Middelen aantrekken

drs. Gied J.J.M. Jaspars

Door de coronacrisis hebben ondernemingen behoefte aan extra liquide middelen. De overheid ondersteunt ondernemingen hierbij door het verkrijgen van kredieten te vergemakkelijken. Ook zijn er vanwege de coronacrisis speciale maatregelen getroffen om ondernemingen te ‘subsidiëren’. Daarnaast is het voor sommige ondernemers mogelijk om extra middelen te verkrijgen door toeslagen aan te vragen of hun recht op toeslagen te wijzigen.

check Bijgewerkt tot 09 april 2021

spiralbound Practice note

Krediet

Vanwege de coronacrisis hebben veel ondernemingen behoefte aan extra liquiditeit. De overheid wil ondernemingen hierin tegemoetkomen door op diverse manieren de kredietverstrekking te vergemakkelijken.

Tozo 4, zelfstandigen (ook dga’s)

Het aanvragen van extra krediet op basis van de Tozo 4 kan vanaf 1 april 2021 en loopt via de gemeente, vaak digitaal. Is er al eerder een beroep gedaan op de Tozo 3, dan kan een verkorte aanvraagprocedure worden gevolgd. Er vindt geen automatische verlenging plaats.

Gemeenten proberen binnen vier weken op een aanvraag te reageren. Lukt dat niet, dan kunnen ze een voorschot geven. Gemeenten bieden extra dienstverlening aan zelfstandig ondernemers, zoals bij- of omscholing en heroriëntatie.

Extra bedrijfskapitaal

Op basis van de tijdelijke regeling:

  • kan versneld een lening voor bedrijfskapitaal worden aangevraagd;
  • bedraagt de lening voor de Tozo 1, Tozo 2, Tozo 3 en Tozo 4 gezamenlijk maximaal € 10.157; en
  • zal het rentepercentage voor die lening lager dan gebruikelijk worden vastgesteld, namelijk op 2% in plaats van 8%.

De maximale looptijd van de lening is drie jaar. Tot 1 juli 2021 hoeft er nog niet te worden afgelost. Voor de lening bedrijfskapitaal is uitstel van de aflossingsverplichting mogelijk op basis van individuele omstandigheden.

Voorwaarden

Om van de regeling gebruik te kunnen maken, moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

  • het gaat om gevestigde zelfstandigen, vanaf achttien jaar (inclusief zelfstandigen die de AOW-gerechtigde leeftijd reeds hebben bereikt);
  • de zelfstandige moet in Nederland of in een andere EU-lidstaat wonen en daar rechtmatig verblijven;
  • het bedrijf of beroep moet in Nederland worden uitgeoefend;
  • er moet worden voldaan aan de wettelijke vereisten voor de uitoefening van het eigen bedrijf;
  • het krediet bedraagt voor de Tozo 1, Tozo 2, Tozo 3 en Tozo 4 gezamenlijk maximaal € 10.157;
  • de onderneming moet voor 17 maart 2020 zijn gestart;
  • er moet over 2019 aan het urencriterium zijn voldaan;
  • een directeur-grootaandeelhouder (DGA) moet alleen of samen met de andere in de BV werkzame directeuren, meer dan 50% van de aandelen bezitten;
  • de zelfstandige moet verklaren dat er geen surseance van betaling of faillissement is aangevraagd voor hemzelf, de onderneming of een vennoot waarmee wordt samengewerkt.

Op basis van het urencriterium moet er 1.225 uur per jaar voor de onderneming zijn gewerkt. Als een onderneming nog geen jaar geleden is gestart, moet in de periode voor 1 maart 2020 gemiddeld minimaal 24 uur per week voor de onderneming zijn gewerkt.

Via de overheidssite krijgiktozo.nl kan snel worden gecontroleerd of in een bepaalde situatie recht bestaat op toepassing van deze regeling. Bovendien verwijst deze site direct door naar de aanvraagsite voor Tozo van de van toepassing zijnde gemeente. Dit voorkomt zoekwerk.

Bbz

De Tozo is verlengd tot 1 juli 2021. Dat betekent niet dat na die datum de ondersteuning voor zelfstandige ondernemers wegvalt. Het Bbz blijft als vangnet dienen voor de groep zelfstandigen. Met het Bbz kan de ondernemer ondersteuning krijgen voor bijstand voor levensonderhoud en voor bedrijfskapitaal. Dat kan zowel voor ondernemers met een levensvatbaar bedrijf, als voor ondernemers die hun bedrijf willen beëindigen.

Tozo 3, zelfstandigen (ook dga’s)

Het aanvragen van extra krediet op basis van de Tozo 3 kan vanaf 1 oktober 2020 en loopt via de gemeente, vaak digitaal. Is er al eerder een beroep gedaan op de Tozo 2, dan kan een verkorte aanvraagprocedure worden gevolgd. Er vindt geen automatische verlenging plaats.

Gemeenten proberen binnen vier weken op een aanvraag te reageren. Lukt dat niet, dan kunnen ze een voorschot geven. Gemeenten bieden extra dienstverlening aan zelfstandig ondernemers, zoals bij- of omscholing en heroriëntatie.

Extra bedrijfskapitaal

Op basis van de tijdelijke regeling:

  • kan versneld een lening voor bedrijfskapitaal worden aangevraagd;
  • bedraagt de lening voor de Tozo 1, Tozo 2 en de Tozo 3 gezamenlijk maximaal € 10.157; en
  • zal het rentepercentage voor die lening lager dan gebruikelijk worden vastgesteld, namelijk op 2% in plaats van 8%.

De maximale looptijd van de lening is drie jaar. Tot 1 juli 2021 hoeft er nog niet te worden afgelost. Voor de lening bedrijfskapitaal is uitstel van de aflossingsverplichting mogelijk op basis van individuele omstandigheden.

Voorwaarden

Om van de regeling gebruik te kunnen maken, moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

  • het gaat om gevestigde zelfstandigen, vanaf achttien jaar (inclusief zelfstandigen die de AOW-gerechtigde leeftijd reeds hebben bereikt);
  • de zelfstandige moet in Nederland of in een andere EU-lidstaat wonen en daar rechtmatig verblijven;
  • het bedrijf of beroep moet in Nederland worden uitgeoefend;
  • er moet worden voldaan aan de wettelijke vereisten voor de uitoefening van het eigen bedrijf;
  • het krediet bedraagt voor de Tozo 1, Tozo 2 en de Tozo 3 gezamenlijk maximaal € 10.157;
  • de onderneming moet voor 1 januari 2020 zijn gestart en er moet aan het urencriterium worden voldaan;
  • de zelfstandige moet verklaren dat er geen surseance van betaling of faillissement is aangevraagd voor hemzelf, de onderneming of een vennoot waarmee wordt samengewerkt.

Op basis van het urencriterium moet er 1.225 uur per jaar voor de onderneming zijn gewerkt. Als een onderneming nog geen jaar geleden is gestart, moet in de periode voor 1 maart 2020 gemiddeld minimaal 24 uur per week voor de onderneming zijn gewerkt.

Via de overheidssite krijgiktozo.nl kan snel worden gecontroleerd of in een bepaalde situatie recht bestaat op toepassing van deze regeling. Bovendien verwijst deze site direct door naar de aanvraagsite voor Tozo van de van toepassing zijnde gemeente. Dit voorkomt zoekwerk.

Tozo 2, zelfstandigen (ook dga’s)

Zelfstandige ondernemers kunnen op basis van een tijdelijke regeling extra bedrijfskapitaal aanvragen ( Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo) ). De tijdelijke regeling is gebaseerd op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) en geldt sinds 1 maart 2020 ( Tozo 1 ). Vanaf 1 juni 2020 geldt de Tozo 2 , met enigszins aangepaste voorwaarden.

