CRvB: inschrijving bij KvK wettelijk vereiste om in aanmerking te komen voor Tozo

09 augustus 2021

De inschrijving bij de Kamer van Koophandel (KvK) is een wettelijk vereiste waaraan moet worden voldaan om te kunnen worden aangemerkt als zelfstandige voor een uitkering op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo). Dit oordeelde de Centrale Raad van Beroep (CRvB) in zijn uitspraak van 6 augustus 2021.

Het geschil

In deze zaak ging het om een ondernemer die werkzaam was als zelfstandig freelance muziekjournalist en tekstschrijver. Hij diende bij WerkSaam Westfriesland een aanvraag in voor bijstand op grond van de Tozo. WerkSaam Westfriesland is een zelfstandig bestuursorgaan (ZBO) dat voor zeven gemeenten taken uitvoert op het gebied van werk en inkomen. WerkSaam Westfriesland heeft de aanvraag afgewezen omdat de ondernemer niet voldoet aan de wettelijke voorwaarde dat hij op 17 maart 2020 als zelfstandig ondernemer was ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. De rechtbank gaf WerkSaam Westfriesland) gelijk.  

De ondernemer ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De beroepsgronden richten zich tegen de toepassingsvoorwaarde om op 17 maart 2020 bij de Kamer van Koophandel ingeschreven te staan. De Tozo is een algemeen verbindend voorschrift dat geen wet in formele zin is.

Wettelijke basis van de Tozo

De Tozo is een algemene maatregel van bestuur die bij Koninklijk Besluit van 17 april 2020 is vastgesteld (Stb. 2020, 118). De Tozo bevat tijdelijke regels over bijstandsverlening aan zelfstandigen die financieel getroffen zijn door de gevolgen van de crisis in verband met covid-19. De Tozo vindt, evenals het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 , zijn grondslag in de Participatiewet.

Een algemeen verbindend voorschrift dat geen wet in formele zin is, kan door de rechter in een zaak over een besluit dat op zo'n voorschrift berust, worden getoetst op rechtmatigheid. In het bijzonder gaat het daarbij om de vraag of het voorschrift niet in strijd is met hogere regelgeving. De rechter komt tevens de bevoegdheid toe te bezien of het betreffende algemeen verbindend voorschrift een voldoende deugdelijke grondslag biedt voor het in geding zijnde besluit. Bij die indirecte toetsing van het algemeen verbindend voorschrift vormen de algemene rechtsbeginselen en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur een belangrijk richtsnoer, waarbij de toetsing wordt verricht op de wijze als door de Centrale Raad is uiteengezet in zijn uitspraak van 1 juli 2019 (ECLI:NL:CRVB:2019:2016).

Geen aanleiding om af te wijken

Bij de totstandkoming van de regeling is onderkend dat het mogelijk is dat een ondernemer (nog) niet is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. De inschrijving bij de Kamer van Koophandel is niettemin een wettelijk vereiste waaraan moet worden voldaan om te kunnen worden aangemerkt als zelfstandige in de zin van art. 1 van de Tozo . Dat de Belastingdienst, financiële instellingen en verzekeraars de ondernemer nooit om een nummer bij de Kamer van Koophandel hebben gevraagd is geen aanleiding om te oordelen dat de in art. 2 van de Tozo gestelde voorwaarde om op 17 maart 2020 als zelfstandige ingeschreven te staan in het handelsregister, voor de ondernemer niet zou kunnen worden toegepast. Verder is in art. 17 van de Tozo bepaald dat bij ministeriële regeling de kring van rechthebbenden kan worden uitgebreid, waarbij ook kan worden afgeweken van het begrip zelfstandige. De minister heeft van deze mogelijkheid in gevallen zoals die van de ondernemer geen gebruik gemaakt.

De CRvB bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

CRvB 20 juli 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1789 (datum publicatie 2 augustus 2021); Rechtspraak, 6 augustus 2021 en Gemeenschappelijke Regeling WerkSaam Westfriesland