Besparen

drs. Gied J.J.M. Jaspars

Door de maatregelen die de verdere verspreiding van het coronavirus moeten beteugelen, daalt bij veel ondernemingen de omzet. Hierdoor is het goed om na te gaan op welke vlakken besparingen mogelijk zijn. Voor ondernemingen met werknemers kan de NOW uitkomst bieden. De Belastingdienst biedt ook verlichting door de invorderingsrente en belastingrente te verlagen en door geen betaalverzuimboetes op te leggen.

check Bijgewerkt tot 12 april 2021

spiralbound Practice note

NOW-3 (derde, vierde en vijfde tranche)

Door de coronacrisis komen veel ondernemingen in liquiditeitsproblemen. Besparingen zijn daarom zeer gewenst. Een grote kostenpost bestaat voor veel ondernemingen uit de lonen van werknemers. Zeker als die werknemers als gevolg van de crisis ook nog eens minder werk kunnen uitvoeren, kijken ondernemingen al snel naar de mogelijkheden om op de lonen te besparen.

De coronacrisis is een calamiteit die buiten het normale bedrijfsrisico valt. Voor werkgevers was er voor zulke gevallen een regeling voor werktijdverkorting ( Beleidsregel ontheffing verbod op werktijdverkorting 2004 (WTV) ). De crisis raakt echter meer mensen dan waar de regeling voor werktijdverkorting op is berekend. De Eerste tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW) is daarom geïntroduceerd ter vervanging van de regeling voor werktijdverkorting.

Vanwege het voortduren van de coronacrisis is de NOW per 1 oktober 2020 is verlengd met drie tijdvakken van drie maanden (tot 1 juli 2021). Daarbij zijn ook enkele wijzigingen in de regeling doorgevoerd ( Regeling van de Minister van SZW van 5 oktober 2020 ). Om die reden wordt hierna afzonderlijk aandacht besteed aan de oorspronkelijke regeling (NOW eerste tranche), de eerste verlenging (NOW tweede tranche) en de huidige verlengingen (NOW derde, vierde en vijfde tranche). Aangezien het vijf aparte subsidieregelingen zijn, met verschillende voorwaarden, zijn er ook aparte verantwoordingen. Het is dus belangrijk om steeds voor een juiste verantwoording van de subsidieaanvraag zorg te dragen.

Op 21 januari 2021 is een verruiming van de NOW voor het eerste en tweede kwartaal (vierde en vijfde tranche) ingegaan:

NOW

Nieuwe situatie

Oude situatie

Nieuwe situatie

Tijdvakken

Jan - mrt

Apr - jun

Apr - jun

Vergoedingspercentage

85%

60%

85%

Loonsom vrijstelling

10%

20%

10%

Minimaal omzetverlies

20%

30%

20%

Maximale vergoeding dagloon

2x

1x

2x

Voorwaarden

Alle werkgevers die aan de voorwaarden van de regeling voldoen kunnen een aanvraag voor subsidie indienen. Hieronder worden een aantal essentiële voorwaarden en onderdelen van de NOW-3 toegelicht.

Omzetdaling

De voorwaarde die geldt om voor de NOW in aanmerking te komen, is dat een werkgever een omzetdaling heeft van ten minste 20%.

Voor NOW-3 geldt dat de omzetdaling wordt bepaald door een vierde van de omzet van 2019 te vergelijken met de omzet van een door de werkgever te kiezen referentieperiode van drie maanden. Voor nieuwe ondernemingen geldt dat wordt vergeleken met de omzet die is gerealiseerd in de periode vanaf de eerste kalendermaand na de dag waarop de onderneming is gestart tot en met 29 februari 2020, omgerekend naar drie maanden.

Referentieperiode

Per tranche kan worden aangegeven over welke periode de omzetdaling moet worden berekend, waarbij de startdatum altijd op de eerste van de maand moet liggen en de maand moet in de betreffende tranche zitten.

  • Voor de derde tranche, die loopt van 1 oktober tot en met 31 december 2020, betekent dit dat de driemaandsperiode kan starten op 1 oktober, 1 november of 1 december 2020.
  • Voor de vierde tranche, die loopt van 1 januari tot en met 31 maart 2021, betekent dit dat de driemaandsperiode kan starten op 1 januari, 1 februari of 1 maart 2021.
  • Voor de vijfde tranche, die loopt van 1 april tot en met 30 juni 2021, betekent dit dat de driemaandsperiode kan starten op 1 april, 1 mei of 1 juni 2021.

In beginsel is het aan de werkgever om een keuze te maken. Als een werkgever echter al een aanvraag heeft ingediend voor NOW-2 en de subsidie is verleend, dient de periode van omzetdaling waarvoor subsidie in het kader van NOW-3 wordt aangevraagd aan te sluiten op die periode van omzetdaling waarvoor in NOW-2 subsidie is aangevraagd en is deze dus niet vrijelijk door de werkgever te kiezen. Dit geldt ook voor de drie verschillende tranches in de NOW-3. Indien men aanspraak maakt op de NOW-subsidie in opeenvolgende tranches, dienen de omzetperiodes dus op elkaar aan te sluiten. Wanneer geen gebruik wordt gemaakt van opeenvolgende tranches binnen de NOW-3, geldt deze eis (uiteraard) niet.

Aanvraag

Een aanvraag wordt ingediend bij het UWV. Een subsidieaanvraag kan in de volgende tijdvakken worden ingediend:

a. Derde tranche: van 16 november 2020 tot en met 27 december 2020;

b. Vierde tranche: van 15 februari 2021 tot en met 14 maart 2021;

c. Vijfde tranche: van 17 mei 2021 tot en met 13 juni 2021.