Het aanvragen van extra krediet op basis van de Tozo 2 kan sinds 1 juni en loopt via de gemeente, vaak digitaal. Is er al eerder een beroep gedaan op de Tozo 1, dan kan een verkorte aanvraagprocedure worden gevolgd. Er vindt geen automatische verlenging plaats.

Gemeenten proberen binnen vier weken op een aanvraag te reageren. Lukt dat niet, dan kunnen ze een voorschot geven.

Extra bedrijfskapitaal

Op basis van de tijdelijke regeling:

  • kan versneld een lening voor bedrijfskapitaal van maximaal € 10.157 worden aangevraagd; en
  • zal het rentepercentage voor die lening lager dan gebruikelijk worden vastgesteld, namelijk op 2% in plaats van 8%.

De maximale looptijd van de lening is drie jaar. Tot 1 juli 2021 hoeft er nog niet te worden afgelost.

Voorwaarden

Om van de regeling gebruik te kunnen maken, moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

  • het gaat om gevestigde zelfstandigen, vanaf 18 jaar (inclusief zelfstandigen die de AOW-gerechtigde leeftijd reeds hebben bereikt);
  • de zelfstandige moet in Nederland of in een andere EU-lidstaat wonen en daar rechtmatig verblijven;
  • het bedrijf of beroep moet in Nederland worden uitgeoefend;
  • er moet worden voldaan aan de wettelijke vereisten voor de uitoefening van het eigen bedrijf;
  • het krediet bedraagt voor de Tozo 1 en de Tozo 2 gezamenlijk maximaal € 10.157;
  • de onderneming moet voor 1 januari 2020 zijn gestart en er moet aan het urencriterium worden voldaan; en
  • de zelfstandige moet verklaren dat er geen surseance van betaling of faillissement is aangevraagd voor hemzelf, de onderneming of een vennoot waarmee wordt samengewerkt.

Op basis van het urencriterium moet er 1.225 uur per jaar voor de onderneming zijn gewerkt. Als een onderneming nog geen jaar geleden is gestart, moet in de periode voor 1 maart 2020 gemiddeld minimaal 24 uur per week voor de onderneming zijn gewerkt.

Via de overheidssite krijgiktozo.nl kan snel worden gecontroleerd of in een bepaalde situatie recht bestaat op toepassing van deze regeling. Bovendien verwijst deze site direct door naar de aanvraagsite voor Tozo van de van toepassing zijnde gemeente. Dit voorkomt zoekwerk.

Tozo 1, zelfstandigen (ook dga’s)

Het aanvragen van extra kapitaal via de Tozo 1 is niet meer mogelijk. Zelfstandige ondernemers konden op basis van een tijdelijke regeling extra bedrijfskapitaal aanvragen (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo 1)). De tijdelijke regeling, gebaseerd op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz), gold vanaf 1 maart 2020 tot 1 juni 2020.

Gemeenten proberen binnen vier weken op een reeds ingediende aanvraag te reageren. Lukt dat niet, dan kunnen ze een voorschot geven.

Extra bedrijfskapitaal

Op basis van de Tozo 1:

  • wordt de toets op levensvatbaarheid van de onderneming niet toegepast, die in de reguliere regeling standaard is ( art. 2 Bbz );
  • wordt geen vermogens- of partnertoets toegepast, wat in de reguliere regeling wel gebeurt ( art. 3 Bbz );
  • kon versneld een lening voor bedrijfskapitaal van maximaal € 10.157 worden aangevraagd; en
  • zal het rentepercentage voor de lening lager dan gebruikelijk zijn vastgesteld, namelijk op 2% in plaats van 8%.

De maximale looptijd van de lening is drie jaar. Tot 1 juli 2021 hoeft er nog niet te worden afgelost.

Voorwaarden

Om van de regeling gebruik te kunnen maken, moest aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

  • het gaat om gevestigde zelfstandigen, vanaf 18 jaar (inclusief zelfstandigen die de AOW-gerechtigde leeftijd reeds hebben bereikt);
  • de zelfstandige moet in Nederland of in een andere EU-lidstaat wonen en daar rechtmatig verblijven;
  • het bedrijf of beroep moet in Nederland worden uitgeoefend;
  • er moet worden voldaan aan de wettelijke vereisten voor de uitoefening van het eigen bedrijf;
  • de onderneming moet voor 1 januari 2020 zijn gestart en er moet aan het urencriterium worden voldaan; en
  • de zelfstandige moet in de gemeente wonen waar de aanvullende inkomensondersteuning is aangevraagd.

Op basis van het urencriterium moet er 1.225 uur per jaar voor de onderneming zijn gewerkt. Als een onderneming nog geen jaar geleden is gestart, moet in de periode voor 1 maart 2020 gemiddeld minimaal 24 uur per week voor de onderneming zijn gewerkt.

BMKB (MKB-ondernemers)

De extra, verruimde of meer toegankelijke kredietverlening en -garanties aan kleine en middelgrote bedrijven voor voldoende liquiditeit, zoals BMKB-C, blijven beschikbaar tot eind 2021.

De Borgstelling MKB-Kredieten (BMKB) ondersteunt ondernemers bij het verkrijgen van leningen. Dat gebeurt door het onderpand voor een lening te vergroten. De BMKB is bedoeld voor ondernemingen met maximaal 250 (fte) werknemers en een jaaromzet tot € 50 miljoen of een balanstotaal tot € 43 miljoen.

Vanwege de coronacrisis is er sinds 16 maart een tijdelijke maatregel voor de BMKB. Bedrijven die, de coronacrisis buiten beschouwing gelaten, financieel gezond zijn, kunnen een borgstellingskrediet van 75% in plaats van 50% verkrijgen. Verder is de premie verlaagd van 3,9% naar 2% bij een looptijd tot en met twee jaar en naar 3% bij een looptijd tot en met vier jaar. Hierdoor kunnen ondernemers gemakkelijker en sneller een krediet verkrijgen.

Gebruikmaken van de BMKB kan door contact op te nemen met de kredietverstrekker van de onderneming. De kredietverstrekker meldt zich bij de RVO. Zowel bancaire als niet-bancaire kredietverstrekkers kunnen dit doen.

Corona-Overbruggingslening (startups, scale-ups en innovatieve MKB-ondernemingen)

De overheid wil het ook voor startups en scale-ups die getroffen worden door de coronacrisis mogelijk maken om een overbruggingskrediet aan te vragen. Dit gaat via de Corona-Overbruggingslening (COL). De Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) voeren deze regeling uit.

De ROM’s verstrekken leningen van € 50.000 tot € 2 miljoen. Bij bedragen boven € 250.000 wordt verwacht dat de aandeelhouders of andere investeerders 25% cofinancieren. Het rentetarief bedraagt 3% (+ een premium van 2% per jaar bij leningen boven € 500.000). De looptijd is in beginsel drie jaar.

De COL is verlengd tot en met 30 juni 2021. De COL kan worden aangevraagd via ROM-Nederland. Er is nog een laatste mogelijkheid om een COL aan te vragen en de indiendatum is 16 mei 2021. Na deze datum is het niet meer mogelijk een COL aan te vragen.

GO-C (ondernemingen)

De extra, verruimde of meer toegankelijke kredietverlening en -garanties aan kleine en middelgrote bedrijven voor voldoende liquiditeit, zoals de Garantie Ondernemersfinanciering (GO-C), blijven tot zeker 30 juni 2021 beschikbaar.

