Besparen

Door de maatregelen die de verdere verspreiding van het coronavirus moeten beteugelen, daalt bij veel ondernemingen de omzet. Hierdoor is het goed om na te gaan op welke vlakken besparingen mogelijk zijn. Voor ondernemingen met werknemers kan de NOW uitkomst bieden. De Belastingdienst biedt ook verlichting door de invorderingsrente en belastingrente te verlagen en door geen betaalverzuimboetes op te leggen.

check Bijgewerkt tot 29 mei 2020

spiralbound Practice note

NOW (tweede tranche)

Door de coronacrisis komen veel ondernemingen in liquiditeitsproblemen. Besparingen zijn daarom zeer gewenst. Een grote kostenpost bestaat voor veel ondernemingen uit de lonen van werknemers. Zeker als die werknemers als gevolg van de crisis ook nog eens minder werk kunnen uitvoeren, kijken ondernemingen al snel naar de mogelijkheden om op de lonen te besparen.

De coronacrisis is een calamiteit die buiten het normale bedrijfsrisico valt. Voor werkgevers was er voor zulke gevallen een regeling voor werktijdverkorting (Beleidsregel ontheffing verbod op werktijdverkorting 2004 (WTV)). De crisis raakt echter meer mensen dan waar de regeling voor werktijdverkorting op is berekend. De Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW eerste tranche) is daarom geïntroduceerd ter vervanging van de regeling voor werktijdverkorting. Vanwege het voortduren van de coronacrisis is op 20 mei bekendgemaakt dat de NOW met drie maanden wordt verlengd. Daarbij zijn ook enkele wijzigingen in de regeling aangekondigd (Kamerbrief Noodpakket banen en economie 2.0). Om die reden wordt hierna afzonderlijk aandacht besteed aan de oorspronkelijke regeling (NOW eerste tranche) en de verlenging (NOW tweede tranche).

Voorwaarden

De verlengde NOW is, voor zover nu bekend, toepasbaar als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • Het omzetverlies bedraagt minstens 20% over een aaneengesloten periode van drie maanden. De startdatum van deze periode moet op 1 juni, 1 juli of 1 augustus vallen. Als de NOW voor de tweede keer wordt aangevraagd, moet de periode aansluiten op de periode van de eerste aanvraag. De omzet in de driemaandsperiode wordt vergeleken met de omzet in 2019, gedeeld door vier. Voor nieuwe ondernemingen geldt dat wordt vergeleken met de omzet die is gerealiseerd in de periode vanaf de eerste kalendermaand na de dag waarop de onderneming is gestart tot en met 29 februari 2020, gedeeld door het aantal maanden waarvan de omzet in aanmerking is genomen, vermenigvuldigd met drie. Aangenomen wordt dat de omzetdaling van minstens 20% het gevolg is van de buitengewone omstandigheden die zich nu voordoen. Ondernemers hoeven niet aan te tonen in welke mate de buitengewone omstandigheden bijdragen aan de omzetdaling.
  • Het gaat om werknemers die in dienst zijn en verplicht verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen. Personen die in fictieve dienstbetrekking zijn, vallen hier ook onder. Niet-verzekerde of vrijwillig verzekerde dga’s vallen er niet onder. Werknemers met flexibele contracten of 0-urencontracten vallen wel onder de regeling. Datzelfde geldt voor payroll- en uitzendwerkgevers.
  • De werknemers blijven hun volledige salaris ontvangen. Zij mogen hun werk blijven uitvoeren.
  • Er wordt een aanvraag ingediend bij het UWV. Dit kan vanaf 6 juli tot en met 31 augustus.
  • Als werknemers in de periode van 1 juni tot en met 31 augustus op bedrijfseconomische gronden worden ontslagen, heeft dat gevolgen voor de hoogte van de tegemoetkoming op grond van de NOW. Het loon van de ontslagen werknemers wordt in mindering gebracht op de subsidie. Er wordt echter geen boete meer gerekend, zoals onder de NOW eerste tranche het geval was.
  • In sommige gevallen is een accountantsverklaring verplicht. Dit geldt voor ondernemingen die een voorschot hebben ontvangen van € 100.000 of meer of die bij vaststelling een subsidie ontvangen van € 125.000 of meer. Een verklaring van een derde-deskundige is verplicht bij een voorschot van meer dan € 20.000 of een vaststellingsbedrag van meer dan € 25.000.
  • Ondernemingen die gebruikmaken van de NOW tweede tranche mogen over 2020 (tot en met het vaststellen van de jaarrekening in 2021) geen dividend of bonussen aan het bestuur of de directie uitkeren en geen eigen aandelen inkopen. Deze voorwaarde geldt enkel voor ondernemingen die een subsidiebedrag ontvangen waarvoor een accountantsverklaring vereist is.
  • Voor ondernemingen die gebruikmaken van de NOW tweede tranche geldt een inspanningsverplichting tot het stimuleren van werknemers voor een bij- of omscholing.