Omvang

De hoogte van de tegemoetkoming in de loonkosten is afhankelijk van de omzetdaling. De tegemoetkoming heeft de volgende omvang:

  • als 100% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 80 (derde tranche) of 85% (vierde en vijfde tranche) van de loonsom;
  • als 50% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 40 of 42,5% van de loonsom; en
  • tot de omzet worden ook de subsidies gerekend die ondernemers vanwege de coronacrisis ontvangen. De NOW-subsidie wordt echter niet tot de omzet gerekend.

Voor de loonsom wordt uitgegaan van het socialeverzekeringsloon uit tegenwoordige dienstbetrekkingen in juni 2020. Voor het loon van een individuele werknemer wordt maximaal € 9.538 per maand gerekend. Hogere lonen worden dus niet gecompenseerd. Ook aanvullende lasten en kosten (zoals pensioenpremies en de vakantiebijslag) worden gecompenseerd. Gemakshalve wordt gerekend met een opslag voor de werkgeverslasten van 40%.

Uitbetaling

Het UWV heeft 13 weken om over de aanvraag te beslissen. Op basis van de aanvraag wordt binnen 2 à 4 weken een voorschot verstrekt van in elk geval 80% van het aangevraagde bedrag. Het voorschot wordt in drie termijnen betaald, waarbij ernaar gestreefd wordt het eerste voorschot binnen twee tot vier weken te betalen.

Achteraf wordt bepaald wat het daadwerkelijke omzetverlies is geweest. Dit gebeurt binnen 52 weken na afloop van de periode waarover NOW is verkregen. Bij de definitieve vaststelling vindt ook een correctie plaats bij een daling van de loonsom van meer dan 10% in de derde tranche (respectievelijk 15% en 20% in de vierde en vijfde tranche). De definitieve tegemoetkoming wordt dus achteraf vastgesteld. Daarbij kan sprake zijn van een nabetaling of terugvordering.

Accountantsverklaring

In sommige gevallen is een accountantsverklaring verplicht. Dit geldt voor ondernemingen die een voorschot hebben ontvangen van € 100.000 of meer of die bij vaststelling een subsidie ontvangen van € 125.000 of meer. Een verklaring van een derde-deskundige is verplicht bij een voorschot van meer dan € 20.000 of een vaststellingsbedrag van meer dan € 25.000.

Dividenden en bonussen

Ondernemingen die gebruikmaken van de NOW mogen voor de derde tranche over 2020 en voor de vierde en vijfde tranche over 2021 geen dividend of bonussen aan het bestuur of de directie uitkeren en geen eigen aandelen inkopen. Deze voorwaarde geldt enkel voor ondernemingen die een subsidiebedrag ontvangen waarvoor een accountantsverklaring vereist is.

Concernregeling

Individuele werkmaatschappijen van een concern kunnen de tegemoetkoming aanvragen op basis van de omzetdaling van de werkmaatschappij, mits bij het concern sprake is van een omzetdaling van minder dan 20%.

Werkmaatschappijen die van deze regeling gebruik willen maken, moeten in ieder geval aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • de bedrijfsmatige activiteiten bestaan niet voor meer dan de helft uit het binnen de groep ter beschikking stellen van arbeidskrachten;
  • de belanghebbende verenigingen van werknemers (vakbonden) of, als die er niet zijn, een andere vertegenwoordiging van werknemers is akkoord met de plannen voor werkbehoud bij de werkmaatschappij; en
  • de andere rechtspersonen/vennootschappen binnen het concern voeren geen opdrachten of projecten uit die ten koste kunnen gaan van de werkmaatschappij.

NOW-2 (tweede tranche)

Door de coronacrisis komen veel ondernemingen in liquiditeitsproblemen. Besparingen zijn daarom zeer gewenst. Een grote kostenpost bestaat voor veel ondernemingen uit de lonen van werknemers. Zeker als die werknemers als gevolg van de crisis ook nog eens minder werk kunnen uitvoeren, kijken ondernemingen al snel naar de mogelijkheden om op de lonen te besparen.

De coronacrisis is een calamiteit die buiten het normale bedrijfsrisico valt. Voor werkgevers was er voor zulke gevallen een regeling voor werktijdverkorting (Beleidsregel ontheffing verbod op werktijdverkorting 2004 (WTV)). De crisis raakt echter meer mensen dan waar de regeling voor werktijdverkorting op is berekend. De Eerste tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW eerste tranche) is daarom geïntroduceerd ter vervanging van de regeling voor werktijdverkorting. Vanwege het voortduren van de coronacrisis is bekendgemaakt dat de NOW met vier maanden wordt verlengd. Daarbij zijn ook enkele wijzigingen in de regeling aangekondigd (Kamerbrief Noodpakket banen en economie 2.0). Om die reden wordt hierna afzonderlijk aandacht besteed aan de oorspronkelijke regeling (NOW eerste tranche) en de verlenging (NOW tweede tranche). Aangezien het twee aparte subsidieperiodes zijn, met verschillende voorwaarden, zijn er ook twee aparte verantwoordingen. Het is dus belangrijk om ook voor een juiste verantwoording van de eerste subsidieaanvraag zorg te dragen.