Als ondernemingen problemen hebben om bankleningen en bankgaranties te verkrijgen, kunnen zij gebruikmaken van de Garantie Ondernemingsfinanciering corona (GO-C-regeling). De bank krijgt dan een 80%-garantie op een lening voor grootbedrijven en een 90%-garantie op een lening voor het MKB, waardoor het risico wordt verkleind. Banken verstrekken daardoor sneller een lening aan ondernemers.

Het garantiebudget van de GO-regeling wordt verhoogd naar € 10 miljard. Het maximum per onderneming wordt verhoogd van € 50 miljoen naar € 150 miljoen.

Klein Krediet Corona garantieregeling (KKC)

De extra, verruimde of meer toegankelijke kredietverlening en -garanties aan kleine en middelgrote bedrijven voor voldoende liquiditeit, zoals KKC, blijft tot zeker 30 juni 2021 beschikbaar.

Het kabinet helpt ook ondernemingen met een relatief kleine financieringsbehoefte. Daarom is de KKC geïntroduceerd. Daarmee kunnen ondernemingen kredieten aanvragen van € 10.000 tot € 50.000. De ondernemingen moeten minimaal € 50.000 omzet behalen, sinds 1 januari 2019 zijn ingeschreven in het handelsregister en voor de coronacrisis voldoende winstgevend zijn geweest. Kredietverstrekkers die een dergelijke kredietaanvraag honoreren krijgen een overheidsgarantie van 95%. De looptijd van kredieten onder de KKC bedraagt maximaal vijf jaar.

De KKC kan worden aangevraagd via de kredietverstrekker. Leningen die sinds 7 mei 2020 zijn verstrekt en voldoen aan de voorwaarden van de regeling kunnen worden geherfinancierd tegen de voorwaarden van de KKC. De regeling is goedgekeurd door de Europese Commissie (EC).

Exportkredietverzekeringen

De coronacrisis heeft een aanzienlijke invloed op de internationale handel. Om de handel zoveel mogelijk in stand te houden, verruimt de overheid de mogelijkheden voor exportkredietverzekeringen. Met een exportkredietverzekering kan een onderneming zich verzekeren tegen het risico dat klanten niet betalen. Dit geldt voor transacties vanaf circa € 200.000. De dekking ligt tussen de 90 en 98%. De verzekering betaalt doorgaans na verloop van de wachttermijn van drie maanden vanaf de vervaldatum van de factuur.

Voor de exportkredietverzekering van de overheid gelden onder andere de volgende voorwaarden:

  • de onderneming is in Nederland gevestigd;
  • er worden kapitaalgoederen of gerelateerde diensten vanuit Nederland geëxporteerd of het gaat om een aannemer van bouwprojecten in het buitenland; en
  • het gaat om een risico dat een particuliere verzekeraar niet kan verzekeren.

De verruiming vanwege de coronacrisis houdt in dat:

  • dekking op kortlopende exportkredieten mogelijk wordt gemaakt;
  • indirecte exporttransacties in verzekering worden genomen;
  • het landenbeleid en de landenplafonds worden verruimd;
  • exportkredietgaranties op bestaande leningen worden verleend;
  • het gedekte percentage op contragaranties en werkkapitaaldekkingen wordt verhoogd;
  • het aanbetalingsvereiste van 5% vervalt; en
  • de werkprocessen worden versneld.

Een exportkredietverzekering wordt aangevraagd via ADSB (Atradius Dutch State Business).

BL-C (Land- en tuinbouwbedrijven)

Voor land- en tuinbouwbedrijven is er een borgstelling voor werkkapitaal onder de regeling Borgstelling MKB-landbouwkredieten (BL). Deze regeling lijkt op de GO-regeling. Met ingang van 18 maart 2020 zijn de mogelijkheden voor borgstelling verruimd met een borgstelling voor overbruggingskrediet (BL-C). Gezonde land- en tuinbouwbedrijven die door de coronacrisis worden getroffen, kunnen hierdoor gefinancierd blijven.

Het maximale borgstellingskrediet bedraagt per bedrijf € 1,2 miljoen. Met het BL-C-krediet kan nog eens € 300.000 extra worden gefinancierd. De maximale looptijd van het BL-C-krediet is vier jaar.

Crowdfunding

Crowdfunding kan een aantrekkelijk alternatief vormen om extra liquiditeit te verkrijgen op de langere termijn. Nadeel is dat de voorbereiding tijd vergt, en succes is niet gegarandeerd.

Sale and lease back

Ook sale and lease back is interessant voor de langere termijn, omdat er veel liquiditeit mee gewonnen kan worden. Een onderneming verkoopt een pand of een ander activum en least dat weer terug. Hij ontvangt de verkoopopbrengst direct en betaalt gespreid in de tijd de leasetermijnen. Veel banken bieden deze mogelijkheid of kunnen doorverwijzen naar een partner.

“Subsidie”

Naast de ondersteuning bij kredietaanvragen wil de overheid de liquiditeit van ondernemingen ook vergroten door een soort van subsidies te betalen. Er zijn verschillende maatregelen.

Tozo 4, zelfstandigen (ook dga’s)

Veel zelfstandigen derven inkomsten door de coronacrisis. Dit geldt bijvoorbeeld voor de culturele sector en de horeca. Daarom heeft de overheid een tijdelijke regeling ( Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo) ). De tijdelijke regeling is gebaseerd op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) en geldt sinds 1 maart 2020 ( Tozo 1 ). Vanaf 1 juni tot en met 30 september 2020 geldt de Tozo 2 , van 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021 de Tozo 3 en van 1 april 2021 tot en met 30 juni 2021 de Tozo 4.

Het aanvragen van inkomensondersteuning op basis van de Tozo 4 kan vanaf 1 mei 2020 en loopt via de gemeente, vaak digitaal. Is er al eerder een beroep gedaan op de Tozo 3, dan kan een verkorte aanvraagprocedure worden gevolgd. Er vindt geen automatische verlenging plaats.

Tozo 4 kan niet over de gehele aanvraagperiode met terugwerkende kracht worden aangevraagd. De uitkering levensonderhoud kan met terugwerkende worden aangevraagd voor de huidige en de voorafgaande maand. Op 15 mei 2021 kan een ondernemer de Tozo-uitkering dus aanvragen vanaf 1 april 2021.

Gemeenten proberen binnen vier weken op een aanvraag te reageren. Lukt dat niet, dan kunnen ze een voorschot geven.

Voorwaarden

Op basis van de tijdelijke regeling kunnen zelfstandige ondernemers onder voorwaarden een aanvullende uitkering voor levensonderhoud aanvragen. Het inkomen kan hierdoor worden aangevuld tot het sociaal minimum. Het exacte bedrag van de uitkering hangt af van de samenstelling van het huishouden en het inkomen. Als een ondernemer ook inkomsten uit loondienst heeft, is er slechts recht op ondersteuning vanuit de Tozo tot aan het sociaal minimum.

Om van de regeling gebruik te kunnen maken, moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

  • het gaat om gevestigde zelfstandigen, vanaf achttien jaar (inclusief zelfstandigen die de AOW-gerechtigde leeftijd reeds hebben bereikt);
  • de zelfstandige moet in Nederland of in een andere EU-lidstaat wonen en daar rechtmatig verblijven;
  • het bedrijf of beroep moet in Nederland worden uitgeoefend;
  • er moet worden voldaan aan de wettelijke vereisten voor de uitoefening van het eigen bedrijf;
  • het krediet bedraagt voor de Tozo 1, Tozo 2, Tozo 3 en Tozo 4 gezamenlijk maximaal € 10.157;
  • de onderneming moet voor 17 maart 2020 zijn gestart;
  • er moet over 2019 aan het urencriterium zijn voldaan;
  • een directeur-grootaandeelhouder (DGA) moet alleen of samen met de andere in de BV werkzame directeuren, meer dan 50% van de aandelen bezitten;
  • de zelfstandige moet verklaren dat er geen surseance van betaling of faillissement is aangevraagd voor hemzelf, de onderneming of een vennoot waarmee wordt samengewerkt.

