Rechter geeft Bredase advocaat geen gelijk: ‘Coronapas is legitiem’

07 oktober 2021

De Haagse voorzieningenrechter heeft 6 oktober bepaald dat het coronatoegangsbewijs in gebruik mag blijven. De Bredase advocaat Bart Maes had een kort geding tegen de Staat aangespannen omdat hij de invoering van de pas ‘onwettig, strafbaar en discriminerend’ vindt.

Maes spande de zaak aan samen met advocaat Maxim Hodak van het kantoor Law & More. De Bredase advocaat liet eerder weten dat hij de controles op de QR-codes in strijd vindt met de Grondwet en internationale verdragen. Niet gevaccineerden zouden zich door de pas gediscrimineerd voelen, liet Maes weten in zijn pleidooi

Maes was toen, tijdens de verdere zitting, ook scherp van tong: “We zitten in de staart van de coronacrisis, de crisis is eigenlijk al voorbij. Na anderhalf jaar coronamaatregelen waarvan de meeste niet of nauwelijks iets positiefs hebben bijgedragen aan het oplossen van de pandemie, heeft het demissionaire kabinet het laatste monster gebaard: de coronapas, inmiddels ook al omgedoopt tot de apartheidspas.”

Niet discriminatoir

De felle bewoordingen mochten niet baten: de rechter stelde de advocaten in het ongelijk. Volgens de Haagse rechtbank is de coronapas legitiem; deze mag dus toegepast blijven worden. De invoering ervan is niet discriminatoir – er is geen sprake van een andere behandeling van ongevaccineerden zonder objectieve en redelijke rechtvaardiging – en er wordt geen onevenredige inbreuk gemaakt op diverse andere mensen- en grondrechten.

‘Net als bij vorige kort gedingen over coronamaatregelen is het uitgangspunt dat de rechter zich terughoudend moet opstellen bij de beoordeling van nieuwe maatregelen,’ laat de Rechtspraak weten over het kort geding. ‘Alleen als de Staat in redelijkheid niet voor het gevoerde beleid heeft kunnen kiezen of wanneer de Staat handelt zonder wettelijke grondslag, is er plaats voor ingrijpen door de rechter. Dat is hier niet het geval.’

Wettelijke grondslag

Een wettelijke grondslag bestaat namelijk, volgens de rechter. Hoewel Maes en Hodak stellen dat er geen noodzaak meer is voor de coronapas en coronamaatregelen, heeft de Staat voor de rechter voldoende uitgelegd dat die urgentie er wel is. Zelfs al had advocaat Bootsma van de landsadvocaat Pels Rijcken tijdens de zitting vorige week wel enige moeite om uit te leggen wat de nut en noodzaak van de coronapas nu precies zijn. Hiervoor verwees ze vooral naar een krantenartikel hierover.

De rechter: ‘De Staat heeft toegelicht dat het loslaten van de anderhalvemeterregel tot een aanzienlijke opleving van het virus kan leiden deze winter en dat dit risico alleen kan worden beperkt door een brede inzet van het coronatoegangsbewijs in risicovolle settings. Volgens het OMT en Van Dissel hebben ongevaccineerden een aanzienlijk grotere kans om besmet te raken dan gevaccineerden. Ook hebben ongevaccineerden volgens het OMT en Van Dissel een grotere kans om het virus door te geven.’

De coronapas heeft daarom een gegrond doel; het beperken van de verspreiding van het coronavirus, volgens de rechter.

Bronnen: Advocatie, 6 oktober 2021 en Rb. Den Haag, 6 oktober 2021 (Vzr.), ECLI:NL:RBDHA:2021:10863