Voorwaarden

De verlengde NOW is toepasbaar als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • Het omzetverlies bedraagt minstens 20% over een aaneengesloten periode van vier maanden. De startdatum van deze periode moet op 1 juni, 1 juli of 1 augustus vallen. Als de NOW voor de tweede keer wordt aangevraagd, moet de periode aansluiten op de periode van de eerste aanvraag. De omzet in de viermaandsperiode wordt vergeleken met de omzet in 2019, gedeeld door drie. Voor nieuwe ondernemingen geldt dat wordt vergeleken met de omzet die is gerealiseerd in de periode vanaf de eerste kalendermaand na de dag waarop de onderneming is gestart tot en met 29 februari 2020, gedeeld door het aantal maanden waarvan de omzet in aanmerking is genomen, vermenigvuldigd met vier. Aangenomen wordt dat de omzetdaling van minstens 20% het gevolg is van de buitengewone omstandigheden die zich nu voordoen. Ondernemers hoeven niet aan te tonen in welke mate de buitengewone omstandigheden bijdragen aan de omzetdaling.
  • Het gaat om werknemers die in dienst zijn en verplicht verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen. Personen die in fictieve dienstbetrekking zijn, vallen hier ook onder. Niet-verzekerde of vrijwillig verzekerde dga’s vallen er niet onder. Werknemers met flexibele contracten of 0-urencontracten vallen wel onder de regeling. Datzelfde geldt voor payroll- en uitzendwerkgevers.
  • De werknemers blijven hun volledige salaris ontvangen. Zij mogen hun werk blijven uitvoeren.
  • Er wordt een aanvraag ingediend bij het UWV. Dit kan vanaf 6 juli tot en met 31 augustus 2020.
  • Als werknemers in de periode van 1 juni tot en met 31 augustus op bedrijfseconomische gronden worden ontslagen, heeft dat gevolgen voor de hoogte van de tegemoetkoming op grond van de NOW. Het loon van de ontslagen werknemers wordt in mindering gebracht op de subsidie. Bij grotere ontslagaanvragen (voor 20 of meer werknemers) kan daarnaast een korting van 5% van de uiteindelijke NOW-subsidie worden opgelegd.
  • In sommige gevallen is een accountantsverklaring verplicht. Dit geldt voor ondernemingen die een voorschot hebben ontvangen van € 100.000 of meer of die bij vaststelling een subsidie ontvangen van € 125.000 of meer. Een verklaring van een derde-deskundige is verplicht bij een voorschot van meer dan € 20.000 of een vaststellingsbedrag van meer dan € 25.000.
  • Ondernemingen die gebruikmaken van de NOW tweede tranche mogen over 2020 (tot en met het vaststellen van de jaarrekening in 2021) geen dividend of bonussen aan het bestuur of de directie uitkeren en geen eigen aandelen inkopen. Deze voorwaarde geldt enkel voor ondernemingen die een subsidiebedrag ontvangen waarvoor een accountantsverklaring vereist is.
  • Voor ondernemingen die gebruikmaken van de NOW tweede tranche geldt een inspanningsverplichting tot het stimuleren van werknemers voor een bij- of omscholing.

Concernregeling

Individuele werkmaatschappijen van een concern kunnen de tegemoetkoming aanvragen op basis van de omzetdaling van de werkmaatschappij, mits bij het concern sprake is van een omzetdaling van minder dan 20%.

Werkmaatschappijen die van deze regeling gebruik willen maken, moeten in ieder geval aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • de bedrijfsmatige activiteiten bestaan niet voor meer dan de helft uit het binnen de groep ter beschikking stellen van arbeidskrachten;
  • de belanghebbende verenigingen van werknemers (vakbonden) of, als die er niet zijn, een andere vertegenwoordiging van werknemers is akkoord met de plannen voor werkbehoud bij de werkmaatschappij; en
  • de andere rechtspersonen/vennootschappen binnen het concern voeren geen opdrachten of projecten uit die ten koste kunnen gaan van de werkmaatschappij.

Omvang

De hoogte van de tegemoetkoming in de loonkosten is afhankelijk van de omzetdaling. Dit gaat stapsgewijs. De tegemoetkoming heeft de volgende omvang:

  • als 100% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 90% van de loonsom;
  • als 50% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 45% van de loonsom; en
  • als 25% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 22,5% van de loonsom.

Tot de omzet worden ook de subsidies gerekend die ondernemers vanwege de coronacrisis ontvangen. De NOW-subsidie wordt echter niet tot de omzet gerekend.

Voor de loonsom wordt uitgegaan van het socialeverzekeringsloon uit tegenwoordige dienstbetrekkingen in maart 2020. Voor het loon van een individuele werknemer wordt maximaal € 9.538 per maand gerekend. Hogere lonen worden dus niet gecompenseerd. Ook aanvullende lasten en kosten (zoals pensioenpremies en de vakantiebijslag) worden gecompenseerd. Gemakshalve wordt gerekend met een opslag voor de werkgeverslasten van 40%.

Uitbetaling

Het UWV heeft 13 weken om over de aanvraag te beslissen. Op basis van de aanvraag wordt binnen 2 à 4 weken een voorschot verstrekt van in elk geval 80% van het aangevraagde bedrag. Het voorschot wordt in drie termijnen betaald, waarbij ernaar gestreefd wordt het eerste voorschot binnen twee tot vier weken te betalen.

Achteraf wordt bepaald wat het daadwerkelijke omzetverlies is geweest. Dit gebeurt binnen 52 weken na afloop van de periode waarover NOW is verkregen. Bij de definitieve vaststelling vindt ook een correctie plaats bij een daling van de loonsom. De definitieve tegemoetkoming wordt dus achteraf vastgesteld. Daarbij kan sprake zijn van een nabetaling of terugvordering.

WW

Er wordt geen beroep gedaan op de WW, de regeling staat hier volledig los van. Er worden dus ook geen WW-rechten opgesoupeerd. Werknemers hoeven ook geen WW-aanvraag te doen of hieraan mee te werken.