Op basis van het urencriterium moet er 1.225 uur per jaar voor de onderneming zijn gewerkt. Als een onderneming nog geen jaar geleden is gestart, moet in de periode voor 1 maart 2020 gemiddeld minimaal 24 uur per week voor de onderneming zijn gewerkt.

Via de overheidssite krijgiktozo.nl kan snel worden gecontroleerd of in een bepaalde situatie recht bestaat op toepassing van deze regeling. Bovendien verwijst deze website direct door naar de aanvraagsite voor Tozo van de van toepassing zijnde gemeente (de woonplaats van de ondernemer, niet de vestigingsplaats van de onderneming), nadat de postcode van de ondernemer is ingegeven. Dit voorkomt zoekwerk.

De tijdelijke regeling is gebaseerd op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz). Op basis van de tijdelijke regeling:

  • wordt binnen vier weken gedurende maximaal drie maanden inkomensondersteuning verstrekt (nu kan dat dertien weken duren ( art. 35 Bbz )); en
  • bedraagt de inkomensondersteuning maximaal € 1.500 netto per maand.

De inkomensondersteuning op basis van de tijdelijke regeling wordt om niet verstrekt, wat betekent dat deze dus niet terugbetaald hoeft te worden.

Tozo 3, zelfstandigen (ook dga’s)

Veel zelfstandigen derven door de coronacrisis inkomsten. Dit geldt bijvoorbeeld voor de culturele sector en de horeca. Daarom heeft de overheid een tijdelijke ( Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo) ). De tijdelijke regeling is gebaseerd op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) en geldt sinds 1 maart 2020 ( Tozo 1 ). Vanaf 1 juni tot en met 30 september 2020 geldt de Tozo 2 , en van 1 oktober 2020 tot en met 30 juni 2021 de Tozo 3.

Het aanvragen van inkomensondersteuning op basis van de Tozo 3 kan vanaf 1 oktober 2020 en loopt via de gemeente, vaak digitaal. Is er al eerder een beroep gedaan op de Tozo 2, dan kan een verkorte aanvraagprocedure worden gevolgd. Er vindt geen automatische verlenging plaats.

Tozo 3 kan, in afwijking van Tozo 1 en Tozo 2, niet over de gehele aanvraagperiode met terugwerkende kracht worden aangevraagd. De uitkering levensonderhoud op basis van de Tozo 3 kan in de maanden oktober en november 2020 met terugwerkende tot maximaal 1 oktober 2020 aangevraagd worden. Vanaf 1 december 2020 kan de uitkering levensonderhoud op basis van Tozo 3 aangevraagd worden vanaf de 1e van de maand waarin de aanvraag is gedaan. Vanaf 1 februari 2021 geldt dat de Tozo 3-uitkering kan worden aangevraagd voor de huidige en de voorafgaande maand. Op 1 februari 2021 kan een ondernemer de Tozo-uitkering dus aanvragen vanaf 1 januari 2021.

Gemeenten proberen binnen vier weken op een aanvraag te reageren. Lukt dat niet, dan kunnen ze een voorschot geven.

Voorwaarden

Op basis van de tijdelijke regeling kunnen zelfstandige ondernemers onder voorwaarden een aanvullende uitkering voor levensonderhoud aanvragen. Het inkomen kan hierdoor worden aangevuld tot het sociaal minimum. Het exacte bedrag van de uitkering hangt af van de samenstelling van het huishouden en het inkomen. Als een ondernemer ook inkomsten uit loondienst heeft, is er slechts recht op ondersteuning vanuit de Tozo tot aan het sociaal minimum.

Om van de regeling gebruik te kunnen maken, moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

  • het gaat om gevestigde zelfstandigen, vanaf achttien jaar tot de AOW-gerechtigde leeftijd;
  • de zelfstandige moet in Nederland wonen en rechtmatig in Nederland verblijven;
  • het moet gaan om een Nederlander of een daarmee gelijkgestelde;
  • het bedrijf of beroep moet in Nederland of in een andere EU-lidstaat worden uitgeoefend;
  • er moet worden voldaan aan de wettelijke vereisten voor de uitoefening van het eigen bedrijf;
  • de onderneming moet voor 1 januari 2020 zijn gestart en er moet aan het urencriterium worden voldaan;
  • de zelfstandige moet in de gemeente wonen waar de aanvullende inkomensondersteuning wordt aangevraagd; en
  • uit de partnerinkomenstoets moet volgen dat het huishoudinkomen niet boven het sociaal minimum uitkomt.

Op basis van het urencriterium moet er 1.225 uur per jaar voor de onderneming zijn gewerkt. Als een onderneming nog geen jaar geleden is gestart, moet in de periode voor 1 maart 2020 gemiddeld minimaal 24 uur per week voor de onderneming zijn gewerkt.

Via de overheidssite krijgiktozo.nl kan snel worden gecontroleerd of in een bepaalde situatie recht bestaat op toepassing van deze regeling. Bovendien verwijst deze site direct door naar de aanvraagsite voor Tozo van de van toepassing zijnde gemeente (de woonplaats van de ondernemer, niet de vestigingsplaats van de onderneming), nadat de postcode van de ondernemer is ingegeven. Dit voorkomt zoekwerk.

De tijdelijke regeling is gebaseerd op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz). Op basis van de tijdelijke regeling:

  • wordt binnen vier weken gedurende maximaal drie maanden inkomensondersteuning verstrekt (nu kan dat dertien weken duren ( art. 35 Bbz )); en
  • bedraagt de inkomensondersteuning maximaal € 1.500 netto per maand.

De inkomensondersteuning op basis van de tijdelijke regeling wordt om niet verstrekt, wat betekent dat deze dus niet terugbetaald hoeft te worden.

Tozo 2, zelfstandigen (ook dga’s)

Veel zelfstandigen derven door de coronacrisis inkomsten. Dit geldt bijvoorbeeld voor de culturele sector en de horeca. Daarom heeft de overheid een tijdelijke ( Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo) ). De tijdelijke regeling is gebaseerd op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) en geldt sinds 1 maart 2020 ( Tozo 1 ). Vanaf 1 juni tot en met 30 september 2020 geldt de Tozo 2 , met enigszins aangepaste voorwaarden.

Het aanvragen van inkomensondersteuning op basis van de Tozo 2 kan sinds 1 juni en loopt via de gemeente, vaak digitaal. Is er al eerder een beroep gedaan op de Tozo 1, dan kan een verkorte aanvraagprocedure worden gevolgd. Er vindt geen automatische verlenging plaats.

Gemeenten proberen binnen vier weken op een aanvraag te reageren. Lukt dat niet, dan kunnen ze een voorschot geven.

Voorwaarden

Op basis van de tijdelijke regeling kunnen zelfstandige ondernemers onder voorwaarden een aanvullende uitkering voor levensonderhoud aanvragen. Het inkomen kan hierdoor worden aangevuld tot het sociaal minimum. Het exacte bedrag van de uitkering hangt af van de samenstelling van het huishouden en het inkomen. Als een ondernemer ook inkomsten uit loondienst heeft, is er slechts recht op ondersteuning vanuit de Tozo tot aan het sociaal minimum.

