Ad­vies Raad van Sta­te over Tijdelijke wet maatregelen covid-19

16 juli 2020

In OpMaat Bestuursrecht van 15 juli verscheen een bericht over het wetsvoorstel Tijdelijke wet maatregelen covid-19 (Kamerstukken II, 2019/20, 35 526, nr. 2). Dit wetsvoorstel betreft een uitbreiding van de Wet publieke gezondheid (Wpg) en is nu bij de Tweede Kamer ingediend. Tegelijkertijd met de indiening van het wetsvoorstel, is het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State van 17 juni jl. openbaar geworden.

Wettelijke grondslag beperkende maatregelen

De regering kiest volgens de Afdeling advisering terecht voor een tijdelijke wet om de coronamaatregelen in op te nemen. Het coronavirus houdt immers nog aan en de onzekerheid over het verloop van de pandemie blijft groot. De beperkende maatregelen om het virus te bestrijden staan nu nog in noodverordeningen, maar dat is juridisch niet langer houdbaar. Omdat de maatregelen grondrechten beperken, moet de ‘grondslag’ daarvoor in een wet worden opgenomen.

Daarbij acht de Afdeling het in de bijzondere situatie van dit moment en het tijdelijke karakter van de wet aanvaardbaar dat vanwege de noodzakelijke snelheid waarmee in het belang van de samenleving en met het oog op de proportionaliteit van de maatregelen moet kunnen worden op- en afgeschaald, dit geschiedt bij ministeriële regeling. De Grondwet laat dat ook toe, aldus de Afdeling advisering.

Aanpassing wetsvoorstel na advies Afdeling advisering

Het wetsvoorstel dat de regering in juni aan de Afdeling advisering van de Raad van State heeft voorgelegd, stuitte echter op aanzienlijke bezwaren. Dat staat in het advies dat de Afdeling advisering op 17 juni jl. over het wetsvoorstel heeft uitgebracht. Zo was de werkingsduur van het wetsvoorstel van één jaar te lang en de parlementaire controle op de concrete maatregelen te beperkt. Ook zou de corona-app niet in het wetsvoorstel opgenomen moeten worden.

Na dit advies heeft de regering het wetsvoorstel aangepast. De werkingsduur van de wet is teruggebracht naar een half jaar en de parlementaire controle op de concrete maatregelen is versterkt. Daarnaast staat de corona-app er niet meer in. De regering overweegt dat nu in een apart wetsvoorstel te regelen. De regering heeft het aangepaste wetsvoorstel op 13 juli 2020 aan de Tweede Kamer aangeboden. Daarmee is het advies van de Afdeling advisering over het eerder aan haar voorgelegde wetsvoorstel ook openbaar geworden. Daaruit blijkt dat de regering veel opmerkingen uit het advies van de Afdeling advisering heeft overgenomen, maar niet alle.

Terugkeer naar normalere leefomstandigheden en bestuurlijke verhoudingen

In de eerste, acute fase van de coronacrisis hebben de veiligheidsregio’s de coronamaatregelen in noodverordeningen vastgelegd. Hoewel de crisis nog niet voorbij is, is het belangrijk dat de normale leefomstandigheden en bestuurlijke verhoudingen zoveel mogelijk terugkeren. Ook vanwege het blijvende belang van voldoende draagvlak.

Daarom had de Afdeling advisering bezwaar tegen de te centrale rol van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in het wetsvoorstel. Die rol is in het gewijzigde wetsvoorstel minder centraal geworden, maar de minister blijft wel bevoegd om in bijzondere gevallen het stelsel van noodverordeningen in werking te stellen. Op grond daarvan kunnen de veiligheidsregio’s nog steeds noodverordeningen vaststellen, terwijl dat volgens de Afdeling advisering na inwerkingtreding van de wet niet meer nodig en wenselijk is.

Handhaving en strafblad

Het is verder de vraag of het wetsvoorstel eenvoudig en begrijpelijk genoeg is om de maatregelen goed te kunnen uitvoeren en te kunnen handhaven. Begrippen als ‘veilige afstand’ en ‘groepsvorming’ moeten volgens de Afdeling advisering duidelijker worden uitgewerkt, zodat burgers en handhavers weten waar zij aan toe zijn. De regering heeft in haar reactie op het advies aangegeven dat zij definities heeft verduidelijkt in het aangepaste wetsvoorstel. De Afdeling advisering heeft er daarnaast bezwaar tegen dat overtreders van de coronamaatregelen een strafblad krijgen. Dat tast het draagvlak voor de wet aan en zou de regering in het wetsvoorstel juist moeten uitsluiten. Deze adviesopmerking heeft de regering echter niet overgenomen.

Bronnen: Raad van State, 13 juli 2020 en Kamerstukken II, 2019/20, 35 526, nr. 4

Zie ook eerdere berichten over de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 in OpMaat Bestuursrecht:

Tijdelijke wet maatregelen covid-19 naar de Tweede Kamer , 15 juli 2020

Minister De Jonge: inwerkingtreding Tijdelijke wet maatregelen covid-19 op 1 juli niet haalbaar , 22 juni 2020

Wetgevingsadvies Raad voor de Rechtspraak over Tijdelijke wet maatregelen covid-19 , 17 juni 2020

Artikel Gemeente.nu over voorstel Tijdelijke wet maatregelen covid-19 , 8 juni 2020

Raad van State geeft voor­lich­ting over de grond­rech­te­lij­ke as­pec­ten van (voor)ge­no­men cri­sis­maat­re­ge­len , 26 mei 2020