NOW-1 (eerste tranche)

Voorwaarden

De aanvraagperiode voor de NOW (eerste tranche) is op 5 juni beëindigd. Onder de volgende voorwaarden kon de NOW worden aangevraagd:

  • Het omzetverlies bedraagt minstens 20% over een aaneengesloten periode van drie maanden. De startdatum van deze periode moet op 1 maart, 1 april of 1 mei vallen. De omzet in de driemaandsperiode wordt vergeleken met de omzet in 2019, gedeeld door vier. Voor nieuwe ondernemingen geldt dat wordt vergeleken met de omzet die is gerealiseerd in de periode vanaf de eerste kalendermaand na de dag waarop de onderneming is gestart tot en met 29 februari 2020, gedeeld door het aantal maanden waarvan de omzet in aanmerking is genomen, vermenigvuldigd met drie. Aangenomen wordt dat de omzetdaling van minstens 20% het gevolg is van de buitengewone omstandigheden die zich nu voordoen. Ondernemers hoeven niet aan te tonen in welke mate de buitengewone omstandigheden bijdragen aan de omzetdaling.
  • Het gaat om werknemers die in dienst zijn en verplicht verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen. Personen die in fictieve dienstbetrekking zijn, vallen hier ook onder. Niet-verzekerde of vrijwillig verzekerde dga’s vallen er niet onder. Werknemers met flexibele contracten of 0-urencontracten vallen wel onder de regeling. Datzelfde geldt voor payroll- en uitzendwerkgevers.
  • De werknemers blijven hun volledige salaris ontvangen.
  • Er is tijdig een aanvraag ingediend bij het UWV.
  • Als werknemers in de periode van 18 maart tot en met 31 mei 2020 op bedrijfseconomische gronden zijn ontslagen, heeft dat gevolgen voor de hoogte van de tegemoetkoming op grond van de NOW. Het loon van de ontslagen werknemers wordt, vermeerderd met een boete van 50%, in mindering gebracht op de subsidie.
  • In sommige gevallen is een accountantsverklaring verplicht. Dit geldt voor ondernemingen die een voorschot hebben ontvangen van € 100.000 of meer of die bij vaststelling een subsidie ontvangen van € 125.000 of meer. Een verklaring van een derde-deskundige is verplicht bij een voorschot van meer dan € 20.000 of een vaststellingsbedrag van meer dan € 25.000.

Concernregeling

De regeling stelde in beginsel dat de omzetdaling moest worden beoordeeld per concern, dus niet per afzonderlijke entiteit. Vanwege kritiek hierop, werd op 22 april besloten dat de regeling werd uitgebreid. Individuele werkmaatschappijen van een concern konden de tegemoetkoming aanvragen op basis van de omzetdaling van de werkmaatschappij, mits bij het concern sprake is van een omzetdaling van minder dan 20%.

Werkmaatschappijen die van deze regeling gebruikmaken, moeten in ieder geval aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • de bedrijfsmatige activiteiten bestaan niet voor meer dan de helft uit het binnen de groep ter beschikking stellen van arbeidskrachten;
  • de belanghebbende verenigingen van werknemers (vakbonden) of, als die er niet zijn, een andere vertegenwoordiging van werknemers is akkoord met de plannen voor werkbehoud bij de werkmaatschappij;
  • er mogen over 2020 geen dividenden of bonussen worden uitgekeerd en er mogen geen eigen aandelen worden ingekocht tot en met de datum van de aandeelhoudersvergadering waarin de jaarrekening over 2020 wordt vastgesteld; en
  • de andere rechtspersonen/vennootschappen binnen het concern voeren geen opdrachten of projecten uit die ten koste kunnen gaan van de werkmaatschappij.

Omvang

De hoogte van de tegemoetkoming in de loonkosten is afhankelijk van de omzetdaling. Dit gaat stapsgewijs. De tegemoetkoming heeft de volgende omvang:

  • als 100% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 90% van de loonsom;
  • als 50% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 45% van de loonsom; en
  • als 25% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 22,5% van de loonsom.

Tot de omzet worden ook de subsidies gerekend die ondernemers vanwege de coronacrisis ontvangen.

Voor de loonsom wordt uitgegaan van het socialeverzekeringsloon uit tegenwoordige dienstbetrekkingen in januari 2020. Om seizoensbedrijven tegemoet te komen, wordt met de invoering van de NOW tweede tranche ook een aanpassing gedaan voor de NOW eerste tranche. Als de loonsom van maart tot en met mei hoger is dan driemaal de loonsom van januari, wordt de loonsom van maart tot en met mei als uitgangspunt genomen voor de berekening van de subsidiehoogte. De loonsommen van april en mei worden vervolgens maximaal op de loonsom van maart gesteld. De aanpassing van de loonsom gebeurt automatisch als dit voor een onderneming gunstiger is. Dit kan tot een aanvullende compensatie leiden bij de subsidievaststelling. Het voorschot wordt niet meer aangepast.

Voor het loon van een individuele werknemer wordt maximaal € 9.538 per maand gerekend. Hogere lonen worden dus niet gecompenseerd. Ook aanvullende lasten en kosten (zoals pensioenpremies en de vakantiebijslag) worden gecompenseerd. Gemakshalve wordt gerekend met een opslag voor de werkgeverslasten van 30%.

Uitbetaling

Het UWV heeft 13 weken om over een aanvraag te beslissen. Op basis van de aanvraag wordt al een voorschot verstrekt van in elk geval 80% van het aangevraagde bedrag. Het voorschot wordt in drie termijnen betaald, waarbij ernaar gestreefd wordt het eerste voorschot binnen twee tot vier weken te betalen.