Concernregeling

Individuele werkmaatschappijen van een concern kunnen de tegemoetkoming aanvragen op basis van de omzetdaling van de werkmaatschappij, mits bij het concern sprake is van een omzetdaling van minder dan 20%.

Werkmaatschappijen die van deze regeling gebruik willen maken, moeten in ieder geval aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • de bedrijfsmatige activiteiten bestaan niet voor meer dan de helft uit het binnen de groep ter beschikking stellen van arbeidskrachten;
  • de belanghebbende verenigingen van werknemers (vakbonden) of, als die er niet zijn, een andere vertegenwoordiging van werknemers is akkoord met de plannen voor werkbehoud bij de werkmaatschappij; en
  • de andere rechtspersonen/vennootschappen binnen het concern voeren geen opdrachten of projecten uit die ten koste kunnen gaan van de werkmaatschappij.

Omvang

De hoogte van de tegemoetkoming in de loonkosten is afhankelijk van de omzetdaling. Dit gaat stapsgewijs. De tegemoetkoming heeft de volgende omvang:

  • als 100% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 90% van de loonsom;
  • als 50% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 45% van de loonsom; en
  • als 25% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 22,5% van de loonsom.

Tot de omzet worden ook de subsidies gerekend die ondernemers vanwege de coronacrisis ontvangen.

Voor de loonsom wordt uitgegaan van het socialeverzekeringsloon uit tegenwoordige dienstbetrekkingen in maart 2020. Voor het loon van een individuele werknemer wordt maximaal € 9.538 per maand gerekend. Hogere lonen worden dus niet gecompenseerd. Ook aanvullende lasten en kosten (zoals pensioenpremies en de vakantiebijslag) worden gecompenseerd. Gemakshalve wordt gerekend met een opslag voor de werkgeverslasten van 40%.

Uitbetaling

Het UWV heeft 13 weken om over de aanvraag te beslissen. Op basis van de aanvraag wordt al een voorschot verstrekt van in elk geval 80% van het aangevraagde bedrag. Het voorschot wordt in drie termijnen betaald, waarbij ernaar gestreefd wordt het eerste voorschot binnen twee tot vier weken te betalen.

Achteraf wordt bepaald wat het daadwerkelijke omzetverlies is geweest. Dit gebeurt binnen 52 weken na afloop van de periode waarover NOW is verkregen. Bij de definitieve vaststelling vindt ook een correctie plaats bij een daling van de loonsom. De definitieve tegemoetkoming wordt dus achteraf vastgesteld. Daarbij kan sprake zijn van een nabetaling of terugvordering.

WW

Er wordt geen beroep gedaan op de WW, de regeling staat hier volledig los van. Er worden dus ook geen WW-rechten opgesoupeerd. Werknemers hoeven ook geen WW-aanvraag te doen of hieraan mee te werken.

NOW (eerste tranche)

Ingediende/toegekende aanvragen voor werktijdverkorting

Het is niet meer mogelijk om werktijdverkorting op basis van de oude regeling aan te vragen. Reeds ingediende aanvragen zijn beschouwd als aanvragen voor de NOW. Ontheffingen die al waren verleend, zijn geldig gebleven voor de eerste periode van zes weken. Daarna kan een beroep worden gedaan op de NOW.