Om van de regeling gebruik te kunnen maken, moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

  • het gaat om gevestigde zelfstandigen, vanaf 18 jaar tot de AOW-gerechtigde leeftijd;
  • de zelfstandige moet in Nederland wonen en rechtmatig in Nederland verblijven;
  • het moet gaat om een Nederlander of een daarmee gelijkgestelde;
  • het bedrijf of beroep moet in Nederland of in een andere EU-lidstaat worden uitgeoefend;
  • er moet worden voldaan aan de wettelijke vereisten voor de uitoefening van het eigen bedrijf;
  • de onderneming moet voor 1 januari 2020 zijn gestart en er moet aan het urencriterium worden voldaan;
  • de zelfstandige moet in de gemeente wonen waar de aanvullende inkomensondersteuning wordt aangevraagd; en
  • uit de partnerinkomenstoets moet volgen dat het huishoudinkomen niet boven het sociaal minimum uitkomt.

Op basis van het urencriterium moet er 1.225 uur per jaar voor de onderneming zijn gewerkt. Als een onderneming nog geen jaar geleden is gestart, moet in de periode voor 1 maart 2020 gemiddeld minimaal 24 uur per week voor de onderneming zijn gewerkt.

Via de overheidssite krijgiktozo.nl kan snel worden gecontroleerd of in een bepaalde situatie recht bestaat op toepassing van deze regeling. Bovendien verwijst deze site direct door naar de aanvraagsite voor Tozo van de van toepassing zijnde gemeente (de woonplaats van de ondernemer, niet de vestigingsplaats van de onderneming), nadat de postcode van de ondernemer is ingegeven. Dit voorkomt zoekwerk.

De tijdelijke regeling is gebaseerd op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz). Op basis van de tijdelijke regeling:

  • wordt binnen vier weken gedurende maximaal drie maanden inkomensondersteuning verstrekt (nu kan dat 13 weken duren ( art. 35 Bbz )); en
  • bedraagt de inkomensondersteuning maximaal € 1.500 netto per maand.

De inkomensondersteuning op basis van de tijdelijke regeling wordt om niet verstrekt, wat betekent dat deze dus niet terugbetaald hoeft te worden.

Tozo 1, zelfstandigen (ook dga’s)

Het aanvragen van extra kapitaal via de Tozo 1 is niet meer mogelijk. De tijdelijke regeling gold vanaf 1 maart 2020 tot 1 juni 2020. Veel zelfstandigen derven door de coronacrisis inkomsten. Dit geldt bijvoorbeeld voor de culturele sector en de horeca. Daarom is de overheid met een tijdelijke ondersteuningsmaatregel (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo 1)) gekomen.

Gemeenten proberen binnen vier weken op een reeds ingediende aanvraag te reageren. Lukt dat niet, dan kunnen ze een voorschot geven.

Voorwaarden

Op basis van de Tozo 1 konden zelfstandige ondernemers onder voorwaarden een aanvullende uitkering voor levensonderhoud aanvragen. Het inkomen kan hierdoor worden aangevuld tot het sociaal minimum. Het exacte bedrag van de uitkering hangt af van de samenstelling van het huishouden en het inkomen. Als een ondernemer ook inkomsten uit loondienst heeft, is er slechts recht op ondersteuning vanuit de Tozo tot aan het sociaal minimum.

Om van de regeling gebruik te kunnen maken, moest aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

  • het gaat om gevestigde zelfstandigen, vanaf 18 jaar tot de AOW-gerechtigde leeftijd;
  • de zelfstandige moet in Nederland wonen en rechtmatig in Nederland verblijven;
  • het moet gaat om een Nederlander of een daarmee gelijkgestelde;
  • het bedrijf of beroep moet in Nederland of in een andere EU-lidstaat worden uitgeoefend;
  • er moet worden voldaan aan de wettelijke vereisten voor de uitoefening van het eigen bedrijf;
  • de onderneming moet voor 1 januari 2020 zijn gestart en er moet aan het urencriterium worden voldaan; en
  • de zelfstandige moet in de gemeente wonen waar de aanvullende inkomensondersteuning wordt aangevraagd.

Op basis van het urencriterium moet er 1.225 uur per jaar voor de onderneming zijn gewerkt. Als een onderneming nog geen jaar geleden is gestart, moet in de periode voor 1 maart 2020 gemiddeld minimaal 24 uur per week voor de onderneming zijn gewerkt.

Op basis van de Tozo 1:

  • wordt de toets op levensvatbaarheid van de onderneming niet toegepast, die in de reguliere regeling standaard is ( art. 2 Bbz );
  • wordt geen vermogens- of partnertoets toegepast, wat in de reguliere regeling wel gebeurt ( art. 3 Bbz );
  • wordt binnen vier weken gedurende maximaal drie maanden inkomensondersteuning verstrekt (nu kan dat 13 weken duren ( art. 35 Bbz )); en
  • bedraagt de inkomensondersteuning maximaal € 1.500 netto per maand.

De inkomensondersteuning op basis van de tijdelijke regeling wordt om niet verstrekt, wat betekent dat deze dus niet terugbetaald hoeft te worden.

Tegemoetkoming Vaste Lasten MKB (TVL)

Algemeen

De Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) helpt bedrijven met het betalen van een deel van hun vaste lasten in juni, juli, augustus en september 2020, Q4 2020, Q1 en Q2 2021. De subsidie is voor bedrijven die meer dan 30% van hun omzet hebben verloren door de coronacrisis. De subsidie voor vaste lasten komt bovenop de tegemoetkoming in de loonkosten (NOW). De grens van maximaal 250 medewerkers is in 2021 losgelaten.

De TVL is aan te vragen door alle bedrijven in Nederland. Ook door niet-mkb bedrijven. Aanvragen kan bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) via www.rvo.nl/tvl. Bedrijven konden de subsidie voor de eerste periode tot uiterlijk 30 oktober 2020 aanvragen. Aanvragen TVL Q4 2020 kon tot en met 29 januari 2021. Aanvragen TVL Q4 2020 kan tot 18 mei 2021 17:00. Aanvragen TVL Q2 2021 kan naar verwachting vanaf de tweede helft van mei 2021.

Tegemoetkoming

De tegemoetkoming wordt berekend met het totale omzetverlies en een percentage vaste lasten per sector. Het percentage vaste lasten per sector is bepaald met gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De berekening van de subsidie is:

Hoogte subsidie = Normale omzet x omzetverlies in % x aandeel vaste lasten in % x subsidie in %.

In 2020 werd maximaal 70 % van de vaste lasten vergoed, in Q1 2021 maximaal 85% en in Q2 2021 maximaal 100%. De subsidie per bedrijf is minimaal € 1.000 en maximaal € 90.000 in 2020. In 2021 bedraagt het minimum € 1.500 en het maximum naar € 550.000. Voor bedrijven met meer dan 250 werknemers bedraagt het maximum € 600.000.

Aanvullende tegemoetkoming voorraad- en aanpassingskosten horeca (HVA)

De HVA opslag was bedoeld om kosten voor de bederfelijke voorraad en extra gemaakte aanpassingen aan 1,5 meter door de plotselinge horecasluiting in oktober 2020 op te vangen. Hoewel de coronabeperkingen voortduren, hebben ondernemers deze kosten niet opnieuw hoeven maken. De noodzaak voor de HVA opslag is hiermee weg. Bovendien hebben gesloten eet- en drinkgelegenheden de mogelijkheid om via afhaal en bezorging omzet te maken. Voor de doorlopende kosten kunnen gesloten eet- en drinkgelegenheden terecht bij de reguliere TVL Q1 2021 en de NOW.

Opslag Voorraad Gesloten Detailhandel (VGD)

De lockdown raakt de nu verplicht gesloten detailhandel hard. Winkeliers hebben hun voorraden aangevuld voor de feestdagen. Deze voorraad is bij heropening minder waard, of kan helemaal niet meer worden verkocht. Winkeliers krijgen daarom de eenmalige Opslag Voorraad Gesloten Detailhandel.