Achteraf wordt bepaald wat het daadwerkelijke omzetverlies is geweest. Dit gebeurt binnen 52 weken na afloop van de periode waarover NOW is verkregen. Door ondernemers die enkel gebruikmaken van de NOW eerste tranche kan de vaststelling worden aangevraagd vanaf 7 september 2020.

WW

Er wordt geen beroep gedaan op de WW, de regeling staat hier volledig los van. Er worden dus ook geen WW-rechten opgesoupeerd. Werknemers hoeven ook geen WW-aanvraag te doen of hieraan mee te werken.

Werkkostenregeling (Wkr)

Werkgevers gebruiken de werkkostenregeling om onbelast vergoedingen aan hun werknemers te betalen. Vanwege de coronacrisis wordt de vrije ruimte binnen de werkkostenregeling in 2020 en 2021 verhoogd van 1,7% naar 3% over de eerste € 400.000 van de loonsom ( art. 31a lid 3 Wet LB en onderdeel 6.4, Besluit noodmaatregelen coronacrisis ).

Daarnaast geeft de Belastingdienst aan dat mondkapjes voor werknemers onbelast vergoed kunnen worden. Ze vallen onder de gerichte vrijstelling. De werkelijke kosten, inclusief die voor het verplichte mondkapje, kunnen onbelast worden vergoed ( art. 31a lid 2, a, 2 Wet LB ).

Gebruikelijk loon

Dga’s zijn verplicht zichzelf een gebruikelijk loon toe te kennen ( art. 12a Wet LB ). Als de coronacrisis grote gevolgen heeft voor de omzet en liquiditeit van een bv, kan het uitbetalen van het eerder bepaalde loon tot problemen leiden. De overheid heeft aangegeven dat het loon van de dga in die gevallen voor de toekomstige maanden naar beneden mag worden bijgesteld (terugwerkende kracht mag dus niet). Het loon mag naar beneden worden bijgesteld in verhouding tot de omzetdaling van de onderneming. Hiervoor is een rekenregel gegeven (onderdeel 6.3, Besluit noodmaatregelen coronacrisis ):

Gebruikelijk loon 2020 = A x B/C

A = het gebruikelijk loon over 2019

B = de omzet over de eerste vier kalendermaanden van 2020

C = de omzet over de eerste vier kalendermaanden van 2019

Gebruikelijk loon 2021 = A x B/C

A = het gebruikelijk loon over 2019

B = de omzet over heel 2021

C = de omzet over heel 2019

Hiervoor gelden de volgende vier voorwaarden.

  1. De rekening-courantschuld of het dividend neemt niet toe als gevolg van het lagere gebruikelijk loon.
  2. Als de AB-werknemer feitelijk meer loon heeft genoten dan volgt uit bovenstaande berekeningen, geldt dat hogere loon. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen als een BV voor de AB-werknemer gebruikmaakt van de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW). Een eventuele uitkering op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) vormt geen genoten loon uit de dienstbetrekking en heeft daarom geen gevolgen voor het gebruikelijk loon.
  3. Deze goedkeuring geldt niet voor zover de omzet in het jaar 2019 of 2020 beïnvloed is door andere bijzondere oorzaken, zoals oprichting, staking, fusie, splitsing en bijzondere resultaten.
  4. De regeling voor 2021 staat alleen open voor vennootschappen die in 2021 ten opzichte van 2019 ten minste 30% omzetverlies hebben geleden (B/C ≤ 0,70).

Voor gevallen waarin deze rekenregel niet passend is, is maatwerk mogelijk. Er kan dan in overleg worden getreden met de Belastingdienst.

Versoepeling urencriterium

Ondernemers hebben onder voorwaarden recht op ondernemersaftrek. Deze aftrek geldt enkel voor ondernemers in de inkomstenbelasting die minimaal 1.225 uur per jaar aan hun onderneming besteden. Voor de periode van 1 maart 2020 tot en met 30 september 2020 en van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021 zal de Belastingdienst ervan uitgaan dat ondernemers minimaal 24 uur per week aan hun onderneming hebben besteed, ongeacht het aantal uren dat daadwerkelijk is gewerkt. Voor startende ondernemers die arbeidsongeschikt zijn wordt ervan uitgegaan dat zij in die periode minimaal 16 uur per week aan hun onderneming hebben besteed (onderdeel 8.2, Besluit noodmaatregelen coronacrisis ).

Seizoengebonden werkzaamheden

Ondernemers die seizoengebonden werkzaamheden verrichten en die normaliter in de periode van 1 januari tot en met 30 juni een piek hebben in het aantal uren dat ze besteden aan de onderneming, worden geacht een gelijk aantal uren te hebben besteed in dezelfde periode in 2021 als het aantal uren dat is besteed in de periode van 1 januari 2019 tot en met 30 juni 2019. De ondernemer kan in dat geval met behulp van zijn administratie bepalen hoeveel uren hij aan de onderneming heeft besteed in de periode van 1 januari 2019 tot en met 30 juni 2019.

Verliesverrekening

Verliezen die in 2020 door ondernemingen worden geleden, mogen al in aanmerking worden genomen op het moment dat de winst over 2019 wordt bepaald. Dit gebeurt door de vorming van een coronareserve ten laste van de winst in 2019. Hiervoor gelden enkele strikte voorwaarden. Zo mag de reserve niet hoger zijn dan de winst van 2019 (onderdeel 8.3, Besluit noodmaatregelen coronacrisis ). De compensatie van het verlies wordt hierdoor naar voren gehaald. Op basis van de reguliere regeling kan het verlies pas worden verrekend bij het opstellen van het resultaat over 2020, dus in 2021.