Voorwaarden

De NOW is toepasbaar als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • Het omzetverlies bedraagt minstens 20% over een aaneengesloten periode van drie maanden. De startdatum van deze periode moet op 1 maart, 1 april of 1 mei vallen. De omzet in de driemaandsperiode wordt vergeleken met de omzet in 2019, gedeeld door vier. Voor nieuwe ondernemingen geldt dat wordt vergeleken met de omzet die is gerealiseerd in de periode vanaf de eerste kalendermaand na de dag waarop de onderneming is gestart tot en met 29 februari 2020, gedeeld door het aantal maanden waarvan de omzet in aanmerking is genomen, vermenigvuldigd met drie. Aangenomen wordt dat de omzetdaling van minstens 20% het gevolg is van de buitengewone omstandigheden die zich nu voordoen. Ondernemers hoeven niet aan te tonen in welke mate de buitengewone omstandigheden bijdragen aan de omzetdaling.
  • Het gaat om werknemers die in dienst zijn en verplicht verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen. Personen die in fictieve dienstbetrekking zijn, vallen hier ook onder. Niet-verzekerde of vrijwillig verzekerde dga’s vallen er niet onder. Werknemers met flexibele contracten of 0-urencontracten vallen wel onder de regeling. Datzelfde geldt voor payroll- en uitzendwerkgevers.
  • De werknemers blijven hun volledige salaris ontvangen. Zij mogen hun werk blijven uitvoeren.
  • Er wordt een aanvraag ingediend bij het UWV. Dit kan tot en met 5 juni.
  • Als werknemers in de periode van 18 maart tot en met 31 mei 2020 op bedrijfseconomische gronden worden ontslagen, heeft dat gevolgen voor de hoogte van de tegemoetkoming op grond van de NOW. Het loon van de ontslagen werknemers wordt, vermeerderd met een boete van 50%, in mindering gebracht op de subsidie.
  • In sommige gevallen is een accountantsverklaring verplicht. Dit geldt voor ondernemingen die een voorschot hebben ontvangen van € 100.000 of meer of die bij vaststelling een subsidie ontvangen van € 125.000 of meer. Een verklaring van een derde-deskundige is verplicht bij een voorschot van meer dan € 20.000 of een vaststellingsbedrag van meer dan € 25.000.

Concernregeling

De regeling stelt in beginsel dat de omzetdaling moet worden beoordeeld per concern, dus niet per afzonderlijke entiteit. Vanwege kritiek hierop, is op 22 april besloten dat de regeling wordt uitgebreid. Individuele werkmaatschappijen van een concern kunnen de tegemoetkoming aanvragen op basis van de omzetdaling van de werkmaatschappij, mits bij het concern sprake is van een omzetdaling van minder dan 20%.

Werkmaatschappijen die van deze regeling gebruik willen maken, moeten in ieder geval aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • de bedrijfsmatige activiteiten bestaan niet voor meer dan de helft uit het binnen de groep ter beschikking stellen van arbeidskrachten;
  • de belanghebbende verenigingen van werknemers (vakbonden) of, als die er niet zijn, een andere vertegenwoordiging van werknemers is akkoord met de plannen voor werkbehoud bij de werkmaatschappij;
  • er mogen over 2020 geen dividenden of bonussen worden uitgekeerd en er mogen geen eigen aandelen worden ingekocht tot en met de datum van de aandeelhoudersvergadering waarin de jaarrekening over 2020 wordt vastgesteld; en
  • de andere rechtspersonen/vennootschappen binnen het concern voeren geen opdrachten of projecten uit die ten koste kunnen gaan van de werkmaatschappij.

Omvang

De hoogte van de tegemoetkoming in de loonkosten is afhankelijk van de omzetdaling. Dit gaat stapsgewijs. De tegemoetkoming heeft de volgende omvang:

  • als 100% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 90% van de loonsom;
  • als 50% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 45% van de loonsom; en
  • als 25% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 22,5% van de loonsom.

Tot de omzet worden ook de subsidies gerekend die ondernemers vanwege de coronacrisis ontvangen.

Voor de loonsom wordt uitgegaan van het socialeverzekeringsloon uit tegenwoordige dienstbetrekkingen in januari 2020. Om seizoensbedrijven tegemoet te komen, wordt met de invoering van de NOW tweede tranche ook een aanpassing gedaan voor de NOW eerste tranche. Als de loonsom van maart tot en met mei hoger is dan driemaal de loonsom van januari, wordt de loonsom van maart tot en met mei als uitgangspunt genomen voor de berekening van de subsidiehoogte. De loonsommen van april en mei worden vervolgens maximaal op de loonsom van maart gesteld. De aanpassing van de loonsom gebeurt automatisch als dit voor een onderneming gunstiger is. Dit kan tot een aanvullende compensatie leiden bij de subsidievaststelling. Het voorschot wordt niet meer aangepast.

