aan dat 70 jaar ook de leeftijdsgrens is die het RIVM hanteert voor de groep die veel kwetsbaarder is.

Ingediende moties

Tijdens het debat zijn drie moties ingediend. De eerste motie (Kamerstukken I, 2020/21, 35 654, nr. H) van senator Van der Linden (Fractie-van Pareren), verzoekt het kabinet om één of meerdere daarin gespecialiseerde externe partijen zo snel mogelijk onderzoek te laten doen naar alle nieuwe risico's op significante fraude die als gevolg van dit nieuwe briefstemmen worden geïntroduceerd en in kaart te (laten) brengen welke beheersingsmaatregelen worden genomen om die risico's zoveel mogelijk te beperken.

De tweede motie (Kamerstukken I, 2020/21, 35 654, nr. I), van senator Nicolaï (PvdD), verzoekt de regering om op korte termijn bij het Outbreak Management Team (OMT) advies in te winnen over de vraag of het houden van de verkiezingen in maart 2021 verantwoord is met het oog op het voorkomen van verdere verspreiding van covid-19, en wekelijks aan het OMT te vragen het advies te actualiseren naar de stand van zaken op dat moment, en deze adviezen aan de Eerste Kamer te doen toekomen.

De derde motie (Kamerstukken I, 2020/21, 35 654, nr. J) eveneens van senator Nicolaï, verzoekt de regering om te onderzoeken of bij uitstel van de verkiezingen de wet met spoed kan worden aangepast teneinde uitsluitend voor de Tweede Kamerverkiezing in 2021 voor een ieder de mogelijkheid te openen om per brief te stemmen. Nicolaï diende ook tijdens het debat van 3 november 2020 een motie in waarin hij met het oog op het gelijkheidsbeginsel en het tegengaan van besmettingen, ervoor plette stemmen per brief voor iedereen mogelijk te maken (Kamerstukken I, 2020/21, 35 590, nr. F). De stemming over deze motie werd op 17 november aangehouden.

Minister Ollongren ontraadde de drie moties. De Eerste Kamer stemt op 2 februari over deze moties.

Bron: Eerste Kamer, 26 januari 2021

Zie ook het bericht Tijdelijke wet verkiezingen covid-19 in werking getreden , in OpMaat Bestuursrecht van 11 november 2020.