Invorderingsrente en belastingrente

Als een belastingaanslag niet tijdig wordt betaald, moet de belastingplichtige invorderingsrente over het openstaande bedrag betalen. De invorderingsrente bedraagt normaal gesproken 4%. Vanaf 23 maart tot en met 31 december 2021 wordt de invorderingsrente verlaagd tot 0,01%. Deze maatregel is bedoeld om ondernemers te helpen, maar geldt voor alle belastingschulden.

De verlaging van de invorderingsrente heeft ook gevolgen voor de betalingskorting die wordt verleend als een voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting ineens wordt voldaan ( art. 27a Iw 1990 ). De hoogte van de betalingskorting is namelijk afhankelijk van de invorderingsrente.

Ook de belastingrente (doorgaans 4% of 8%) is voor alle belastingen verlaagd naar 0,01%. Voor de inkomstenbelasting wordt de verandering doorgevoerd op 1 juli 2020. Voor alle overige belastingen geldt het nieuwe percentage vanaf 1 juni 2020. De verlaging van de belastingrente geldt tot 1 oktober 2020. Daarna zal de belastingrente weer teruggaan naar het oorspronkelijke niveau van 4%. De belastingrente voor de vennootschapsbelasting (vpb) zal tot en met 31 december 2021 ook op 4% worden gesteld, in plaats van op het oorspronkelijke niveau van 8%.

Rentesoort

Percentages pre-noodpakket

Noodpakket (tot 1 oktober 2020)

Q4 2020

2021

Invorderingsrente

4%

0,01%

vanaf 23 maart 2020

0,01%

0,01%

Belastingrente (alle belastingen, niet vpb)

4%

0,01%

vanaf 1 juli 2020 voor de inkomstenbelasting, vanaf 1 juni 2020 voor overige belastingen

4%

4%

Belastingrente (vpb)

8%

0,01%

vanaf 1 juni 2020

4%

4%

Toeslagen

De Belastingdienst geeft aan dat ook met een rente van 0,01% (in plaats van 4%) wordt gerekend, als iemand toeslagen moet terugbetalen. Er wordt rente berekend als het niet gelukt is de toeslag tijdig terug te betalen, als er in termijnen terugbetaald wordt of als het terug te betalen bedrag wordt verrekend met toeslag die over de lopende periode wordt ontvangen. Er wordt nu dus, vanaf het moment dat de uiterste betaaldatum is verstreken, slechts 0,01% rente berekend.

Boetes

Bij te late betalingen vanwege de coronacrisis worden geen betaalverzuimboetes (voor het niet of niet tijdig betalen van belasting) opgelegd. Dit geldt vanaf 12 maart 2020 tot het einde van verleend uitstel van betaling wegens de coronacrisis (onderdeel 4, Besluit noodmaatregelen coronacrisis ). Toch opgelegde boetes zullen worden teruggedraaid. De tijdelijke versoepeling ten aanzien van de betalingsverzuimboetes komt per 1 juli 2021 te vervallen.

Btw

Medische hulpgoederen

Om op de juiste plaatsen de juiste medische hulpgoederen beschikbaar te hebben, worden veel goederen gratis ter beschikking gesteld aan bepaalde instellingen in de zorgsector. De staatssecretaris heeft goedgekeurd dat, indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, de verstrekking van medische hulpgoederen in de periode van 16 maart 2020 tot 1 juli 2021 geen gevolgen heeft voor de heffing of aftrek van btw bij de ondernemer die de goederen verstrekt (onderdeel 9, Besluit noodmaatregelen coronacrisis ). Eenzelfde goedkeuring geldt voor zorgpersoneel dat wordt in- en uitgeleend.

Mondkapjes, vaccins en testkits

Vanaf 25 mei tot 1 juli 2021 is het 0%-tarief van toepassing op mondkapjes (medisch en niet-medisch), vaccins en testkits. Er hoeft dan dus geen btw meer te worden betaald. Verkopers behouden, door toepassing van het nultarief in plaats van een vrijstelling, wel het recht op vooraftrek.

Tijdelijk stoppen met factureren

Een onderneming kan, om zijn afnemers door de coronacrisis heen te helpen, tijdelijk stoppen met factureren voor bepaalde doorlopende prestaties (zoals huur). Ook als de afnemer in zo’n geval nog niet betaalt, is een prestatie verricht waarover in de toekomst een vergoeding is verschuldigd. Dat betekent dat direct btw is verschuldigd.

Om problemen te voorkomen, kunnen de volgende acties worden uitgevoerd.

  • De ondernemer verstuurt een factuur met btw en verleent uitstel van betaling.
  • Als de afnemer btw-belaste prestaties verricht, kan deze de btw direct in aftrek brengen.
  • De ondernemer verzoekt de afnemer om het deel van de factuur ter grootte van de verschuldigde (en dus in aftrek gebrachte) btw direct te voldoen.
  • De ondernemer draagt de btw tijdig af.

Zo verleent de ondernemer uitstel van betaling aan de afnemer zonder zelf in betalingsproblemen te komen.

Oninbare vorderingen

Als gevolg van de coronacrisis kunnen zich (meer dan normaal) betalingsproblemen voordoen bij afnemers. Dit kan ertoe leiden dat vorderingen helemaal niet meer worden betaald. De btw op oninbare vorderingen mag worden teruggevraagd bij de Belastingdienst. Voor de btw is vastgelegd dat een vordering als oninbaar mag worden beschouwd als na de vervaldatum van de vordering een jaar is verstreken (art. 29 Wet OB 1968).