Voor het loon van een individuele werknemer wordt maximaal € 9.538 per maand gerekend. Hogere lonen worden dus niet gecompenseerd. Ook aanvullende lasten en kosten (zoals pensioenpremies en de vakantiebijslag) worden gecompenseerd. Gemakshalve wordt gerekend met een opslag voor de werkgeverslasten van 30%.

Uitbetaling

Het UWV heeft 13 weken om over de aanvraag te beslissen. Op basis van de aanvraag wordt al een voorschot verstrekt van in elk geval 80% van het aangevraagde bedrag. Het voorschot wordt in drie termijnen betaald, waarbij ernaar gestreefd wordt het eerste voorschot binnen twee tot vier weken te betalen.

Achteraf wordt bepaald wat het daadwerkelijke omzetverlies is geweest. Dit gebeurt binnen 52 weken na afloop van de periode waarover NOW is verkregen. Door ondernemers die enkel gebruikmaken van de NOW eerste tranche kan de vaststelling worden aangevraagd vanaf 7 september 2020.

WW

Er wordt geen beroep gedaan op de WW, de regeling staat hier volledig los van. Er worden dus ook geen WW-rechten opgesoupeerd. Werknemers hoeven ook geen WW-aanvraag te doen of hieraan mee te werken.

Werkkostenregeling (Wkr)

Werkgevers gebruiken de werkkostenregeling om onbelast vergoedingen aan hun werknemers te betalen. Vanwege de coronacrisis wordt de vrije ruimte binnen de werkkostenregeling eenmalig verhoogd van 1,7% naar 3% over de eerste € 400.000 van de loonsom ( art. 31a lid 3 Wet LB en onderdeel 6.4, Besluit noodmaatregelen coronacrisis).

Daarnaast geeft de Belastingdienst aan dat mondkapjes voor werknemers (voor reizen vanaf 1 juni) onbelast vergoed kunnen worden. Ze vallen onder de gerichte vrijstelling voor reizen met het openbaar vervoer. De werkelijke kosten, inclusief die voor het verplichte mondkapje, kunnen onbelast worden vergoed ( art. 31a lid 2, a, 2 Wet LB ).

Gebruikelijk loon

Dga’s zijn verplicht zichzelf een gebruikelijk loon toe te kennen ( art. 12a Wet LB ). Als de coronacrisis grote gevolgen heeft voor de omzet en liquiditeit van een bv, kan het uitbetalen van het eerder bepaalde loon tot problemen leiden. De overheid heeft aangegeven dat het loon van de dga in die gevallen voor de toekomstige maanden naar beneden mag worden bijgesteld (terugwerkende kracht mag dus niet). Het loon mag naar beneden worden bijgesteld in verhouding tot de omzetdaling van de onderneming. Hiervoor is een rekenregel gegeven (onderdeel 6.3, Besluit noodmaatregelen coronacrisis). Voor gevallen waarin deze rekenregel niet passend is, is maatwerk mogelijk. Er kan dan in overleg worden getreden met de Belastingdienst.

Versoepeling urencriterium

Ondernemers hebben onder voorwaarden recht op ondernemersaftrek. Deze aftrek geldt enkel voor ondernemers in de inkomstenbelasting die minimaal 1.225 uur per jaar aan hun onderneming besteden. Voor de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 augustus 2020 zal de Belastingdienst ervan uitgaan dat ondernemers minimaal 24 uur per week aan hun onderneming hebben besteed, ongeacht het aantal uren dat daadwerkelijk is gewerkt. Voor startende ondernemers die arbeidsongeschikt zijn wordt ervan uitgegaan dat zij in die periode minimaal 16 uur per week aan hun onderneming hebben besteed (onderdeel 8.2, Besluit noodmaatregelen coronacrisis).

Aangifte inkomstenbelasting

Particulieren moeten voor 1 mei 2020 aangifte doen voor de inkomstenbelasting. De Belastingdienst heeft aangegeven dat het mogelijk is om vanwege de coronacrisis uitstel te verkrijgen tot 1 september 2020. Dit uitstel kan worden aangevraagd via de inlog op de persoonlijke pagina van de Belastingdienst. Het verzoek dient voor 1 mei te worden ingediend. Ook gemachtigden kunnen voor een ander tot 1 september 2020 uitstel vragen. Dit kan door in te loggen op de site van de Belastingdienst of door te bellen naar de Belastingtelefoon.