Voor de VGD wordt bij het percentage vaste lasten een opslag van 5,6% opgeteld. Omdat de TVL minstens 50% van de vaste lasten vergoedt en maximaal 70%, komt de VGD neer op minstens 2,8% van het omzetverlies (bij een omzetverlies van 30%). Het maximumbedrag aan subsidie is 20.160 euro en de opslag komt bovenop de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) en is voor ondernemers die daar aanspraak op kunnen maken.

De subsidie bedraagt in het eerste kwartaal van 2021 een opslag van 21% op het vastelastenpercentage in de TVL.

Voorwaarden

De voorwaarden voor toepassing van de TVL zijn als volgt:

  • Het bedrijf heeft in 2020 maximaal 250 werknemers. Dat is te zien aan de inschrijving in het KVK Handelsregister. In 2021 geldt geen maximum aantal werknemers
  • Het bedrijf heeft meer dan 30% omzet verloren door de coronacrisis.
  • Het bedrijf heeft minimaal € 4.000 aan vaste lasten in 2020 en minimaal € 1.500 in 2021. Het gaat om vaste lasten die steeds doorlopen, zoals huur, pacht, onderhoud, verzekeringen, vaste leasecontracten, afschrijving van apparatuur en abonnementen. Loonkosten en variabele kosten horen hier niet bij. Loonkosten worden gecompenseerd door de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW).
  • De SBI-code van het bedrijf staat op deze lijst met vastgestelde SBI-codes. In het laatste tijdvak van 2020 en het eerst van 2021 is de regeling tijdelijk opengesteld voor álle sectoren.
  • Het bedrijf is voor 15 maart 2020 opgericht en is ingeschreven in het KVK Handelsregister.
  • Het bedrijf heeft een vestiging in Nederland.
  • Minimaal één vestiging van het bedrijf heeft een ander adres dan het privéadres van de eigenaar/eigenaren. Of de vestiging staat los van de privéwoning en heeft een eigen opgang of toegang. Is dat laatste het geval, dan moet u bij uw aanvraag bewijs meesturen dat de vestiging los staat van de privéwoning en een eigen opgang of toegang heeft.
  • Wanneer een mkb-bedrijf 30% of meer omzet verliest voor zijn geregistreerde nevenactiviteit, wordt alleen het omzetverlies van de nevenactiviteit in de subsidieberekening meegenomen.
  • Mkb-ondernemingen die zelf produceren en daarbij een winkel hebben, komen alleen met het omzetverlies van de winkel in aanmerking voor de subsidie.
  • Het bedrijf is niet failliet en heeft geen uitstel van betaling aangevraagd bij de rechtbank.
  • Het bedrijf is geen overheidsbedrijf.

Evenementenbranchemodule

Er zijn bedrijven uit de evenementenindustrie die in TVL 1.0 subsidie hebben ontvangen, maar waarbij in het vierde kwartaal van 2019 de referentieomzet zo laag was dat ze niet aan de minimale voorwaarden van de TVL voldoen en daarom niet in aanmerking komen voor een nieuwe TVL Q4 2020 en TVL Q1 2021-aanvraag. Voor deze bedrijven uit de evenementenindustrie is eenmalig een module ingericht. Deze bedraagt 33,3% van de TVL-subsidie van juni tot en met september 2020. Zij ontvangen minimaal € 750 en maximaal € 16.650.

Bedrijven komen voor deze module in aanmerking wanneer:

• Ze wel voor TVL 1.0 in aanmerking is gekomen, maar niet voor TVL Q4 2020 of TVL Q1 2021 in aanmerking zal komen vanwege een te lage referentieomzet in het 4e kwartaal respectievelijk het eerste kwartaal van 2019.

• Ze binnen een SBI-code valt die aangeduid is als evenement-gerelateerd.

• Ze kan aantonen minimaal één festival of evenement te hebben georganiseerd of voor haar omzet voor minimaal 70% afhankelijk te zijn van levering aan festivals of evenementen.

Regeling specifieke kosten land- en tuinbouw

De land- en tuinbouw heeft te maken met doorlopende kosten voor het in leven houden van planten en dieren, zoals kosten voor voeding, (plant)verzorging en gewasbescherming. Deze kosten kunnen niet zomaar stopgezet of aangepast worden, omdat het gaat om dierlijke- of plantaardige producten die vaak aan een cyclus verbonden zijn. Daarom is er een regeling met een opslag van 21% bovenop de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) voor de betreffende landbouwsectoren ingesteld.

Wijze van aanvraag

Mkb-bedrijven kunnen de subsidie zelf aanvragen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) via www.rvo.nl/tvl. Voor de aanvraag is een eHerkenning niveau 1 (of hoger) of DigiD nodig. Bij gebruik van DigiD, moet de aanvrager degene zijn die bij KvK staat geregistreerd als eigenaar of bestuurder van het bedrijf. De eigenaar of bestuurder kan de subsidie voor zijn onderneming zelf aanvragen of dit door een intermediair laten doen. Er zijn vier subsidieperiodes. Bedrijven die aan de voorwaarden van de TVL voldoen, moeten voor iedere periode een nieuwe TVL-aanvraag doen bij de RVO:

  • TVL subsidieperiode 1 loopt nog tot en met 30 september 2020.
  • TVL subsidieperiode 2 start op 1 oktober 2020 en loopt tot en met 31 december 2020. Aanvragen kan vanaf 1 oktober 2020 tot uiterlijk 29 januari 2021.
  • TVL subsidieperiode 3 start op 1 januari t/m 31 maart 2021.
  • TVL subsidieperiode 4 start op 1 april t/m 30 juni 2021.

Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK)

Als sprake is van aanzienlijk inkomensverlies door de coronacrisis en bestaande regelingen uit het steun- en herstelpakket onvoldoende zijn om de vaste lasten te kunnen betalen, kunnen huishoudens bij hun gemeente terecht voor ondersteuning via de TONK.

Gemeenten kunnen verschillende keuzes maken in het bepalen van de doelgroep en de hoogte van de vergoeding, omdat zij het beste kunnen inschatten wat er specifiek in hun gemeente nodig is. Het kabinet heeft gemeenten opgeroepen ruimhartig te zijn in het toekennen van de TONK. Aanvragers kunnen bij de eigen gemeente terecht voor nadere informatie. Ongeacht de startdatum in de eigen gemeente kan de TONK met terugwerkende kracht tot 1 januari 2021 worden aangevraagd.

Voorwaarden TONK

Iemand komt voor TONK in aanmerking als hij:

  • 18 jaar of ouder is;
  • aanzienlijk inkomen verliest door de coronacrisis;
  • woonkosten niet meer uit het huishoudensinkomen of het vermogen kan betalen;
  • ook met een andere financiële regeling of uitkering, zoals een toeslag van UWV op uw WW-uitkering, niet voldoende inkomsten heeft om de woonkosten van te betalen.

Sportverenigingen

Tegemoetkoming amateursportorganisaties COVID-19 (TASO)

Ook sportverenigingen worden geraakt door de coronacrisis en krijgen daarom financiële ondersteuning. Deze bestaat uit een eenmalige tegemoetkoming van minimaal € 1.500.