Uitstel en annuleringen

Door de coronacrisis zijn veel evenementen uitgesteld of afgelast. Hoe moet worden omgegaan met de btw die in zo’n geval al is betaald (bij een vooruitbetaling) of betaald moet worden (vanwege een annulering)?

Een vooruitbetaling blijft bij uitstel van het evenement verschuldigd. Dat geldt dus ook voor de btw. Als een evenement wordt geannuleerd, ligt het anders. Als degene die een vooruitbetaling heeft ontvangen deze (gedeeltelijk) moet terugbetalen, kan ook de btw (gedeeltelijk) worden teruggevraagd via de btw-aangifte. Er moet wel een creditfactuur worden verzonden.

Voor de organisator van het evenement geldt dat als - ondanks de annulering - een bedrag moet worden betaald aan bijvoorbeeld de locatiehouder, daar mogelijk btw over verschuldigd is. Er zijn, afhankelijk van de feiten en omstandigheden, twee mogelijkheden:

  • er is sprake van een voor de btw onbelaste schadevergoeding;
  • er is sprake van een vergoeding voor een prestatie waarop wel recht bestond, maar die niet is afgenomen. Dan is er wel btw verschuldigd.

Korting

Als besloten wordt om een klant tegemoet te komen door een korting te verstrekken, is over de korting geen btw verschuldigd. Wordt de korting achteraf toegekend, dan kan de teveel betaalde btw worden teruggevraagd. Er moet dan wel een creditfactuur worden verzonden.

Vouchers

Op dit moment kiezen ondernemingen (met name veel reisorganisaties) ervoor om bij annuleringen vouchers te verstrekken. Op die manier hoeft geen geld terug te worden betaald aan klanten. De klanten kunnen die voucher op een later moment, zonder bijbetaling, inwisselen.

Als het gaat om vouchers voor enkelvoudig gebruik, is het verschuldigde btw-bedrag op het moment van de uitgifte al bekend. Het land waar de btw is verschuldigd en het btw-tarief staan dan al vast. Vanwege de annulering is er dan recht op teruggaaf van btw, maar dit bedrag is ook direct weer verschuldigd vanwege de uitgifte van de voucher. Per saldo verandert de btw-afdracht niet.

Bij een voucher voor meervoudig gebruik, is het verschuldigde btw-bedrag op het moment van de uitgifte nog niet bekend. Bij de uitgifte van dergelijke vouchers is dan ook niet direct btw verschuldigd. De btw-afdracht vindt dan pas plaats bij het inwisselen van de voucher.

Douane

De coronacrisis maakt het voor ondernemingen moeilijker om aan de douanewetgeving te voldoen. Daarom is er ook een pakket maatregelen ontworpen op het gebied van de douaneformaliteiten. Er wordt onder andere soepeler omgegaan met het indienen van douaneaangiften en het voldoen aan de wettelijke vereisten rondom douanevervoer. Er worden minder snel boetes opgelegd.

Loonheffingen

Werkgevers hebben verschillende administratieve verplichtingen rondom de loonheffingen, zoals de verplichting om nieuwe werknemers te identificeren. Door de coronacrisis kan het lastig zijn om al die verplichtingen (tijdig) na te komen. De staatssecretaris keurt daarom goed dat de Belastingdienst een soepel standpunt inneemt als zo’n situatie zich voordoet en de werkgever alsnog zijn verplichtingen nakomt zodra dat kan (onderdeel 6.1, Besluit noodmaatregelen coronacrisis ).

Doelgroepverklaring LKV

Werkgevers kunnen voor bepaalde werknemers loonkostenvoordeel (LKV) ontvangen. Een werknemer moet daarvoor een doelgroepverklaring aanvragen en een kopie daarvan aan de werkgever overhandigen (Hoofdstuk 2, Wtl). Vanwege de coronacrisis wordt de termijn voor het aanvragen van een doelgroepverklaring door een werknemer met drie maanden verlengd. Voor alle dienstverbanden die tussen 1 januari en 1 oktober 2020 starten, geldt een aanvraagtermijn van zes maanden in plaats van drie maanden.

WW-premiedifferentiatie

De WW kent sinds 1 januari 2020 een hoge en een lage premie. De hoge premie geldt voor flexibele contracten, de lage premie voor vaste contracten. Als een vaste werknemer echter in een kalenderjaar meer dan 30% heeft overgewerkt, moet de werkgever voor die werknemer met terugwerkende kracht alsnog de hoge premie afdragen ( art. 2.3 Besluit Wfsv ). Deze bepaling leidt tot ongewenste gevolgen nu bijvoorbeeld zorgpersoneel als gevolg van de coronacrisis veelvuldig overwerkt. Deze bepaling is voor alle werkgevers opgeschort voor het kalenderjaar 2020.

AOW-partnertoeslag

De minister heeft de Sociale Verzekeringsbank (SVB) verzocht af te wijken van de huidige regels omtrent de AOW-partnertoeslag. Het gaat om de specifieke situaties waarin een jongere partner van een AOW-gerechtigde, als gevolg van de coronacrisis, meer of opnieuw is gaan werken in een cruciaal beroep en waarbij die werkzaamheden langer dan drie maanden duren. De minister wil dat het recht op partnertoeslag in dat geval herleeft na de beëindiging van de werkzaamheden.

Uitstel wetsvoorstel excessief lenen

Vanwege de coronacrisis wordt het wetsvoorstel ‘Wet excessief lenen bij eigen vennootschap’ een jaar uitgesteld. In plaats van 1 januari 2022 is de beoogde ingangsdatum nu 1 januari 2023.