Fiscaal dienstverleners die gebruikmaken van de beconregeling kunnen bijzonder uitstel aanvragen. Zij krijgen dan twee maanden extra uitstel. Dit geldt eenmalig voor maximaal 10% van de aangiften. De coronacrisis is voldoende motivatie om bijzonder uitstel te verkrijgen.

Door tijdig uitstel aan te vragen, kan een boete wegens het te laat indienen van de aangifte worden bespaard.

Verliesverrekening

Verliezen die in 2020 door ondernemingen worden geleden, mogen al in aanmerking worden genomen op het moment dat de winst over 2019 wordt bepaald. Dit gebeurt door de vorming van een coronareserve ten laste van de winst in 2019. Hiervoor gelden enkele strikte voorwaarden. Zo mag de reserve niet hoger zijn dan de winst van 2019 (onderdeel 8.3, Besluit noodmaatregelen coronacrisis). De compensatie van het verlies wordt hierdoor naar voren gehaald. Op basis van de reguliere regeling kan het verlies pas worden verrekend bij het opstellen van het resultaat over 2020, dus in 2021.

Invorderingsrente en belastingrente

Als een belastingaanslag niet tijdig wordt betaald, moet de belastingplichtige invorderingsrente over het openstaande bedrag betalen. De invorderingsrente bedraagt normaal gesproken 4%. Vanaf 23 maart tot 1 oktober 2020 wordt de invorderingsrente verlaagd tot 0,01%. Deze maatregel is bedoeld om ondernemers te helpen, maar geldt voor alle belastingschulden.

De verlaging van de invorderingsrente heeft ook gevolgen voor de betalingskorting die wordt verleend als een voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting ineens wordt voldaan ( art. 27a Iw 1990 ). De hoogte van de betalingskorting is namelijk afhankelijk van de invorderingsrente. De staatssecretaris heeft aangegeven dat belastingschuldigen die vanwege de verlaging van de invorderingsrente nauwelijks nog aanspraak kunnen maken op de betalingskorting, bezwaar kunnen maken tegen de beschikking waarin het bedrag van de betalingskorting is vastgesteld. De Belastingdienst zal dan het verschil aan de belastingschuldige toekennen (onderdeel 3, Besluit Fiscale tegemoetkomingen coronacrisis).

Ook de belastingrente (doorgaans 4% of 8%) wordt voor alle belastingen verlaagd naar 0,01%. Voor de inkomstenbelasting wordt de verandering doorgevoerd op 1 juli 2020. Voor alle overige belastingen geldt het nieuwe percentage vanaf 1 juni 2020. De verlaging van de belastingrente geldt tot 1 oktober 2020.

Boetes

Bij te late betalingen vanwege de coronacrisis worden geen betaalverzuimboetes (voor het niet of niet tijdig betalen van belasting) opgelegd. Dit geldt vanaf 12 maart 2020 tot het einde van verleend uitstel van betaling wegens de coronacrisis (onderdeel 12, Besluit Fiscale tegemoetkomingen coronacrisis). Toch opgelegde boetes zullen worden teruggedraaid.

Btw

Medische hulpgoederen

Om op de juiste plaatsen de juiste medische hulpgoederen beschikbaar te hebben, worden veel goederen gratis ter beschikking gesteld aan bepaalde instellingen in de zorgsector. De staatssecretaris heeft goedgekeurd dat, indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, de verstrekking van medische hulpgoederen in de periode van 16 maart 2020 tot 1 september 2020 geen gevolgen heeft voor de heffing of aftrek van btw bij de ondernemer die de goederen verstrekt (onderdeel 7a.2, Besluit Fiscale tegemoetkomingen coronacrisis). Eenzelfde goedkeuring geldt voor zorgpersoneel dat wordt in- en uitgeleend.

Mondkapjes

Vanaf 25 mei tot 1 september 2020 wordt het 0%-tarief van toepassing op mondkapjes (medisch en niet-medisch). Er hoeft dan dus geen btw meer te worden betaald op mondkapjes. Verkopers behouden, door toepassing van het nultarief in plaats van een vrijstelling, wel het recht op vooraftrek.

Sportscholen

Sportscholen zijn tijdelijk verplicht gesloten. Om hun klanten toch van dienst te kunnen zijn, bieden zij nu vaak online lessen aan. De staatssecretaris keurt goed dat op deze sportlessen het verlaagde btw-tarief wordt toegepast. Dit geldt met terugwerkende kracht vanaf 16 maart 2020 totdat de verplichte sluiting wordt beëindigd (onderdeel 7b, Besluit Fiscale tegemoetkomingen coronacrisis).