Tegemoetkoming

De tegemoetkoming is afhankelijk van de doorlopende lasten van de aanvrager en bedraagt:

Financiële schade

Tegemoetkoming (forfaitair)

€ 1.500 t/m € 5.000

€ 1.500

€ 5.001 t/m € 8.500

€ 3.000

€ 8.501 t/m € 12.000

€ 4.500

€ 12.001 t/m € 15.500

€ 6.000

€ 15.501 t/m € 19.000

€ 7.500

€ 19.001 t/m € 23.000

€ 9.000

€ 23.001 t/m € 27.500

€ 10.500

€ 27.501 en hoger

€ 12.500

Voorwaarden

Een amateursportorganisatie komt in aanmerking voor een tegemoetkoming als het:

  • een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid is;
  • geen winstoogmerk heeft;
  • in het handelsregister van de Kamer van Koophandel staat ingeschreven met een SBI-code zoals vermeld in bijlage I van de regeling.

Wijze van aanvraag

Sportorganisaties kunnen de tegemoetkoming aanvragen met een door de minister vastgesteld formulier via https://www.dus-i.nl/. De aanvraagperiode voor TASO Q4 2020 van 19 februari 2021 tot en met 5 april 2021. De aanvraagperiode voor TASO Q1 2021 loopt van 17 mei tot en met 12 juni 2021. De aanvraagperiode voor TASO Q2 2021 loopt van 26 juli tot en met 20 september 2021. Binnen acht weken na sluiting van de aanvraagperiode wordt er beslist op de aanvraag.

Tegemoetkoming verhuurders sportaccommodaties COVID-19 (TVS)

De TVS-regeling is bedoeld om de huur van een sportaccommodatie kwijt te schelden als deze accommodatie vanwege de coronamaatregelen niet door amateursportorganisaties gebruikt kon worden. De aanvraagperiode voor TVS Q1 2021 loopt van 17 mei tot en met 12 juni 2021. De aanvraagperiode voor TVS Q2 2021 loopt van 26 juli tot en met 20 september 2021.

Specifieke Uitkering IJsbanen en Zwembaden (SPUK IJZ)

Zwembaden en ijsbanen zijn een onmisbaar onderdeel van de Nederlandse sportinfrastructuur. Vanwege de corona maatregelen was die exploitatie economisch niet rendabel. Om de financiële gevolgen te verzachten kan de specifieke uitkering worden aangevraagd van 1 april tot en met 31 mei 2021 via een link naar het aanvraagformulier. Aanvragen kunnen alleen ingediend worden door de gemeente. Daarbij worden de volgende gegevens gevraagd:

  • Een overzicht van de uitgaven of gederfde inkomsten per exploitant die zijn gerealiseerd of nog gerealiseerd gaan worden.
  • Een overzicht van de exploitatiebijdrage per exploitant die door een gemeente in het jaar 2020 is verstrekt.
  • Een onderbouwing van de bovenstaande bedragen.

Schenkingen

Ondernemers kunnen ondersteund worden door donaties vanuit familie, vrienden, bekenden of derden. Voor een ondernemer is dit uiteraard een welkome aanvulling, maar er dient wel rekening te worden gehouden met de mogelijke verschuldigdheid van schenkbelasting. De vrijstellingen van schenkbelasting kunnen hierbij eventueel uitkomst bieden ( art. 33 SW ).

Toeslagen

Wijzigen of aanvragen

Als het inkomen van ondernemers terugloopt als gevolg van de coronacrisis, ontstaat er mogelijk recht op toeslagen. Was er al recht op toeslagen, dan kan er recht ontstaan op meer toeslag. Adviseurs kunnen aanvragen of wijzigingen van kinderopvangtoeslag voor hun cliënten indienen via hun softwarepakket, mits zij daartoe specifiek gemachtigd zijn. Ondernemers kunnen ook zelf een aanvraag of wijziging indienen. Zij loggen daarvoor in op ‘Mijn toeslagen’ via de site van de Belastingdienst.

Kinderopvangtoeslag

Voor de kinderopvangtoeslag geldt dat deze gewoon doorloopt zolang de factuur voor de kinderopvang volledig is betaald. Het maakt niet uit dat de opvang tijdelijk niet daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.

De overheid heeft voorts aangegeven de eigen bijdrage van ouders voor niet-benutte kinderopvang te compenseren. De voorwaarden van de tegemoetkoming zijn verschillend voor 3 groepen ouders.

1. Ouders die gebruik maken van kinderopvangtoeslag

Ouders die kinderopvangtoeslag krijgen voor de kosten van kinderopvang (tot de maximum uurprijs) zullen een tegemoetkoming ontvangen voor hun eigen bijdrage. Dit geldt voor alle formele opvang: kinderdagopvang, buitenschoolse opvang en gastouderopvang.

De Sociale Verzekeringsbank (SVB) zal (net als bij de sluiting in het afgelopen voorjaar) de tegemoetkoming aan ouders uitbetalen. Ouders ontvangen deze tegemoetkoming automatisch op hun rekening en hoeven dit dus niet zelf aan te vragen.

De uitbetaling voor de tweede sluitingsperiode is gepland medio april. Maar dit is nog onder voorbehoud, het hangt af van wanneer de BSO weer opent. Als de BSO langer gesloten blijft, schuift ook de uitbetalingsdatum verder op. Voor de periode dat de BSO gesloten blijft, loopt de tegemoetkoming voor de BSO door. Zodra er meer zekerheid is over de uitbetalingsdata, staat de informatie hierover op deze pagina.

Gegevens aanpassen

Het is niet nodig de kinderopvangtoeslag vanwege de sluiting aan te passen, behalve bijvoorbeeld als het aantal uren in uw contract of uw inkomen verandert.

Factuur doorbetalen

Het is wel van belang de factuur van de kinderopvang door te betalen. Als ouders de factuur niet doorbetalen, vervalt voor de periode waar de factuur op ziet het recht op kinderopvangtoeslag. De toeslag wordt dan naar beneden bijgesteld.

2. Ouders die gebruik maken van een regeling gesubsidieerd door de gemeenten

Deze ouders krijgen een tegemoetkoming via de gemeenten (mogelijk via de kinderopvangaanbieder).

3. Ouders die zonder overheidsvergoeding gebruik maken van kinderopvang

Deze ouders krijgen ook een tegemoetkoming voor de kosten van kinderopvang tot de maximum uurprijs. De SVB zal hiervoor een aanvraagloket openen. Bij het aanvraagloket kunnen ouders de tegemoetkoming aanvragen voor beide sluitingsperiodes. Onder andere door de betaalde kinderopvangfacturen aan te leveren.

De SVB beoogt uiterlijk 8 weken na ontvangst van de aanvraag te beslissen over de tegemoetkoming. Daarna wordt deze uitbetaald.

De planning voor opening van het aanvraagloket is 1 mei 2021. Dit is echter onder voorbehoud en hangt af van wanneer de buitenschoolse opvang weer opent. Als de BSO langer gesloten blijft, schuift ook de uitbetalingsdatum verder op. Voor de periode dat de BSO gesloten blijft, loopt de tegemoetkoming voor de BSO door.

Debiteurenbeheer

Een goed debiteurenbeheer kan ervoor zorgen dat een onderneming meer liquide middelen ter beschikking krijgt. Er zijn diverse mogelijkheden om de liquiditeit te verbeteren.

Factureren

Een goed debiteurenbeheer begint bij het tijdig versturen van facturen. Door meteen na een levering te factureren en facturen niet op te sparen tot het einde van de week of maand, komt er sneller geld binnen. Bij facturatie per mail, ontvangt de klant de factuur nog sneller.

De standaardbetalingstermijn in Nederland is 30 dagen. Ondernemers die gebruik maken van een betalingstermijn van 30 dagen kunnen overwegen om een kortere betalingstermijn te hanteren van bijvoorbeeld 14 of 7 dagen. Dit dienen zij natuurlijk vooraf wel kenbaar te maken aan hun klanten. Bij aanpassing van de betalingstermijnen, moeten waarschijnlijk ook de algemene voorwaarden en offertes worden aangepast.