Qredits

Qredits verstrekt microkredieten aan kleine en startende ondernemers. Deze groep wordt waarschijnlijk hard getroffen door de coronacrisis. De overheid ondersteunt daarom Qredits. Hierdoor kan Qredits haar doelgroep ondersteunen door de rente te verlagen tot 2%.

Toeristenbelasting

Er wordt in overleg met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) gekeken naar de mogelijkheid om (voorlopige) lokale aanslagen (toeristenbelasting) aan ondernemers stop te zetten. Reeds opgelegde aanslagen worden mogelijk ingetrokken.

Overzicht Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW) 3.0

NOW2.0 loopt 1 oktober 2020 af. Steun blijft van belang om werkgelegenheid zoveel mogelijk te behouden en tegelijkertijd bedrijven de mogelijkheid te bieden om zich samen met werknemers voor te bereiden op de nieuwe economische situatie. NOW3.0 loopt vanaf 1 oktober in 3 tijdvakken van 3 maanden tot 1 juli 2021.

Rekenmodel liquiditeitsplanning bv

Een dga zal ook de financiële kant van zijn bv in de gaten willen houden. Welke inkomsten verwacht hij de komende tijd? En welke uitgaven? Hoe hoog is toekomstige ruimte voor grotere uitgaven? Deze rekentool helpt bij het plannen van de liquiditeiten van de bv.

Rekenmodel voorlopige aanslag in één keer betalen?

Dit rekenmodel berekent wat het voordeligst is: de belasting ineens betalen of in termijnen.

Overzicht data en termijnen coronamaatregelen

De overheid biedt op diverse vlakken ondersteuning aan ondernemingen om de coronacrisis door te komen. Dit document geeft een overzicht van de verschillende regelingen, de periode waarin ze gelden en de periode waar ze aangevraagd kunnen worden. Ook is opgenomen op welke wijze een aanvraag voor de betreffende regelingen kan worden ingediend.

NOW berekenen voorschot

Bedrijven die door de coronacrisis omzetverlies lijden, kunnen door de NOW maximaal 90% van hun loonkosten vanaf 1 maart vergoed krijgen. De hoogte van de tegemoetkoming in de loonkosten is afhankelijk van de terugval in de omzet. Hoe groter de terugval in de omzet, hoe hoger de tegemoetkoming.

Geen uitbreiding versoepeling urencriterium (12 april 2021)

‘Geen verplichting om niet-gewerkte uren in te halen’ (1 april 2021)

Vijlbrief blijft bij beslissing over btw-tarief digitale culturele evenementen (30 maart 2021)

Accountantsverklaring en derdenverklaring NOW 2 gepubliceerd (25 maart 2021)

Recht op NOW-2 ondanks foutje in loonaangifte (23 maart 2021)

De dilemma’s van de NOW (23 maart 2021)

Betalingsregeling NOW kan ook digitaal (22 maart 2021)

Grootontvangers loonsteun keren in buitenland dividend uit (19 maart 2021)

Coronakorting voor hotel (19 maart 2021)

77.000 ondernemers vragen loonsteun aan voor eerste kwartaal 2021 (15 maart 2021)

Regeling wijziging percentages vijfde tranche NOW en openstelling aanvraagtijdvakken NOW (15 maart 2021)

Coronasteun en nu fors terugbetalen (26 februari 2021)

Meer tijd voor aanvraag definitieve berekening eerste periode NOW (23 februari 2021)

NOW 3 op drie punten gewijzigd (2 februari 2021)

7,6 miljard voor uitbreiding steunpakket ondernemers (21 januari 2021)

Miljarden extra voor bedrijven (21 januari 2021)

Lage betalingskorting wekt verbazing (19 januari 2021)

Vragen en antwoorden coronareserve gepubliceerd (8 januari 2021)

Besluit noodmaatregelen coronacrisis geactualiseerd (4 januari 2021)

DGA pas op met een onbelaste bonus of kostenvergoeding (23 december 2020)

Hoe zit het met de Vpb tijdens de coronacrisis? (13 november 2020)

Hoe zit het met het gebruikelijk loon tijdens de coronacrisis? (10 november 2020)

Kabinet houdt vast aan besluit belastingrente (4 november 2020)

Vaststellingsloket NOW-2 verschuift naar 15 april 2021 (26 oktober 2020)

Accountantsprotocol en derdenverklaring vastgesteld (12 oktober 2020)

Beleidsregel NOW-subsidie gepubliceerd (5 oktober 2020)

Percentage belastingrente vennootschapsbelasting verlaagd (1 oktober 2020)

Voorwaarden en wijzigingen NOW 3 (30 september 2020)

De (niet)-verlengde verlaging tarieven belasting- en invorderingsrente (24 september 2020)

Voordelen en valkuilen van de coronareserve (3 september 2020)

‘Derde steunpakket loopt door in 2021’ (26 augustus 2020)

Overheidssubsidies tellen mee bij vaststellen omzetverlies (10 juli 2020)

NOW 2.0 gepubliceerd (25 juni 2020)

NOW-subsidie telt niet mee als omzet bij vaststelling hoogte NOW-subsidie (4 juni 2020)

NOW en payrollbedrijven (4 juni 2020)

Gevolgen bedrijfseconomisch ontslag voor subsidie NOW 2.0 (29 mei 2020)

Verruiming verliesverrekening Vpb (25 mei 2020)

Voorwaarden coronareserve toegelicht (15 mei 2020)

Engelstalige corona-informatie voor ondernemers (13 mei 2020)

Gratis coaching voor mkb in coronaproblemen (12 mei 2020)

Coronacrisis verlaagt gebruikelijk loon (2 april 2020)