Tijdelijk stoppen met factureren

Een onderneming kan, om zijn afnemers door de coronacrisis heen te helpen, tijdelijk stoppen met factureren voor bepaalde doorlopende prestaties (zoals huur). Ook als de afnemer in zo’n geval nog niet betaalt, is een prestatie verricht waarover in de toekomst een vergoeding is verschuldigd. Dat betekent dat direct btw is verschuldigd.

Om problemen te voorkomen, kunnen de volgende acties worden uitgevoerd.

  • De ondernemer verstuurt een factuur met btw en verleent uitstel van betaling.
  • Als de afnemer btw-belaste prestaties verricht, kan deze de btw direct in aftrek brengen.
  • De ondernemer verzoekt de afnemer om het deel van de factuur ter grootte van de verschuldigde (en dus in aftrek gebrachte) btw direct te voldoen.
  • De ondernemer draagt de btw tijdig af.

Zo verleent de ondernemer uitstel van betaling aan de afnemer zonder zelf in betalingsproblemen te komen.

Oninbare vorderingen

Als gevolg van de coronacrisis kunnen zich (meer dan normaal) betalingsproblemen voordoen bij afnemers. Dit kan ertoe leiden dat vorderingen helemaal niet meer worden betaald. De btw op oninbare vorderingen mag worden teruggevraagd bij de Belastingdienst. Voor de btw is vastgelegd dat een vordering als oninbaar mag worden beschouwd als na de vervaldatum van de vordering een jaar is verstreken (art. 29 Wet OB 1968).

Uitstel en annuleringen

Door de coronacrisis zijn veel evenementen uitgesteld of afgelast. Hoe moet worden omgegaan met de btw die in zo’n geval al is betaald (bij een vooruitbetaling) of betaald moet worden (vanwege een annulering)?

Een vooruitbetaling blijft bij uitstel van het evenement verschuldigd. Dat geldt dus ook voor de btw. Als een evenement wordt geannuleerd, ligt het anders. Als degene die een vooruitbetaling heeft ontvangen deze (gedeeltelijk) moet terugbetalen, kan ook de btw (gedeeltelijk) worden teruggevraagd via de btw-aangifte. Er moet wel een creditfactuur worden verzonden.

Voor de organisator van het evenement geldt dat als - ondanks de annulering - een bedrag moet worden betaald aan bijvoorbeeld de locatiehouder, daar mogelijk btw over verschuldigd is. Er zijn, afhankelijk van de feiten en omstandigheden, twee mogelijkheden:

  • er is sprake van een voor de btw onbelaste schadevergoeding;
  • er is sprake van een vergoeding voor een prestatie waarop wel recht bestond, maar die niet is afgenomen. Dan is er wel btw verschuldigd.

Korting

Als besloten wordt om een klant tegemoet te komen door een korting te verstrekken, is over de korting geen btw verschuldigd. Wordt de korting achteraf toegekend, dan kan de teveel betaalde btw worden teruggevraagd. Er moet dan wel een creditfactuur worden verzonden.

Vouchers

Op dit moment kiezen ondernemingen (met name veel reisorganisaties) ervoor om bij annuleringen vouchers te verstrekken. Op die manier hoeft geen geld terug te worden betaald aan klanten. De klanten kunnen die voucher op een later moment, zonder bijbetaling, inwisselen.

Als het gaat om vouchers voor enkelvoudig gebruik, is het verschuldigde btw-bedrag op het moment van de uitgifte al bekend. Het land waar de btw is verschuldigd en het btw-tarief staan dan al vast. Vanwege de annulering is er dan recht op teruggaaf van btw, maar dit bedrag is ook direct weer verschuldigd vanwege de uitgifte van de voucher. Per saldo verandert de btw-afdracht niet.

Bij een voucher voor meervoudig gebruik, is het verschuldigde btw-bedrag op het moment van de uitgifte nog niet bekend. Bij de uitgifte van dergelijke vouchers is dan ook niet direct btw verschuldigd. De btw-afdracht vindt dan pas plaats bij het inwisselen van de voucher.

Douane

De coronacrisis maakt het voor ondernemingen moeilijker om aan de douanewetgeving te voldoen. Daarom is er ook een pakket maatregelen ontworpen op het gebied van de douaneformaliteiten. Er wordt onder andere soepeler omgegaan met het indienen van douaneaangiften en het voldoen aan de wettelijke vereisten rondom douanevervoer. Er worden minder snel boetes opgelegd.