Om de liquiditeit snel te verbeteren kan ook een betalingskorting aangeboden worden bij snelle betaling, bijvoorbeeld in de vorm van een percentage of een vast bedrag. Een betalingskorting gaat wel ten koste van de winstmarge.

Aanbetaling of termijnbetaling

Het is niet ongebruikelijk om een aanbetaling aan klanten te vragen, zeker als er materialen e.d. moeten worden voorgefinancierd. Bij grotere projecten kunnen ook tussentijds facturen worden verstuurd. Dit heeft diverse voordelen, zoals de mogelijkheid om sneller in te grijpen als een betaling niet wordt voldaan en het eerder beschikken over het geld. Daarbij is het voor de klant vaak makkelijker om meerdere kleinere bedragen gespreid te betalen dan een groot bedrag ineens.

Betaling bij levering

Betaling bij levering kan heel eenvoudig door een betaalverzoek aan te maken via internetbankieren. Dit betaalverzoek kan vervolgens gedeeld worden via e-mail, sms, WhatsApp e.d. Een andere manier is bijvoorbeeld om een pinapparaat aan te schaffen.

Debiteurenlijst bewaken

Het is ook aan te raden om geregeld de debiteurenlijst door te lopen en telefonisch contact op te nemen met klanten die niet binnen de betalingstermijn hebben betaald. Zo is meteen duidelijk waarom een factuur nog niet betaald is. Wanbetalers moeten altijd een aanmaning ontvangen. Zo staat vast dat de klant juridisch gezien in verzuim is. Dat is niet alleen belangrijk voor de incassokosten, maar ook voor eventuele latere juridische stappen.

Zodra het zeker is dat een vordering (gedeeltelijk) oninbaar is, is het mogelijk de reeds afgedragen btw terug te vragen in de btw-aangifte over het tijdvak waarin de oninbaarheid is ontstaan. Een vordering wordt in ieder geval als oninbaar aangemerkt uiterlijk een jaar na het verstrijken van de uiterste betaaltermijn. Is er geen betalingstermijn vastgelegd, dan geldt de wettelijke betalingstermijn van 30 dagen na ontvangst van de factuur door de klant.

Rekenmodel liquiditeitsplanning bv

Een dga zal ook de financiële kant van zijn bv in de gaten willen houden. Welke inkomsten verwacht hij de komende tijd? En welke uitgaven? Hoe hoog is toekomstige ruimte voor grotere uitgaven? Deze rekentool helpt bij het plannen van de liquiditeiten van de bv.

E-debiteuren

Deze rekentool houdt de vervaldata van de gemaakte facturen in de gaten.

Voorziening dubieuze debiteuren

Iedere ondernemer wordt vroeg of laat geconfronteerd met een afnemer die niet kan betalen. Voor dit risico kan fiscaal een voorziening worden gevormd, de zogenoemde 'voorziening voor dubieuze debiteuren'.

Overzicht data en termijnen coronamaatregelen

De overheid biedt op diverse vlakken ondersteuning aan ondernemingen om de coronacrisis door te komen. Dit document geeft een overzicht van de verschillende regelingen, de periode waarin ze gelden en de periode waar ze aangevraagd kunnen worden. Ook is opgenomen op welke wijze een aanvraag voor de betreffende regelingen kan worden ingediend.

Bedrijven ontvingen 17,6 miljard aan coronasteun (9 april 2021)

Weg naar hulp voor bedrijf moet makkelijker (8 april 2021)

Seizoensondernemers en de TVL (7 april 2021)

‘Regels TONK veel te streng’ (6 april 2021)

Inschrijving Handelsregister verplicht bij beroep op Tozo (2 april 2021)

Rapportage over knelpunten in de referentiesystematiek TVL (1 april 2021)

CPB: ‘Richt herstelbeleid op jongeren en zzp’ers’ (1 april 2021)

Aangepaste voorwaarden Opengestelde Monumenten-Lening (31 maart 2021)

Europese goedkeuring voor voucherfonds (30 maart 2021)

Wijzigingsregeling TVL gepubliceerd (30 maart 2021)

Borgstelling mkb-landbouwkredieten verlengd tot en met 31 december 2021 (29 maart 2021)

Tozo en belastingaangifte (29 maart 2021)

Te laat beroepschrift door hersenschudding is overmacht (26 maart 2021)

Voorzieningenrechter wijst vorderingen D-rt tegen SGR en Staat af (26 maart 2021)

Regeling specifieke uitkering zwembaden en ijsbanen COVID-19 gepubliceerd (24 maart 2021)

TVL aanvraag met eHerkenning niveau 3 of hoger (24 maart 2021)

Meer dan 210.000 aanvragen TVL (23 maart 2021)

Het gebruik van de TOGS-maatregel (23 maart 2021)

Wijzigingen Tozo gepubliceerd in Staatsblad (22 maart 2021)

Subsidieregeling evenementen (22 maart 2021)

Coronasteun aan sociale ondernemingen (22 maart 2021)

Vaststelling TVL Q4 gestart: toch snellere uitbetaling (19 maart 2021)

Coronaregelingen verwerken in aangifte IB 2020 (18 maart 2021)

Uitbreidingen TVL goedgekeurd door EC (16 maart 2021)

Tozo zorgt voor onaangename verrassing bij belastingaangifte (15 maart 2021)

Uitbreiding steun: TVL naar 100% (12 maart 2021)

TVL gaat uit van werkelijke hoofdactiviteit (11 maart 2021)

Kamer wil TVL naar 100% (11 maart 2021)

Verlenging noodmaatregelen coronacrisis Caribisch Nederland (8 maart 2021)

Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (8 maart 2021)

Besluit noodmaatregelen coronacrisis geactualiseerd (8 maart 2021)

Derde NL leert door-regeling (3 maart 2021)

Koolmees geeft toelichting op Tozo-regeling (1 maart 2021)

Meer geld voor vaste lasten ondernemers (25 februari 2021)

Aanvullende steunregeling bruine vloot (18 februari 2021)

Terugwerkende kracht en versoepeling Tozo-lening gepubliceerd (28 januari 2021)

7,6 miljard voor uitbreiding steunpakket ondernemers (21 januari 2021)

Corona-overbruggingslening (COL) verlengd (7 januari 2021)

Besluit noodmaatregelen coronacrisis geactualiseerd (4 januari 2021)

Uitbreiding steunpakket ondernemers (18 december 2020)

Aflossingsdatum Tozo naar juli 2021 (17 december 2020)

Fiscale maatregelen in coronatijd (7 december 2020)

Verlenging kredietregelingen tot eind juni 2021 (17 november 2020)

Herverzekering leverancierskrediet langer nodig (13 november 2020)

Europese Commissie verlengt regeling voor staatssteun tijdens coronacrisis (13 oktober 2020)

Uitstel beperkte vermogenstoets Tozo tot april 2021 (1 oktober 2020)

‘Derde steunpakket loopt door in 2021’ (26 augustus 2020)

Fiscale voorwaarden bij individuele steun bedrijven (19 juni 2020)

Nederland wil drastische aanpassing plannen herstelfonds EC (17 juni 2020)

Uitbreiding lijst SBI-codes (17 juni 2020)

Garantstelling overheid herverzekering leverancierskredieten 90% (2 juni 2020)

Crisis of niet: doorgaan met factureren (29 mei 2020)

Engelstalige corona-informatie voor ondernemers (13 mei 2020)

Extra overbruggingskrediet kleine bedrijven (8 mei 2020)

Criteria kredietregelingen versoepeld (28 april 2020)

Antwoorden op Kamervragen Tozo (15 april 2020)

Verruiming exportkredietverzekeringen (26 maart 2020)