Loonheffingen

Werkgevers hebben verschillende administratieve verplichtingen rondom de loonheffingen, zoals de verplichting om nieuwe werknemers te identificeren. Door de coronacrisis kan het lastig zijn om al die verplichtingen (tijdig) na te komen. De staatssecretaris keurt daarom goed dat de Belastingdienst een soepel standpunt inneemt als zo’n situatie zich voordoet en de werkgever alsnog zijn verplichtingen nakomt zodra dat kan (onderdeel 4.1, Besluit Fiscale tegemoetkomingen coronacrisis).

Doelgroepverklaring LKV

Werkgevers kunnen voor bepaalde werknemers loonkostenvoordeel (LKV) ontvangen. Een werknemer moet daarvoor een doelgroepverklaring aanvragen en een kopie daarvan aan de werkgever overhandigen (Hoofdstuk 2, Wtl). Vanwege de coronacrisis wordt de termijn voor het aanvragen van een doelgroepverklaring door een werknemer met drie maanden verlengd. Voor alle dienstverbanden die tussen 1 januari en 1 juni 2020 starten, geldt een aanvraagtermijn van zes maanden in plaats van drie maanden.

WBSO

Ondernemers die in 2019 een S&O-verklaring hebben ontvangen, hadden normaal uiterlijk 31 maart 2020 een mededeling van de gerealiseerde S&O-uren (en eventueel de gemaakte kosten en uitgaven) moeten doen. De RVO geeft vanwege de coronacrisis tot en met 15 juni 2020 de tijd om dit alsnog te doen. Mededelingen die binnen deze periode binnenkomen, worden niet als te laat beschouwd en dus ook niet beboet.

Nieuwe WBSO-aanvragen, ingaande per april 2020, moesten uiterlijk 5 april 2020 zijn ingediend.

WW-premiedifferentiatie

De WW kent sinds 1 januari 2020 een hoge en een lage premie. De hoge premie geldt voor flexibele contracten, de lage premie voor vaste contracten. Als een vaste werknemer echter in een kalenderjaar meer dan 30% heeft overgewerkt, moet de werkgever voor die werknemer met terugwerkende kracht alsnog de hoge premie afdragen ( art. 2.3 Besluit Wfsv ). Deze bepaling leidt tot ongewenste gevolgen nu bijvoorbeeld zorgpersoneel als gevolg van de coronacrisis veelvuldig overwerkt. Deze bepaling zal daarom worden aangepast.

Vanwege de invoering van het hoge en lage tarief per 1 januari 2020 hadden werkgevers tot 1 april 2020 de tijd om vaste arbeidsovereenkomsten schriftelijk vast te leggen (Kamerstukken II, 2019-2020, 35 074, nr. 73). Deze periode wordt verlengd tot 1 juli 2020, omdat het niet voor alle werkgevers praktisch mogelijk is om dit nu te regelen.

AOW-partnertoeslag

De minister heeft de Sociale Verzekeringsbank (SVB) verzocht af te wijken van de huidige regels omtrent de AOW-partnertoeslag. Het gaat om de specifieke situaties waarin een jongere partner van een AOW-gerechtigde, als gevolg van de coronacrisis, meer of opnieuw is gaan werken in een cruciaal beroep en waarbij die werkzaamheden langer dan drie maanden duren. De minister wil dat het recht op partnertoeslag in dat geval herleeft na de beëindiging van de werkzaamheden.

Uitstel wetsvoorstel excessief lenen

Vanwege de coronacrisis wordt het wetsvoorstel ‘Wet excessief lenen bij eigen vennootschap’ een jaar uitgesteld. In plaats van 1 januari 2022 is de beoogde ingangsdatum nu 1 januari 2023.

Geruisloze omzetting en terugkeer, fusies en splitsingen

Een geruisloze omzetting ( art. 3.65 Wet IB 2001 ) of een geruisloze terugkeer ( art. 14c Wet Vpb 1969 ) kan met terugwerkende kracht plaatsvinden. Bepaalde juridische handelingen moeten dan binnen 15 maanden na het gewenste overgangstijdstip hebben plaatsgevonden. Voor geruisloze omzetting- en geruisloze terugkeersituaties met terugwerkende kracht naar 1 januari 2019 was de deadline 31 maart 2020. Omdat door de coronacrisis deze termijn mogelijk niet in alle gevallen gehaald kon worden, heeft de staatssecretaris goedgekeurd dat de inspecteur de termijn van 15 maanden met drie maanden verlengt. Dit geldt voor alle situaties waarin de termijn verstrijkt in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020 (onderdeel 6.1, Besluit Fiscale tegemoetkomingen coronacrisis).

Voor bedrijfsfusies ( art. 14 Wet Vpb 1969 ), juridische fusies ( art. 3.57 Wet IB 2001 ) en splitsingen ( art. 3.56 Wet IB 2001 ) met terugwerkende kracht heeft de staatssecretaris eenzelfde goedkeuring afgegeven (onderdeel 6.2, Besluit Fiscale tegemoetkomingen coronacrisis).

Qredits

Qredits verstrekt microkredieten aan kleine en startende ondernemers. Deze groep wordt waarschijnlijk hard getroffen door de coronacrisis. De overheid ondersteunt daarom Qredits. Hierdoor kan Qredits haar doelgroep ondersteunen door de rente te verlagen tot 2%.

Toeristenbelasting

Er wordt in overleg met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) gekeken naar de mogelijkheid om (voorlopige) lokale aanslagen (toeristenbelasting) aan ondernemers stop te zetten. Reeds opgelegde aanslagen worden mogelijk ingetrokken.

art. 12a Wet LB – Voorwerp van de belasting
art. 31a lid 2 Wet LB – Vrije ruimte werkkostenregeling
art. 31a lid 3 Wet LB – Vrije ruimte werkkostenregeling
art. 2.3 Besluit Wfsv – Uitzonderingen premie-inkomen voor premieheffing
art. 3.56 Wet IB 2001 – Juridische splitsing
art. 3.57 Wet IB 2001 – Juridische fusie
art. 3.65 Wet IB 2001 – Geruisloze omzetting
art. 14 Wet Vpb 1969 - Bedrijfsfusie
art. 14c Wet Vpb 1969 – Geruisloze terugkeer
art. 27a Iw 1990 – Betalingskorting
Corona - Wat iedere ondernemer moet weten! (Taxence)

Het dossier ‘Corona - wat iedere ondernemer moet weten!’ helpt ondernemers om overzicht te behouden over alle bijzondere maatregelen die nu van kracht zijn. Bovendien wordt er helder beschreven wat een ondernemer kan doen op financieel en juridisch gebied en wat er arbeidsrechtelijk speelt, inclusief het thuiswerken.In deze update van het dossier (bijgewerkt tot 15 april 2020) zijn alle extra kredietmogelijkheden, alle aanpassingen en uitwerkingen van de loonkostensubsidie (NOW) en alle maatregelen voor zelfstandigen opgenomen. Ook zijn er twee heldere overzichten toegevoegd van alle regelingen, wat geldt er voor wie?Het dossier is geschreven in de taal van de ondernemer. Dit is onze kleine bijdrage om u te helpen deze coronacrisis door te komen. 

Liquiditeitsplanning

Een ondernemer zal de financiële kant van zijn onderneming in de gaten moeten houden. Welke inkomsten verwacht hij de komende tijd? En welke uitgaven?

Voorlopige aanslag

Deze rekentool berekent wat het voordeligst is: de belasting ineens betalen of in termijnen.

Infographic: Noodpakket voor banen en economie. Tijdelijke financiële regelingen

Overzicht van tijdelijke financiële regelingen voor ondernemers die getroffen zijn door de coronacrisis op het gebied van tegemoetkoming inkomsten en salarissen, uitstel belastingen en versoepeling kredieten.

Overzicht data en termijnen coronamaatregelen

De overheid biedt op diverse vlakken ondersteuning aan ondernemingen om de coronacrisis door te komen. Dit document geeft een overzicht van de verschillende regelingen, de periode waarin ze gelden en de periode waar ze aangevraagd kunnen worden. Ook is opgenomen op welke wijze een aanvraag voor de betreffende regelingen kan worden ingediend.

NOW berekenen voorschot

Bedrijven die door de coronacrisis omzetverlies lijden, kunnen door de NOW maximaal 90% van hun loonkosten vanaf 1 maart vergoed krijgen. De hoogte van de tegemoetkoming in de loonkosten is afhankelijk van de terugval in de omzet. Hoe groter de terugval in de omzet, hoe hoger de tegemoetkoming.